'Dan dondert alles in elkaar'

Blanke herenboeren in Zimbabwe houden hun hart vast. Mugabe heeft een lijst gepubliceerd met 1500 namen van landbouwbedrijven die aan de staat verkocht moeten worden....

'GOEDEMORGEN baas', zeggen de zwarte arbeiders op het dak van Dave en Sharon Gregson-Allcott. Ze schilderen het houtwerk van de villa op het landgoed. Baas Gregson is nog binnen, zeggen ze en ze wijzen naar de deur onder hen, half verscholen onder de bloemenpracht.

Gregson-Allcott is de voorzitter van de Commercial Farmers Union (CFU) in het gewest Centenary, in het noorden van Zimbabwe. Aan het ontbijt zit al een andere bezoeker, Malcolm Vowles, een CFU-medewerker van het kantoor in de hoofdstad Harare. Hij werkt sinds kort voor de bond van boeren met grootschalige landbouwbedrijven, in overgrote meerderheid blanken. Vandaag zal Greggson-Allcott hem inwijden in het lief en leed van de blanke boeren in de streek.

Er heerst onrust onder boeren. Dat komt door De Lijst: ruim een half jaar geleden maakte president Mugabe de namen bekend van meer dan 1500 landbouwbedrijven die de eigenaars moeten verkopen aan de staat. Het land is nodig voor de zwarte boeren, die opeengepakt zitten in streken die de communale gebieden worden genoemd. De blanke kolonisten hebben de Afrikaanse families naar die reservaten verdreven, eerst tijdens het Britse koloniale bestuur en vervolgens onder het blanke minderheidsregime, toen Zimbabwe nog Rhodesië heette.

In Centenary staat een flink aantal blanke boeren op de lijst. Sommigen zijn woedend, zegt Dave Gregson-Allcott, anderen zien het naderend onheil lijdzaam tegemoet. Hijzelf staat niet op de lijst, godzijdank, want hij en Sharon willen hier blijven tot hun dood.

Hij wil geen die-hard worden genoemd. De echte Rhodesiërs zijn allang vertrokken, zegt hij. Die konden het niet verdragen dat er een zwarte regering kwam na de onafhankelijkheid van 1980. Hij kocht dit prachtige bedrijf in 1982, hij voelt zich een Zimbabwaanse boer. Hij begrijpt best dat er land nodig is voor de arme boeren in de communale gebieden.

Wat hem zoveel zorgen baart is de willekeur waarmee de lijst is samengesteld. Dat er niet over is nagedacht, dat hij als CFU-voorzitter geen inspraak heeft gehad. Er zijn collega's die willen verkopen en niet op de lijst staan, terwijl anderen tegen hun wil de kern van hun bedrijf dreigen kwijt te raken. Iedereen verkeert in onzekerheid over de grillen van de regering en daar houden boeren niet van, die moeten vooruit kunnen denken.

Dit zal de laatste ronde van de herverdeling van de grond worden. Mugabe wil in één keer vijf miljoen hectare aankopen voor 100 duizend zwarte boeren. Hij heeft de donorlanden daarvoor 4,4 miljard gulden hulp gevraagd. Maar de eerdere herverdelingen zijn nog niet eens afgerond, zegt Gregson-Allcott. In Centenary liggen nog zeker twee bedrijven die drie jaar geleden werden aangekocht ongebruikt te wachten op nieuwe bewoners. 'Dat is toch vreselijk zonde. Het waren bloeiende tabaksplantages.' Tabak levert een kwart van Zimbawbe's inkomsten uit de export.

Landverdeling is niet zomaar grond afpakken van de rijken en die geven aan de armen, zegt Gregson-Allcott. Er komt veel bij kijken. Vijf jaar heeft hij zich ingezet voor de hervestiging op het bedrijf Panorama. Hij rijdt ons erheen in zijn Landrover. Panorama is een model voor de hele regio. Gregson-Allcott staat de nieuwe bewoners met raad en daad terzijde en voor zijn bond zit hij in een commissie met de bond van kleine boeren, het gewestsbestuur en de landbouwvoorlichters van de staat. 'Natuurlijk is dat ook eigenbelang. We willen laten zien dat er met een goed gebruik van het reeds herverdeelde land geen nieuwe aankopen meer nodig zijn.'

Panorama bestaat uit 2400 hectare. De vorige eigenaar maakte er een goede prijs voor en verhuisde naar Australië. Nu zijn er zeven grotere boerenbedrijven en 37 kleine gezinsbedrijven gevestigd. In een grote schuur sorteren landarbeiders tabaksbladeren. Twee van de grotere boeren, met elk enkele honderden hectare, gebruiken de loods samen. Er zijn gaten in het dak gemaakt waardoor het zonlicht binnenvalt. 'Dat is heel slecht voor tabak', zegt Gregson-Allcott, 'maar ze konden het niet eens worden over de betaling van de gezamenlijke elektriciteitsrekening.'

