Dagboek

ERIK VAN DEN BERG

DE ECHTGENOTE VAN DOSTOJEVSKI ZIET HAAR MAN GELD VERLIEZEN AAN DE SPEELTAFEL.

Baden-Baden, 10 juli 1867

We stonden vanochtend op met het bange voorgevoel dat we opnieuw geld zouden gaan verliezen. Fedja verliest doorgaans als hij voor het eerst naar de roulette gaat. Zijn beste tijd is tussen twee en drie uur 's middags, en daarna 's avonds weer tegen zessen. Fedja vertrok en ik bereidde me erop voor dat hij zijn geld zou verspelen. En ja, hij kwam terug en zei dat hij onvoorstelbare pech had gehad: omdat het vier keer achtereen zéro was geweest, durfde hij er niet op in te zetten. Toch gebeurde het wéér, en natuurlijk verloor hij.

Ik was volkomen uit het veld geslagen, haast buiten mijzelf, en zei achter elkaar: 'Wat een rotstreek, wat een rotstreek, verdomme!' Het is pijnlijk, op het vernederende af, dat we door zoveel pech niet eens het geld voor onze dagelijkse uitgaven kunnen winnen.

In mijn beurs had ik nu nog een stuk van vijf frank, een van twee gulden en wat kleingeld. Fedja pakte me het stuk van vijf frank af en vertrok. Hij was snel weer terug, want hij was het meteen al kwijtgeraakt.

Er viel niets aan te doen. Natuurlijk hadden we het geld voor onze dagelijkse uitgaven moeten bewaren, maar dat hebben we nu eenmaal niet gedaan. Hij smeekte me hem ook het resterende geld te geven, hij nam het en ging het inzetten.

Toen begon ik tot de Moeder Gods te bidden of ze me, zoals al zo vaak, wilde helpen, ook al verdiende ik het niet. Ik was er vast van overtuigd dat Fedja nu wel zou winnen.

Anna Dostojevskaja-Snitkina (1846-1918), echtgenote van de Russische schrijver Fjodor ('Fedja') Dostojevski. Fragment uit haar postuum uitgegeven dagboek, dat ze in steno noteerde.

Anna Dostojevskaja

undefined

Meer over