DAMMEN: Sierlijk motief brengt de winst

Vorige week besteedde ik aandacht aan de tweekamp die Iser Koeperman (Kiev, 1922) najaar 1958 tegen de Canadees Deslauriers speelde en die hem, dankzij een 22-18 zege, voor de eerste maal de wereldtitel opleverde....

Nu zijn van de tweekamp met Van Dijk de belangrijkste partijen al eens eerder (nov/dec 1989) in deze krant gepubliceerd. En aan Koepermans tweede match tegen Sjtsjogoljev heb ik tussen januari en maart 1992 zelfs een serie(tje) van zes rubrieken gewijd. Daarom wil ik het uitsluitend hebben over de vijfde en tevens laatste WK-match die Koeperman winnend afsloot.

Maar voordat we ons met die (eerste) tweekamp tegen Andreiko gaan bezighouden, leg ik de lezer twee partijen voor uit de maanden die aan die match voorafgingen. Daarbij beginnen we met de fraaie (toernooi)partij die Koeperman van diezelfde tegenstander won in het Europees kampioenschap 1967.

Het laat zich begrijpen dat Koeperman, wiens eerste vrouw in de zomer van dat jaar was overleden, in dat te Livorno gehouden EK enkele ongewoon zwakke momenten kende. Zo beging hij tegen de Belg Verleene en de Monegask Agliardi ernstige fouten, die evenwel zonder gevolgen bleven. De Fransman Simonata daarentegen profiteerde middels een simpele meerslagfinesse wèl van Koepermans inzinking.

Meer dan een vierde plaats in de eindrangschikking, achter (in deze volgorde) de destijds 17-jarige Sijbrands en het illustere duo Sjtsjogoljev/Andreiko, zat er voor Koeperman dan ook niet in. Maar toen hij op één en dezelfde dag (!) zijn beide landgenoten te bestrijden kreeg (van een cao-voor-dammers had men kennelijk nog niet gehoord), bleek de wereldkampioen wel degelijk op zijn post. Sjtsjogoljev bereikte een puntendeling, maar Andreiko werd een ronduit gevoelige nederlaag toegebracht.

Koeperman - Andreiko

(EK 1967)

1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.34-29 19-23 6.28x19 14x34 7.39x30

De slag naar 30 was al door Koeperman zelf geïntroduceerd in de elfde partij van zijn match tegen Sjtsjogoljev om het WK 1965. Ook het vervolg, waarbij ik met name op 10.31-27 enz. doel, past helemaal in de manier waarop het spel anno 1997 (weer) gespeeld wordt.

7...13-19 8.44-39 9-13 9.50-44 20-25 10.31-27 25x34 11.39x30 22x31 12.36x27 17-21

Pas hiermee wijkt de zwartspeler af van de zojuist genoemde partij Koeperman - Sjtsjogoljev, waarin vervolgd werd met 12...10-14 13.44-39 17-22 14.37-31 22-28 enz. (zie de Volkskrant van 29-2-1992). De door Andreiko geplande actie tegen het vijandelijke stuk op 27 zal echter in het geheel niet uit de verf komen.

13.30-25 11-17 14.40-34 7-11 15.34-30 21-26 16.41-36 10-14 17.43-39 4-10

Een ongezond uitziende zet, die gevolgen zal hebben voor het verdere verloop.

18.30-24 19x30 19.25x34 17-21 20.34-29(!) 12-17 21.39-34(!)

Verhindert 21...17-22?? door 22.29-23 +.

21...3-9 22.45-40(!)

En nu staat wit gereed om 22...17-22 met 23.29-23! enz. te beantwoorden. Daarom moet zwart aan zijn linker vleugel allerlei concessies doen.

22...14-19 23.44-39 19-24 24.29x20 15x24 25.34-29

Misschien was 25.34-30 (of eerst 25.49-43 en daarna pas 26.34-30) nog sterker geweest, maar de tekstzet is goed genoeg.

25...10-14 26.29x20 14x25 27.40-34 17-22 28.49-44(!) 22x31 29.36x27

De aanval op 27 is afgeslagen: op 29...11-17 volgt 30.33-28! enz., en 29...8-12 is nog slechter vanwege 30.34-29! 12-17 31.29-23! 18x29 32.33x24 met prachtig aanvalsspel voor wit. Andreiko besluit het dan ook over een andere boeg te gooien:

29...5-10 30.33-28 13-19 31.39-33 10-15 32.44-39 18-23

Zwart leidt het spel in klassieke banen. Inderdaad zou hij na 33.48-43?! 15-20 34.34-30 25x34 35.39x30 20-24 36.43-39? 9-14! voortreffelijk staan. Maar met behulp van een uitstekend getimede Ghestem-doorstoot, die wit na de onvermijdelijke afruil van 22 indirect een nog grotere temporeserve bezorgt, doorkruist Koeperman dit scenario:

33.28-22! 11-17 34.22x11 6x17 35.48-43!