De grotere bedrijven zijn geen succes, het spijt Gregson-Allcott dat hij het moet zeggen. 'De commissie had alles goed geregeld, maar over de selectie van kandidaten hadden we niets te zeggen.' De nieuwe eigenaars bleken voor een deel vrienden en familie van invloedrijke personen, die weinig hart hadden voor de zaak.

Hij heeft zijn hoop meer gevestigd op de kleine boeren, maar die kampen met een keur aan aanpassingsproblemen. 'Ze moeten anders leren boeren. Je moet land bijvoorbeeld eens in de drie jaar braak laten liggen, dat zijn ze niet gewend. Ze hadden tien hectare bouwrijp gemaakt voor tabak, maar kregen maar voor vijf hectare kunstmest. Dat strooiden ze over het hele areaal en de kunstmest had nauwelijks effect. Ze hebben kredieten nodig, maar de landbank hier is blut.'

Met wat hulpgeld uit Nederland heeft de commissie een verlaten woonhuis omgebouwd tot een trainingscentrum. Gregson-Allcott leidt ons trots door de lege kamers die nog ruiken naar kalk en verf. Maar eigenlijk is hij het geploeter zat. 'De overheid heeft geen geld. Kijk nou toch eens naar de wegen hier, in vijf jaar niets aan gebeurd. Ik heb al moeite om met mijn Landrover door de kuilen te komen. Wat dacht je van de vrachtwagens die de oogst van de boeren komen halen? En dan regent het nog niet eens.'

De meeste zwarte boeren luisteren slecht naar hem. 'Ze vinden advies van een blanke boer paternalistisch en dat is natuurlijk ook wel zo. Maar ik ben ook jarenlang in de leer geweest als werknemer op een landbouwbedrijf.' Eigenlijk zijn er maar een paar zwarte boeren met wie hij bevriend is geraakt. Gregson-Allcott rijdt ons naar de boerderij van Leonard Tawodzera. 'Een verdomd goede boer.' Tawodzera is naar een vergadering van de bond van kleine boeren, net als alle andere mannen in dit nieuwe dorpje. Zijn vrouw laat de schuur zien waar de tabak ligt te drogen. Ze hebben de schuur zelf gebouwd met een lening van de bank. 'We willen nu graag een groot bedrijf', zegt mevrouw Tawodzera. 'Waren er maar meer van dit soort boeren, dan zou het hier wel lukken', verzucht Gregson-Allcott.

Louis Malzer heeft een schitterend uitzicht vanaf zijn terras over de heuvels en dalen van Centenary. Hij staat op de lijst. Waarom weet hij niet precies. Waarschijnlijk omdat zijn land grenst aan een communaal gebied. Misschien omdat hij een plaatselijke politicus een keer weigerde te ontvangen zonder afspraak, of omdat hij ooit zijn zwarte kok heeft ontslagen. Wie zal het zeggen?

Hij heeft de beslissing aangevochten, alle andere boeren die grenzen aan communale gebieden zijn van de lijst afgevoerd, maar hij niet. Hij zal zich niet verzetten. Het tij is toch niet te keren. Hij en zijn vrouw Marianne zijn al op twee andere bedrijven wezen kijken. Er is heel wat te koop in Zimbabwe, want boeren met meer dan één bedrijf verkopen een deel van hun bezit om zo aan de lijst te ontkomen. 'Ik heb dit bedrijf in 1987 gekocht. We zullen straks van voren af aan moeten beginnen. Mijn dochters zeggen: waar vind je nu weer zo'n uitzicht? Het is jammer.'

Vernon Price zal zich niet zo gemakkelijk laten verdrijven. Hij is een oude man met een zelf gebouwd landbouwimperium. Zijn twee zoons hebben hun eigen bedrijven op het enorme landgoed. Vader Price heeft voor zijn oude dag een villa gebouwd op een heuveltop. Een vleugel met gastenverblijven, een biljartzaal, een zwembad op het terras met uitzicht over zijn landgoed. Hij woont er nog maar een paar jaar in. 'Ik ben hier in 1956 als een van de eerste boeren gekomen. Mijn vrouw was de eerste Europese die hier kwam. Er was hier niets, alleen maar bos. Ik heb dit met mijn eigen handen opgebouwd. En nu moet ik weg? Nooit van mijn leven'

Zoon Sean is een ondernemende jongeman. Hij heeft een deel van het land van zijn vader gepacht. Daar heeft hij zíjn mini-republiek opgebouwd met een dorp voor de zeventig gezinnen van de vaste landarbeiders. De kleine huizen zijn net voorzien van toiletten en elektriciteit.

Sean heeft een veestapel van een vierhonderd koeien, hij heeft zeventig hectare maïs, 25 hectare tabak en twintig hectare spaanse pepers. Die pepers, een natuurlijke kleurstof, hebben de toekomst, denkt hij want de prijs voor tabak is dramatisch laag. De tabaksboeren moeten overgaan op andere gewassen. Sean beproeft zijn geluk ook met rozen, die hij naar Aalsmeer laat vliegen. De rozen kweekt hij in simpele kassen van doorzichtig plastic. Volgens hem zijn de productiekosten in Nederland tien keer zo hoog.

