Dagvaarding met eigen taal en/of formuleringen, althans woorden

Wie ergens van verdacht wordt en zich voor de rechter moet verantwoorden, krijgt een dagvaarding thuis. Die is gesteld in een bijzonder soort Nederlands....

Het is donderdagmiddag. In zittingszaal 1 wordt een mysterieuze zaak behandeld. Op de zogeheten rol komt-ie niet voor. ‘De rol’ is een wat misleidende term. Het is de agenda van de openbare zittingen die in een rechtbank worden gehouden. Vroeger werden zaken op de rol bijgeschreven, vandaar de naam. Tegenwoordig bestaat de rol uit ordners vol dagvaardingen die bij de zogenoemde centrale balie van de rechtsbank kunnen worden ingezien.

Dagvaardingen kennen eigen standaardformuleringen: ‘Hierbij dagvaard ik u om als verdachte te verschijnen op maandag 23 oktober 2006, te 09.00 uur, ter terechtzitting van de meervoudige kamer in het arrondissement Rotterdam, Wilhelminaplein 125, teneinde terecht te staan terzake van hetgeen hieronder is omschreven.’ Is getekend, de officier van justitie.

Stel dat iemand wordt verdacht van moord. Dan zal de dagvaarding kunnen luiden: ‘Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 20 juli 2006 te Culemborg opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd V. Iktim van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst en/of hart, althans het lichaam van voornoemde Iktim gestoken, tengevolge waarvan voornoemde Iktim is overleden; (art. 289 Wetboek van Strafrecht).’

Het woord dagvaarden komt van het Middelnederlandse dachvaert, dat rond 1520 in zwang raakte en ‘dagreis’ of ‘tocht’ betekende. Met ‘de dagvaart’ werd echter ook bedoeld een vergadering van een gezaghebbend orgaan met afgevaardigden uit diverse plaatsen. Dagvaarden betekende in die zin ‘ter vergadering oproepen’. Men verscheen ‘ter dagvaart’.

De stap naar het huidige dagvaarden is daarmee snel gemaakt. Volgens het strafrecht moet de dagvaarding persoonlijk aan de verdachte worden overhandigd. Hiervan wordt de zogeheten akte van betekening opgemaakt, zodat de rechter kan zien dat de verdachte de dagvaarding op de juiste wijze heeft verkregen. Een verdachte is niet verplicht op de zitting te verschijnen, in tegenstelling tot een getuige, die altijd moet komen.

Een dagvaarding is dus een oproep, maar bevat tevens een beschrijving van het tenlastegelegde feit. De officier van justitie moet dit feit zo concreet en duidelijk mogelijk verwoorden. De verdachte en zijn advocaat moeten hierop hun verdediging kunnen baseren.

Een officier van justitie zal echter bewust een zekere vaagheid inbouwen. Als tijdens de zitting blijkt dat de feiten net even anders liggen, wil hij genoeg ruimte hebben om dit te kunnen preciseren.

Wie wordt verdacht van het stelen van een ketting kan daarom de volgende dagvaarding krijgen:

‘Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 23 augustus 2006 te Den Haag op of aan de openbare weg, de Aaltje Noorderwierstraat, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gouden ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan L. Swart, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die Swart, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (onverhoeds) (met kracht) aftrekken van die ketting van de hals van Swart en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal (telkens) tonen en/of richten van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die Swart en/of op, althans in de richting van, het lichaam van die Swart.’

Peter de Greef

Meer over