Dagelijks de nestjunks uit de flat flossen

De Bijlmermeer was tien jaar geleden de wijk met de meeste criminaliteit van Nederland. Hoe is de situatie nu? De Volkskrant koos domicilie bij de politie in de Bijlmer en doet daarvan in zeven afleveringen verslag....

De deur van de lift gaat open en een grote plas stroomt naar buiten. Iemand heeft zijn blaas geleegd. Peter van den Broek en Jaap van der Woude van het politieteam Ganzenhoef stappen de lift in en gaan naar de negende etage van de flat Egeldonk.

De pislucht is een typische Bijlmerlucht, vindt Van der Woude. Als hij van vakantie terugkomt, weet hij meteen wat hij heeft gemist. De flatgebouwen worden dagelijks schoongemaakt, maar Van den Broek waarschuwt niets aan te raken: alles is vies.

Op de bovenste verdieping begint om half zeven ’s ochtends hun wekronde langs junks en daklozen die op trappen en in de hallen van de flats slaapplaatsen hebben gemaakt.

Van den Broek en Van der Woude staan al vele jaren ‘met de poten in de modder’. Van veel dealers en verslaafden kennen ze de naam of de bijnaam. Hun missie is, zeggen ze, ‘irritant zijn voor personen die dat nodig hebben’. Daardoor wordt de buurt weer een beetje schoner.

Als de twee agenten boven in de trappenhuizen staan, ruiken ze vaak al of er vijf verdiepingen lager slapers liggen. Onderweg naar beneden vinden ze ritselpapiertjes voor cocaïne, sigarettenpakjes, lege drankflessen, base-pijpen, een paar drollen en platgetrapte dozen om niet op de koude tegels te hoeven liggen. Het zijn restanten van menselijk leven in de nacht.

De politie maakt meerdere malen per dag een ronde door de flats in de Bijlmer om slapers weg te jagen. In de flats Eeftink, Egeldonk en Geldershoofd heeft dit ‘flossen’ sinds begin november pas echt effect.

Voor die tijd stuurde de agenten ongewenste bezoekers voor een periode van acht uur weg. Dat maakte weinig indruk. Bovendien stelde de rechter dit jaar dat de politie in flatgebouwen geen verbod voor acht uur mag uitvaardigen omdat de gebouwen geen publieke ruimte zijn.

Dat bracht Van der Woude en zijn collega Dennis Zijlstra op het idee van flatverboden. Het komt erop neer dat de politie namens woningbouwvereniging Rochdale bepaalde personen verbiedt zich in het gebouw te bevinden. Als ze er toch zijn, doet Rochdale aangifte van huisvredebreuk. Wie drie keer het verbod overtreedt, ontvangt een dagvaarding.

In twee maanden zijn in de flats Egeldonk, Eeftink en Geldershoofd meer dan honderd flatverboden uitgedeeld. De rechter vonniste al celstraffen tot 21dagen. De steeds terugkerende ‘nestjunks’ komen uit Amsterdam en wijde omgeving. Het zijn daklozen en verslaafden die hun dope halen bij de straatdealers in Zuidoost.

Het succes van de flatverboden zal worden toegepast in andere buurten. Een flat als Hoptille kan de verboden goed gebruiken. Na de grondige renovatie in 2003 is die verworden tot een openbaar toilet.

Van der Woude en Van den Broek maken de afdaling in de trappenhuizen. Ze treffen niemand slapend aan. Evenmin ligt er een lijk, zoals enkele keren vorig jaar. Dat waren drugskoeriers bij wie een bolletje cocaïne in de maag was geknapt. Van der Woude zegt dat ze als oud vuil uit de ‘poephuizen’ waren gegooid, waar ze na een reis uit Suriname of de Antillen hun vracht moesten afleveren.

De agenten komen een Nederlander en een Surinamer tegen die op de vierde verdieping met een fiets en een hond het trappenhuis inlopen. De uit Hilversum afkomstige man komt met vage en steeds andere verhalen over hun aanwezigheid in de flat. ‘We doen niets verkeerd’, zegt hij, het standaardverweer van elke verslaafde.

In de woning waar de mannen zouden zijn geweest, wordt gezegd dat ze zojuist muziekles hadden. Het is nog geen zeven uur in de ochtend. In de kamer staat een groot orgel. Een man en vrouw zitten rond een tafeltje met het gereedschap van de junk: zilverpapiertjes, een aansteker en een base-pijp. In de uitgewoonde en vervuilde woning is het een komen en gaan van verslaafden, zegt Van den Broek. Hij herinnert de aanwezige mevrouw R. aan haar flatverbod.

‘Ik ben op bezoek bij een vriend.’

‘U mag niet in deze flat komen. U zit hier niet aan de thee.’

‘Ik doe niets verkeerd.’

Van den Broek maakt er geen probleem van.

‘Prettige dienst’, zegt de vrouw.

Meer over