Dagboekfragment: In Istanbul is geen lelijke vrouw te zien

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Istanbul. Met op de achtergrond de Çaml¿ca moskee Beeld epa
Istanbul. Met op de achtergrond de Çaml¿ca moskeeBeeld epa

Istanbul, 14 december 1856

Drie sabbats per week in Constantinopel. Vrijdags de Turken, zaterdag de joden, 's zondags katholieken, Grieken en Armeniërs. Stak om 8 uur 's ochtends de tweede brug over naar Stamboul. De schitterende gezichten die je hier ziet. Vrijwel geen lelijke vrouwen. In elk raam zie je gezichten (Joods, Grieks, Armeens) die op een galabal in Engeland of Amerika alle aandacht zouden trekken.

Vervallen huizen en vuile straten. Tekenen van armoede. Prachtige meisjes die vanuit wrakke schuurtjes naar je gluren, als rozen en lelies in kapotte bloempotten. Heel schuw en verlegen.

Een wirwar van straatjes, geen hoofdstraten. Geen idee waar je bent. Hopeloos de weg kwijt. Sjouwers met immense lasten. Kamelen, ezels, muilezels, paarden, enz.

De bruggen van Constantinopel overtreffen die van Londen in schilderachtigheid. Kano's schieten heen en weer onder de houten overspanningen. Aan beide oevers Turkse zeilschepen van gelijke bouw en hoogte. Masten als soldaten die het geweer presenteren. Masten van zwarte Engelse stomers.

Loodsjongens op de brug. Grieken met knappe gezichten, levendig, spraakzaam. Ik werd er niet moe van over de leuning te hangen en met ze te praten.

Herman Melville (1819-1891), Amerikaanse schrijver. Ingekort fragment uit Journal up the Straits. Cooper Square Publishers, 1971.

Meer over