Dan is het géén Rembrandt, wat dan nog? De Rembrandt-discussie neemt onontwarbare vormen aan

EEN LEZER van het Times Literary Supplement schreef in 1988 een brief aan het blad waarin hij herinneringen opriep aan de, om een begrijpelijke reden, onfortuinlijke Rembrandt-verzamelaar W....

PAUL DEPONDT

Het is een van de vele kwesties die Nederland-kenner Anthony Bailey aanhaalt in zijn Responses to Rembrandt met de indringende ondertitel: Who Painted 'The Polish Rider'? Dit vroeger aan Rembrandt toegeschreven schilderij, een van de absolute topwerken van de Newyorkse Frick Collection, is door het Rembrandt Research Project (RRP) al lang 'definitief' afgewezen.

Eind jaren dertig had Simon Vestdijk De Poolse ruiter 'een gril van Rembrandt' genoemd, want van de anatomie van het ros op het schilderij deugde niets. Het was weergegeven, meende Vestdijk, 'niet dravend, zoals paarden onder ruiters draven, doch als een karrepaard, dat tegen een hoge Amsterdamse brug opmoet'. Het strompelt, met knikkende knieën, 'hunkerend naar de vilder'. Maar omdat Rembrandt volgens Vestdijk geen paarden kon tekenen, was het een Rembrandt.

Het schilderij hangt nog steeds in de erezaal van de Frick Collection, op een groezelige wand, met de vermelding van Rembrandt's naam. De directeur van de verzameling reageerde met een opvallende onverschilligheid op het 'verdict' van het RRP: so what?

Volgens Josua Bruyn is het waarschijnlijk een meesterwerk van Willem Drost, een van Rembrandt's leerlingen. Maar Arthur Wheelock, curator van de National Gallery of Art in Washington en een van de critici van het RRP, verwerpt Bruyn's toeschrijving.

Wheelock, medesamensteller van de onlangs geopende Johannes Vermeer-expositie, toont de Rembrandt-zalen in de National Gallery. Bij sommige afgewezen schilderijen staat nog steeds zijn naam. Hij is het, zegt hij, oneens met de scherpe lijn tussen de A-lijst en de C-lijst van het RRP, de verdeling tussen 'Paintings by Rembrandt' en 'Paintings Rembrandt's authorship of which cannot be accepted'.

Op de B-lijst, 'Paintings Rembrandt's Authorship of which cannot be positively either accepted or rejected', staan niet zoveel schilderijen. 'Daardoor is de discussie weg.' Naast A en C en de 'maybe-maybe-not'-categorie, is er nog een andere door Wheelock of door Walter Liedtke van het Newyorkse Metropolitan Museum verdedigde categorie: schilderijen die door leerlingen zijn geschilderd en 'reworked by Rembrandt'. Wat is een schilderij, zegt Liedtke, als het geen èchte Rembrandt is? Op die vraag geeft het RRP vooralsnog geen antwoord.

Een andere Rembrandt-kenner, Julius Held, is niet te spreken over het project. 'Het is de Amsterdamse mafia', vertelde hij aan Bailey. Vijf kunsthistorici die het 'definitief' over het Corpus eens zijn, dat kan volgens hem onmogelijk. Er is altijd discussie, en dat is - nu de oude projectgroep uit elkaar is gegaan - ook duidelijk geworden.

Er was al enige tijd sprake van onenigheid. Bailey citeert in zijn boek de brief die in april 1993 in The Burlington Magazine is verschenen en waarin vier van de vijf leden van het RRP schrijven 'te zijn opgestapt omdat ze het niet meer eens zijn met de meer genuanceerde koers van prof. dr Ernst van de Wetering'. Die wijkt af van de rigoureuze Rembrandt drain van de groep. Binnen de research-groep was er geen communis opinio meer over een rigide classificering.

Daardoor speelt de vraag of een schilderij eigenhandig door Rembrandt is vervaardigd niet meer de boventoon, maar gaat het bij het Rembrandt-onderzoek nu ook om de discussie. De tijd van de scherprechters is voorbij. Het gaat niet uitsluitend meer om de principalen, authentiek door de meester zelf geschilderde werken, maar meer en meer over 'de verbreiding van het werk van de geniale Rembrandt'.

Is het concept van de 'essential Rembrandt' nog wel het uitgangspunt? Op de expositie in Berlijn, Amsterdam en Londen ging het over 'de meester en zijn werkplaats'. In steeds meer publikaties en tentoonstellingen worden nieuwe toeschrijvingen ter discussie gesteld en wordt het werk van leerlingen met dat van Rembrandt vergeleken.