Trots als een pauw crost Sean Price over zijn landgoed. Bij hem is niets te bespeuren van de verbitterde woede en de vertwijfeling van zijn oude vader. Maar ook Seans bedrijf staat op de lijst, is hij niet bang dat al zijn inspanningen weldra voor niets zullen blijken?

'Ach, wat zal ik zeggen. Het zal zo'n vaart toch niet lopen? Ik exporteer veel, de regering wil de deviezen vast niet mislopen. Zeker niet in de huidige economische malaise, die is ontstaan doordat de tabaksprijs is gekelderd. Mijn rozenkwekerij kun je niet zomaar opdelen en aan onervaren boeren geven. Dan komt er niets van terecht. Mijn familie heeft land genoeg. We hebben een ander deel van ons bedrijf aangeboden. Nu wil de regering de kern van ons bedrijf, met alle gebouwen, het stuwmeertje voor de irrigatie, de plantages. Dan dondert alles in elkaar. Dat zal toch wel niet de bedoeling zijn. Ik denk dat pa zich nodeloos zorgen maakt. Hoe het ook zij, ik kan toch moeilijk gaan nietsdoen totdat er zekerheid is, want dan weet ik zeker dat ik failliet ga.'

Dave Gregson-Allcott en Malcolm Vowles zien het minder rooskleurig in voor de familie Price. Als we wegrijden van het landgoed mijmeren ze over de slechte naam die vader Price heeft bij het zwarte bestuur. Hij is nog een blanke herenboer van de oude stempel. Hij behandelt zijn arbeiders niet best. Hij heeft de zwarte politieke leiders in Centenary keer op keer geschoffeerd. Op hem is het criterium 'sociaal onwenselijk' waarschijnlijk van toepassing. De gouverneur van de provincie heeft het een half jaar geleden zelf gezegd, toen hij de lijst voor Centenary bekendmaakte: de blanken die geen goede Zimbabwanen zijn hoeven zich geen illusies te maken.

Na de lunch trekt Gregson-Allcott een korte broek en een paar kniekousen aan: in de middag zit hij een vergadering van alle boeren uit de buurt voor. Ze zijn bijeengekomen in de 'country club' van Centenary: een cricketveld, een gymzaaltje, een feest- en vergaderzaaltje en, het belangrijkst van alles, een bar. Hier zijn alleen blanke mannen met zonverbrande gezichten en ze dragen allemaal korte broeken en kniekousen.

De vergadering duurt uren. De vertegenwoordiger van Centenary bij de landelijke bond van tabaksboeren, doet verslag. Rond de herverdeling van land is het rustig. De meeste boeren die om vermeende politieke redenen hun bedrijf dreigden kwijt te raken, zijn inmiddels van de lijst afgevoerd. Er zijn dwingender zaken. Met de tabaksprijs is het nog steeds beroerd gesteld. Het grootste probleem is nu het geschil met de bond van landarbeiders die een enorme loonsverhoging eist. Met een inflatie van 35 procent is een verhoging niet onterecht, vinden de tabaksboeren, maar de arbeiders willen meer, wel 140 procent. Dat vinden de werkgevers te veel in deze schrale tijd.

Malcolm Vowles waarschuwt voor stakingen. Er zijn agitatoren van de arbeidersbond gesignaleert, die dreigende taal gebruiken. Als de lonen fors omhoog moeten, zullen er ontslagen vallen, vreest hij. Dat zou heel slecht zijn op dit moment. De landarbeiders zijn toch al onrustig, omdat zij ook hun baan dreigen te verliezen op bedrijven die aan de staat moeten worden verkocht. Vorig jaar waren er hier en daar relletjes op de landbouwbedrijven. Wees voorzichtig en probeer de onrust te sussen, maant hij de aanwezigen.

In de bar staat de tv aan met het wereldkampioenschap voetbal. De meeste blanke boeren zijn over de schrik van 'de Lijst' heen. 'Ik sta erop, maar onze bond zal me er wel afkrijgen', zegt de een. 'Het lijkt nu even spannend, maar de landarbeiders hebben het toch goed bij ons. Ik ben nog steeds de baas. Na de onafhankelijkheid is er weinig veranderd, waarom zou het nu anders zijn. Mugabe zegt zo veel', zegt een ander.

De oude Vernon Price hoort het met ingehouden woede aan. 'Vroeger had je hier een hechte blanke gemeenschap. Toen had je niet van die futloze vergaderingen. We kwamen bij elkaar over de vloer, we bouwden samen aan de toekomst. Wie steunt mij nu? Ik was hier de eerste die zwarte managers in dienst nam. In de oorlog had ik contact met de zwarte guerrillastrijders en ze lieten mijn bedrijf met rust. Waarom moet juist ík weg? Wat kan ik doen, ik sta alleen. Ik ben naar de rechter gestapt, maar als het niet helpt dan ga ik weg. Naar Europa. Ik kan het hier niet meer aanzien.'

Meer over