DAMMEN: Heroïsch gevecht in partie-Bonnard

Vorige week liet ik drie van de vier winstpartijen zien die Guntis Valneris een onbedreigde zege in het prestigieuze Maars-toernooi bezorgden....

Hans Vermin, de inmiddels alweer tien jaar in Zwitserland woonachtige grootmeester van Nederlandse origine, deed in die laatste ronde een verwoede poging zijn (minimale) achterstand op Valneris om te buigen in een voorsprong. Maar ook de lijstaanvoerder liet zich niet onbetuigd. Want in plaats van zich met een puntendeling tevreden te stellen, speelde ook Valneris voluit op winst.

Door die van weerskanten prijzenswaardige instelling ontstond er een fascinerende strijd, waarbij werkelijk alle uitslagen denkbaar waren. Pas nadat rond de 30e zet de partie-Bonnard (!) van het bord verdween, werd geleidelijk aan duidelijk dat Valneris het het scherpst had gezien. Vermin kwam in moeilijkheden, offerde enigszins voorbarig een schijf, had toen nog steeds remise kunnen maken maar ging uiteindelijk in het eindspel ten onder.

Hieronder een integrale bespreking van de partij die als één van de hoogtepunten van 'Harderwijk 1995' de geschiedenis zal ingaan.

Vermin - Valneris

(Harderwijk 1995)

1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 6-11 4.41-37 12-17 5.34-29 8-12 6.40-34 19-23 7.35-30!? 20-25!?

Valneris gaat op de aangeboden complicaties in.

8.45-40 14-19 9.46-41 3-8

Meteen 9...10-14 is onnauwkeurig wegens 10.32-28 23x32 11.37x28, waarna zwart 30-24 en 29-23 enz. niet meer kan tegengaan en met een randschijf op 25 wordt opgezadeld.

De stelling die na de tekstzet is ontstaan, heeft zich al drieëntwintig jaar geleden voorgedaan in de partij Sijbrands - Sjtsjogoljew, Nederland-USSR 1972; alleen was daar toen een iets andere zettenreeks (5.46-41 8-12 6.34-29 3-8 7.40-34 19-23 8.35-30 20-25 9.45-40 14-19) aan voorafgegaan. Het is die 'stampartij' die Vermin en Valneris vanaf dit moment volgen, al meen ik haast zeker te weten dat de laatste zich daar in het geheel niet van bewust was...

10.50-45(!)

Een subtiel zetje: 10...10-14 blìjft onaantrekkelijk in verband met 11.32-28 enz., zodat 10...1-6 het meest voor de hand ligt. Maar juist die absentie van een vijandelijk steunpunt op 1 kan in wits voordeel werken wanneer het straks tot een Roozenburg-aanval komt...

10...1-6 11.31-27(!)

Nu pas.

11...22x31 12.36x27 10-14 13.40-35 5-10 14.44-40

Deze stelling, die overigens niet alleen uit de 1.32-28 17-22 enz., maar óók uit de 1.32-28 18-22 opening of uit een minder bekende variant als 1.34-29 17-22 2.40-34 11-17 3.32-28 6-11 4.37-32 enz. kan voortvloeien, is al diverse malen in de praktijk voorgekomen. De ervaringen die de zwartspelers er tot dusver mee hadden opgedaan, waren weinig bemoedigend.

14...17-22

Zwart is tot passiviteit veroordeeld, daar aan de opstoot 14...23-28 enz. bezwaren kleven. Zie bij voorbeeld Sijbrands - Karregat, Blindsimultaan IJmuiden 1987 (besproken in de Volkskrant van 29-8-1987), alsook de partij Hoopman - Wesselink uit het NK 1994.

15.41-36 22x31 16.36x27 11-17 17.47-41?!

Maar dit is op z'n minst twijfelachtig. In alle partijen waarin onmiddellijk 17.30-24! 19x30 18.35x24 werd gedaan, kreeg wit met die opstoot bevredigend tot zeer goed spel. Behalve Sijbrands - Sjtsjogoljew (18...6-11 19.40-35! 14-20 20.33-28! 17-21 21.28x19 18-22 22.27x18 12x14 23.32-28 enz.) noem ik in dit verband ook het competitieduel Hoopman - Okken 1989, waarin - evenals in een tweetal competitiepartijen van Sally de Jong - met 18...14-20 19.33-28 17-21 20.28x19 18-22 21.27x18 12x14 22.38-33 enz. werd vervolgd.

17...6-11 18.30-24 19x30 19.35x24 14-20!

Valneris legt de vinger op de wonde. Met de tekstzet, die het begin vormt van een even krachtig als indrukwekkend tegenspel, treedt het bezwaar van wits 17e zet al direct aan het licht: na 20.33-28 9-14! 21.28x19 14x23 kan hij, anders dan met 11 op 6 en 41 nog op 47, niet meer op veld 33 spelen!

