Dagboekfragment: Goethe beklimt de Vesuvius

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

De Vesuvius. Beeld reuters
De Vesuvius.Beeld reuters

Campanië, 6 maart 1787

Aan de voet van de helling stonden twee gidsen op ons te wachten, beiden potige kerels. De eerste sleepte mij, de tweede Tischbein de berg op. Zulke gidsen knopen een leren riem om hun middel, waaraan de reiziger zich vastgrijpt om zich naar boven te laten trekken.

Zo bereikten wij de vlakte waarboven de kegelberg oprijst, met aan de noordzijde de brokken puin van de Somma, en we liepen nu in een boog om de altijd rokende, stenen en as uitwerpende kegelberg. Zolang we genoeg ruimte hadden om een gepaste afstand te bewaren, was het een geestverheffend schouwspel. Eerst een geweldig gebulder dat uit de diepste diepte opklonk, vervolgens stenen, grote en kleinere, die met duizenden tegelijk de lucht in geslingerd werden, gehuld in wolken van as.

Voor het merendeel vielen ze in de afgrond terug. De zijwaarts gedreven blokken maakten een wonderlijk geluid: eerst ploften de zwaardere stenen neer en hupten dof dreunend langs de flanken omlaag, de lichtere stenen kwamen er ratelend achteraan, en tot slot volgde een fijne asregen.

Tussen de Somma en de kegelberg werd de ruimte echter krap, reeds vielen verscheidene stenen om ons neer en maakten het voortgaan onaangenaam. Nog ratelden de kleine stenen om ons heen, toen de kordate jongeman mij al over de gloeiende rolstenen naar boven sleurde. Daar stonden we voor de monsterlijke muil.

Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832). Ingekort fragment uit Italiaanse reis. Vertaling Wilfred Oranje. Boom, 1999.

Meer over