Dagboekfragment: Wie geen graf kan betalen, verdwijnt in de knekelput

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

La Malagueta in Málaga. Beeld afp
La Malagueta in Málaga.Beeld afp

Malaga, 7 maart 1949

Ik heb de indruk dat het aantal bedelaars in Malaga vergeleken met vroeger minimaal is verviervoudigd. Je kunt niet in een café zitten of binnen tien minuten komt er een verwaarloosd joch op handen en voeten binnen (opdat de kelners hem niet zien), om naar peuken te zoeken. En dan zijn er nog de arm- en beenlozen, de zieke moeders met zieke kinderen en het peloton schoenpoetsers en loterijverkopers.

Die strijd om het bestaan, pal onder je neus, is akelig om te zien, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er ook iets opwekkends van uitgaat. Je voelt de rauwe hunkering en behoefte. We voelen ons hier ver weg van het slome, slakachtige leven in Bournemouth en Torquay.

Het heeft meer weg van hoe vogels leven, dan hoe er in beschaafde landen over een geregeld bestaan wordt gedacht. Om in leven te blijven, moeten deze mensen elke dag weer op hun sluwheid en vernuft vertrouwen.

Een fout of twee en ze zijn er geweest. De maatschappij doet niets voor ze - zelfs een begrafenisceremonie kan er niet vanaf. Er wordt niet voor de dode gebeden en geen afscheidsdienst gehouden, tenzij er 500 peseta's is betaald. Wie dat niet kan, verdwijnt als een hond in de knekelput.

Trouwen kunnen ze niet en naar de kerk gaan ze evenmin. Een bedelares die een zieke man en drie kinderen moet onderhouden, vroeg ik of ze de mis bezocht. 'Hoe zou ik', zei ze, 'in deze kleren?'

Gerald Brenan (1894-1987), Britse schrijver. Ingekort fragment uit The Face of Spain. Turnstile Press, 1950.

Meer over