En niet te snel 35.33-28? wegens de doorbraak-combinatie 35...17-22!!, 36...26-31, 37...19-23, 38...8-12 en 39...2x44.

35...15-20 36.33-28 20-24 37.38-33 8-13 38.34-30! 25x34 39.39x30 9-14(?)

39...13-18(?) 40.43-39 9-13 was geenszins beter geweest, om van 39...23-29? 40.43-39! 29x38 41.42x33 17-22* 42.27x18! 13x22 43.28x17 21x12 44.39-34 enz. maar te zwijgen. Maar met de onmiddellijke opmars van 2 naar 18 had zwart zich misschien nog kunnen redden. Ik kom hier in het commentaar bij zwarts 45e zet op terug.

Na de tekstzet kan Andreiko niet meer goed onder een (verloren) standaard-positie uit.

40.43-39! 2-8

In mijn eerste boek Topprestaties op het dambord, in 1968 verschenen bij Ten Have (Amsterdam), krijgt 40...2-8 een vraagteken en claim ik dat 40...23-29 41.30-25! (ziedaar waarom wit 38/40.42-38? nog even achterwege diende te laten) 29x38 42.42x33 13-18 nog remise was geweest. Maar de variant waarop dit oordeel stoelt, klopt niet.

Want na 43.35-30! 24x35 44.28-22 17x28 45.33x24 35-40 46.24-20 14-19 (ook na 46...40-45 47.20x9 45-50 48.39-34 50-45 49.34-30 45-18 50.9-4 18x48 51.30-24 enz. moet zwart het dammeneindspel verliezen) 47.39-34! 40x29 48.20-15 29-34 49.15-10 34-39 50.10-5 39-43 51.5x28 43-48(?) doet wit niet 52.28-22? enz. (52...48x31 53.27x36 21-27 =) maar 52.28-14! 48x20 53.25x14 met winst, bij voorbeeld 53...21-27 54.32x21 16x27 55.14-10! 27-32 56.10-4! enz.

41.42-38

Nu pas. Met schijven op 38 en 39 kan wit de uitval 23-29 immers steeds met (op z'n minst) 30-25! beantwoorden.

41...8-12 42.47-41!!

En niet het verleidelijke 42.47-42? 12-18 43.39-34?? wegens het schijnoffer 43...24-29! 44.33x24 17-22 45.28x17 21x12 met winst voor zwart!

42...12-18 43.41-36!

Zie diagram 1

Met verwisselde kleuren is nu de beroemde positie Ricou - Bonnard 1927 ontstaan.

43...17-22 44.28x17 21x12 45.33-28 12-17

Want 45...23-29?? faalt op eerst 46.27-21! en daarna pas 47/48.28-23 +. Had echter 14 op 9 gestaan en 36 nog op 41, dan was 44...23-29! wèl mogelijk geweest...

46.38-33?!

Het was Koeperman zelf die destijds al opmerkte dat 46.39-34! + (zoals in het NK 1992 door Wiersma tegen Van Berkel zou worden gespeeld) nog exacter was geweest. Met de evenmin te versmaden tekstzet speculeert wit (afgezien natuurlijk van 46...17-21?? 47.39-34 +) op 46...26-31(?) 47.37x26 23-29 en nu het even bekende als schitterende 48.28-23! 19x37 49.30x8! 29x38 50.27-21!! 16x27 51.39-33!! 38x29 52.8-3! +.

46...23-29 47.28-23! 29x38 48.23x21 26x17 49.32x43 24-29?!

Volgens - opnieuw - Koeperman (zie pagina 209 e.v. van zijn in 1974 verschenen leerboek Positiespel op het honderd ruiten-bord) zou 49...13-18 nog remise hebben gegeven, reden waarom wits 46e zet niet de meest nauwkeurige was. Maar nu ook Andreiko niet zijn beste kans waarneemt, boekt Koeperman een prachtige, in alle opzichten verdiende zege.

50.37-32 19-23 51.36-31 14-19 52.43-38! 29-34 53.30-24! 34x43 54.38x49 19x30 55.35x24 17-21 56.49-43!

Met als voornaamste rechtvaardiging 56...21-26 57.24-19! 26x28 58.19x8 16-21 59.27x16 28-32 60.8-3! en altijd 61.3-14 +.

56...23-28 57.32x23 21x32 58.23-19! 13-18 59.31-27!

Wikkelt af naar een linie-eindspel waarin een sierlijk motief de winst brengt.

59...32x21 60.19-14 21-27 61.14-10 27-31 62.10-5 16-21 63.43-38 31-36 64.5-37 21-27 65.37-46 27-31

Op meteen 65...27-32 en 66...36-41 kan wit zijn dam al naar 23 spelen.

66.24-19!

En zonder 66...31-37 67.46x12 36-41 68.12-7/3 + af te wachten, gaf zwart het op.

Meer over