Dam

De lucht is grijs, het land is grijs. En grijzer dan grijs is de Dam, navel van de hoofdstad...

Het Paleis, het gebouw van Peek & Cloppenburg, Madame Tussaud, de oude Industrieële Club op de hoek met het Rokin, hotel Krasnapolsky, de Bijenkorf, het ABN-Amro-filiaal, de Nieuwe kerk: grijs, grijs, grijs.

Zelfs het monument, grijs.

Aan weerszijden van de ingang van de Grote Kerk: grote blauwe vaandels voor de feestelijke tentoonstelling binnen: 5000 jaar Marokko.

Op het plein: een kerstboom en het rode wagentje van een hotdogverkoper. Kleur heeft geen zin op een dag als vandaag. Het grijs steekt alle kleuren aan. Hier en daar een troep roerloze duiven.

Nog grijzer.

Teneergeslagen, kleumende vogels, de kop diep in de natte veren. Als een voetganger nadert, vliegen ze pas op het allerlaatste moment weg. Vliegen kun je het nauwelijks noemen. Fladderen is het, slordig en boos, vol verwijt. Had de voetganger niet een andere route kunnen kiezen? Waarom moet ík altijd aan de kant?

Wat een rotstad.

Als zelf de duiven dat vinden, moet het zo zijn.

Wat een rotstad.

De kerstboom op de Dam is een boom die vast van heel ver komt, gehakt in Noorwegen, in het ruim van een Boeing onze kant op. Maar het is een treurige boom, met goedkope lichtjes erin. Er staan grote borden omheen - van de sponsor die ook het geluidsbeeld verzorgt; Noordzee 100.7 FM, domme popmuziek. Naast de boom staat een splinternieuwe blokhut van de firma Hornbach, tuincentrum en bouwmarkt. Achter de blokhut staat een mobiel toilet.

Ach, het kan niemand wat schelen.

De mensen passeren. Ze hebben haast. Ze komen van het Rokin, of uit de monding van de Nieuwendijk. Ze willen naar de Kalverstraat, naar de Damstraat, of naar Magna Plaza achter het Paleis. Ze willen de Dam over, ze willen weg.

Ze zijn alleen, of ze lopen gearmd. In dat laatste geval zijn ze al wat ouder. Ze dragen armoedige jassen, gekke mutsen. Soms steekt ook een jonge moeder het plein over: de baby in haar karretje begint onmiddellijk te huilen. Geen kind kan blijven slapen als zijn wandelwagen over de Dam word geduwd: nergens in de hoofdstad is het plaveisel zo slecht. Zelfs fietsers komen hier niet graag en dat zegt wat, hoewel er natuurlijk niets aan wordt gedaan.

Arme Dam.

Laatst stonden we er nog, voor Theo van Gogh. Er is vandaag een Amsterdammer vermoord, sprak Job Cohen. Grimmige, ware woorden in een koude nacht. Even was de Dam een plek die er toe deed, rumoerig centrum van Amsterdam.

Maar nu?

Grijs is de Dam, dood is de Dam.

Popmuziek, duiven, Japanse meisjes die elkaar fotograferen, roestvrijstalen prullenbakken, granieten straatmeubilair met ingegraveerde schaakborden, een krant van gisteren die door voetstappen tot pulp is gelopen, twee tl-buizen die branden in de keuken van het Paleis, naast de hoofdingang.

Op het aanrecht: kerstpakketten.

Iemand moet ze aan het inpakken zijn. De dozen staan in slagorde opgesteld, geopend. Een stapel rollen Droste-flikken ligt verderop, naast een asbak waarin een sigaret smeult. De radio staat aan, naast een rij goedkope flessen rode wijn. De keukendeur staat open, een lange gang is zichtbaar, maar er komt niemand doorheen. De kerstpakketten kunnen ook van vorig jaar zijn.

De Dam.

Armzalig hart van de hoofdstad.

Meer over