De expositie Rembrandt/Not Rembrandt in het Newyorkse Metropolitan laat zien hoe wetenschappers het werk van Rembrandt aan onderzoek onderwerpen, zoals zeven jaar geleden in Rembrandt, Art in the Making in de Londense National Gallery. Verf, papier en burijnen roepen de sfeer op van het atelier. Gereconstrueerde foto's tonen originelen of verborgen schilderijen. De tentoonstelling is gewijd 'not to Rembrandt the genius but to Rembrandt the problem'. Bij sommige schilderijen staat nu: misschien, misschien niet van Rembrandt. Of misschien/misschien niet van Gerrit Dou, Govert Flinck, Ferdinand Bol, Jan Lievens of Willem Drost.

Rembrandt/Not Rembrandt laat met meer dan honderd schilderijen, tekeningen en etsen zien hoe subtiel de verschillen tussen leerlingen en meester kunnen zijn. Van de 42 aan Rembrandt toegeschreven schilderijen in het Metropolitan zijn er waarschijnlijk maar 18 eigenhandig door de meester geschilderd, al bestaat er zowel in het museum als daarbuiten veel onenigheid over de toeschrijvingen. Niet alle bevindingen van het RRP zijn door het museum overgenomen. De curatoren van de expositie, Hubert von Sonnenburg en Walter Liedtke, zijn het over vele werken met elkaar oneens.

De directeur van het Metropolitan Museum, Philippe de Montebello, is het met de werkwijze van het RRP niet eens. Hij spreekt misprijzend over 'the so-called Rembrandt Research Project'. Het museum liet de beide curatoren hun catalogus schrijven. Op die manier krijgt het publiek niet alleen kunstwerken te zien maar krijgt het ook verschillende argumenten aangereikt en, zegt De Montebello, 'neemt het deel aan de Rembrandt-discussie'.

Volgens Von Sonnenburg is het RRP 'a game'. Het is volstrekt uit de hand gelopen. Zo is het Portret van een man met handschoenen, dat door sommigen aan de Dordtse schilder Jacobus Levecq is toegeschreven, in zijn ogen wel degelijk een Rembrandt. Hij vergeleek het schilderij met een Levecq uit een privé-collectie en kwam tot die slotsom: het is een Rembrandt. Hij noemt - anders dan Liedtke - het ovale Portret van een vrouw uit 1633, een kopie van een schilderij van de meester. Elk heeft zijn argumenten: hout-, verfpigment- en linnenonderzoek, datering, signatuur, handschrift, oogopslag, de manier waarop de handen zijn geschilderd en honderden andere typische of juist niet typische Rembrandt-eigenschappen.

Nu eens werd de signatuur, schrijft Jeroen Boomgaard in een nieuw boek over Rembrandt, 'geperverteerd tot een bewijs' of bewezen kunsthistorici met behulp van foto's en van het instrumentarium van de moderne wetenschap hun gelijk. Dan weer was de penseelstreek als de onvervreemdbare vingerafdruk van de kunstenaar doorslaggevend in het onderzoek.

Boomgaard herinnert ons aan Bredius' uitspraak: 'Men zoekt tevergeefs naar de patte de lion' wanneer een werk in zijn ogen de toets van de meester mist. Boeken en archieven mogen ons veel belangrijks omtrent een kunstenaar openbaren, hem zelf, zijn genie, leeren wij slechts voor zijne schilderijen kennen.' Zijn conclusie: 'Alleen door zowel het bekende als het onbekende van het kunstwerk onder ogen te zien, kunnen we onze eigen blik onderzoeken. Pas dan kan het kunstwerk ons verschijnen als verschil.'

Boogaard herinnert aan een opmerking van Jan Veth. 'Wat weten wij omtrent den geestesgroei van den tijdgenoot, die levend naast ons gaat', schreef Veth in 1905, 'en hoe zouden wij dan uit de doode bescheiden, van een man wiens geboorte reeds drie eeuwen achter ons ligt, dien polsslag nog kunnen hooren nakloppen! Maar toch, wij hebben zijn kunst zelve, die levend is blijven getuigen, voor wie bij machte is te verstaan, en die zelve ons het best op den weg helpt om hare wording te ontraadselen.'

Rembrandt/Not Rembrandt. Tot en met 6 januari in het Newyorkse Metropolitan Museum. Bij de expositie is een tweedelige catalogus verschenen.

Jeroen Boomgaard: De verloren zoon. Rembrandt en de Nederlandse kunstgeschiedschrijving. Babylon-De Geus, ¿ 37,75.

Anthony Bailey: Responses to Rembrandt. Timken Publishers, $ 21,95.

Meer over