20.41-36 17-22!

Opnieuw de sterkste zet. Zowel na 20...17-21?! als na 20...10-14?! 21.40-35! 14-19 22.45-40! 19x30 23.35x24 was wit alsnog in het voordeel gekomen.

21.40-35 22x31 22.36x27

Het is moeilijk te zeggen of 22.37x26, dat nog bekend is van een spannende competitiepartij Hoopman - Van Aalten 1994, de voorkeur verdient. In elk geval leidt de tekstzet vrijwel geforceerd tot een partie-Bonnard.

22...11-17 23.33-28 9-14! 24.28x19 14x23 25.39-33 10-14!

De zwartspeler laat zich willens en wetens op de komende verwikkelingen in.

26.33-28 14-19 27.35-30

(...)

De partie-Bonnard, één van de meest explosieve speltypes die het damspel kent, is een feit. Overigens: werkelijke keus had wit inmiddels niet meer, want 27.43-39? 19x30 28.35x24 zou na 28...4-9 en 29...18-22 enz. gewoon een schijf hebben gekost.

27...17-22 28.28x17 12x21 29.38-33(!)

Op zich fraai gespeeld: het mag bepaald verrassend heten dat wit 29...18-22 enz. niet hoeft te vrezen. Maar het zal niet voldoende blijken:

29...4-9! 30.33-28?!

Dit stelt zwart in de gelegenheid af te wikkelen naar een situatie waarin wit alleen nog maar op overleving kan hopen. Had Vermin daarom misschien tòch - zoals door sommige toeschouwers gesuggereerd werd - 30.42-38!? 18-22 31.27x18 23x12 32.33-28 moeten doen?

30...18-22! 31.28x26 7-11?! 32.29x18 20x40 33.45x34 13x31

Met groot voordeel voor zwart. Toch is de strijd nog lang niet gestreden.

34.43-38 11-17 35.38-33 9-13

Opmerkelijk: Valneris laat schijf 31 gewoon afruilen en richt zijn aandacht op de andere bordrand. Maar als één en ander, zoals ik vermoed, te maken heeft met de positie van schijf 17 - was dan op de 31e zet 8-12 enz. en aansluitend 34...31-36 niet (veel) beter geweest?

36.42-38 31x42 37.48x37 15-20 38.49-44

Doordat hij het vijandelijke stuk op 17 als combinatie-object gebruikt, kan wit schijfverlies nog net voorkomen. Maar de opsluiting van zijn rechter vleugel is al vervelend genoeg.

38...2-7 39.32-27 7-12 40.38-32 17-21 41.26x17 12x21

(...)

42.27-22(?)

Pas hiermee wordt althans het materiële evenwicht verbroken. Nu is het zo goed als zeker dat wit ook in het vervolg nog kan ontsnappen. Maar gewoon 42.44-40(!) was, zoals de analyse uitwijst, relatief veiliger geweest: winst voor zwart zit er dan niet meer in.

42...21-26! 43.32-27

Wits probleem is dat zwart 43.44-40 met 43...16-21! 44.40-35* 8-12! zou hebben beantwoord. Vandaar dat Vermin besluit schijf 30 te offeren.

43.32-27 20-24 44.22-17 24x35

Zwart heeft een schijf gewonnen, maar daar staat een aanzienlijke positionele compensatie tegenover.

45.33-29 8-12 46.17x8 13x2 47.44-39 2-8 48.39-33 19-24 49.29x20 25x14 50.33-28?

In tijdnood kiest Vermin het verkeerde veld. Met 50.33-29! (of ook meteen 37-32-28 enz.) 14-19 51.37-32 enz. kon wit nog steeds remise maken.

50...14-19! 51.27-22 8-12 52.34-29

Op 52.37-32 (met de bedoeling 52...26-31?! 53.34-29! 31-36? 54.29-23! 19-24 55.23-18! 12x23 56.28x30 35x24 57.22-18 enz. =) had eerst 52...35-40! (53.34x45) en dan pas 53...26-31 gewonnen.

52...35-40! 53.29-23 19-24

Van doorslaggevend belang is nu dat wit geen tijd heeft voor 54.22-18?? wegens 54...24-29! +.

54.37-32 12-17! 55.22x11 16x7 56.23-18 40-44 57.28-22

Wit heeft niet beter, want na 57.18-13 maakt zwart er met 57...44-49 58.32-27 49x21 59.13-9 21-17! 60.28-23 17-12! zelfs een 4x1 van.

57...44-49 58.32-28 49-21 59.18-13 21-3 60.28-23 24-30 61.23-18 30-34 62.22-17 3x21 63.13-9 21-3 64.9-4 34-39 65.4-15 39-43 66.15-29 7-11 67.29-34 26-31(!)

En na bijna zes uur spelen (de bedenktijden bedroegen 2.53 om 2.55) gaf wit het op.

Een heroïsch gevecht!

Meer over