Dag zonder einde

Zwoel, zweterig en zwanger van lust en bijgeloof. 21 Juni, de langste dag van het jaar, heeft door de eeuwen heen aanleiding gegeven tot broeierige fantasieën....

Door Joost Ramaer

Op de langste dag van het jaar kroonden de druïden van de oude Kelten hun Eikenkoning, de god van de langer wordende dagen. De Chinezen van het oude keizerrijk vierden de aarde, het vrouwelijke en de kracht van Yin. De Galliërs zetten hun Epona in het zonnetje, godin van vruchtbaarheid, onschendbaarheid en landbouw, die door het leven ging als een stoere meid op een paard.

Germanen en Slaven lieten liefdesparen door vreugdevuren springen. Hoe hoger die sprongen, hoe hoger het graan dat jaar zou groeien. Ook zou het vuur de meisjes helpen de ware Jacob te vinden. Kunstenaars maakten het zo mogelijk nog bonter. Neem A Midsummer Night's Dream van William Shakespeare, waarin elfen en toverwezens stoeien met twee liefdesparen.

Kortom, de viering van 21 juni - komende zaterdag is het weer zo ver - was door de eeuwen heen een vrolijk New Age-achtig feest vol heidense rituelen, dubbele bodems en vette knipogen, in de verbeelding en in de werkelijkheid.

Is het dat nog steeds? De viering van de langste dag in het Vierwindenhuis wijst krachtig in die richting. Dit Amsterdamse wooncomplex ís tenslotte een beetje New Age. Het ontstond in 1990 naar een idee van filosoof Fons Elders, die ouderwetse gemeenschapszin wilde combineren met het moderne 'ieder voor zich'. Dat ideaal kreeg gestalte door openbare ruimten op de vier hoeken, gezamenlijk beheerd door de bewoners en geschilderd in de kleuren van de vier elementen aarde, water, vuur en lucht.

Maar van enig verband is geen sprake, legt bewoonster Dana Smit opgewekt uit. 'Toen de laatste woning in ons huis werd opgeleverd, ontstond het idee om dat met z'n allen te vieren. Dat was in april 1990, maar al brainstormend kozen we 21 juni als datum voor dat feest.' Komende zaterdag organiseert het Vierwindenhuis zijn feest voor de veertiende keer op rij. 'Het heeft ieder jaar een thema', vertelt Smit. 'Dit keer is dat Water, omdat het de laatste vier jaar steeds zulk shitweer was op die dag.'

In Amsterdam gaat zaterdag de zon op om 5.18 uur en weer onder om 22.06 uur, zo leert de calculator op de website van Stichting De Koepel, een Utrechtse club van amateur-sterrenvorsers: zestien uur en 48 minuten dolle pret. In Maastricht kraait de haan die dag pas om 5.23 uur, en gaat hij al om 21.55 uur weer op stok. De Limburgers, toch fameuze feestvierders, moeten het doen met zestien minuten minder.

De midzomer - warm, zonnig, iedereen buiten, iedereen bruin, iedereen luchtig gekleed - lijkt vol hoop en verwachting. Tijd voor schoonheid én stoutigheid: van idyllische bruiloften tot verboden liefde en bacchanalen op het strand. Toch?

Toch niet. Onze verbeelding getuigt al van een gemengd beeld, zacht gezegd. Shakespeares theateridylle heeft een gelukkig einde: de ware liefde zegeviert op alle fronten over het geplande verstandshuwelijk. Maar dat heeft heel wat voeten in de aarde. De elf Puck zet de geliefden aanvankelijk onbedoeld tegen elkaar op door de verkeerde minnaar te betoveren. 'What hast thou done?', roept elfenkoning Oberon vertwijfeld uit. Hij voorziet vreselijke gevolgen: 'Some true love turn'd and not a false turn'd true.' Slechts met kunst en vliegwerk komt het tovervolkje alsnog aan het beoogde resultaat.

Het kan nog erger. Alfred Issendorf, de antiheld uit de roman Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans, brengt de midzomer door in het hoge noorden van Europa. Nergens duurt die periode langer dan daar. Sterker, de zon gaat er wekenlang niet eens meer onder. Maar voor Issendorf ontaardt deze hemel in een hel op aarde. Gebukt onder een belast verleden, eigen onhandigheid, een onhaalbare wetenschappelijke droom en zwermen muggen, ploetert de geoloog zich naar een rampzalig einde.

Deze fictie benadert angstwekkend dicht de werkelijkheid, ontdekte onlangs de Australische journalist Andrew Bain van dagblad The Age in Melbourne. Bain kende de verhalen over de midzomerfeesten in noordelijk Scandinavië - zwoel, zweterig en zwanger van lust, bijgeloof en bandeloosheid. 'Zweden maakt er het grootste spektakel van', schreef hij op 14 juni in zijn krant. 'Dans en zang rond een met bloemen behangen meiboom. In Finland wordt er ook gedanst, met vreugdevuren als glimwormen langs de oevers van de meren. Vuren zijn ook de hoofdattractie in de Noorse en Deense festiviteiten. In Noorwegen worden die vaak aangestoken op bergtoppen. Overal gaat het feest de hele nacht door, passend voor een hemels fenomeen dat de Scandinaviërs aanduiden als 'de dag zonder einde'.'

Dat wilde Bain wel eens meemaken. Hij besloot die lange nacht door te brengen op de Noordkaap, het noordelijkste puntje van Europa in Noorwegen, 'de plek waarvan ik aannam dat die zich het meest ongeremd zou overgeven aan de midzomerviering'. Aangekomen op de eigenlijke Noordkaap, zag hij een stalen wereldbol en een rotswand 'die hoogtevrees opwekt'. Drommen toeristen schuifelden langs de rand. 'Ik keek uit naar een vreugdevuur, maar zag er niet één. Het hart zonk mij in de schoenen. Er leek helemaal geen feest te zijn.'

Terug naar de bijbehorende nederzetting dan maar. Daar staat een toeristenbunker. Entree: 21 euro. 'Wij kozen een plek aan een raam op het noorden voor een midzomernachtwake, maar toen ik om tien uur 's avonds even naar buiten ging, belandde ik in een opstopping van touring cars.' Eenendertig bussen telde Bain, en zo'n duizend toeristen binnen in de bunker. 'Still two hours to go to the main non-event.' Rond middernacht was het razend druk, vijf minuten later was de betonwoestenij weer vrijwel uitgestorven. 'Just another lonely night in the Arctic.'

De verklaring voor deze ontreddering is wellicht dat onze associaties met de langste dag uit een wel héél ver verleden dateren. Een feest zoals Pasen mag dan evengoed een product zijn van heidense en christelijke verwarring, bij de herrijzenis van de zoon van de Heilige Vader kan zelfs de minst geletterde westerling zich nog iets voorstellen.

Maar elfen, feeën en druïden zijn uitvindingen van volkeren die teruggaan tot duizenden jaren vóór Jezus Christus. Over wat hen bewoog, hebben eeuwen van wetenschappelijk onderzoek ons nauwelijks enige zekerheid gebracht. En daarom geeft eenieder, geheel in de geest van de tijd, aan de langste dag zijn geheel eigen invulling.

Zoals het Vierwindenhuis met zijn Water-viering. Daar valt komende zaterdag te genieten van een Treasure Trove (rommelmarkt), De staart van de zeemeermin, 'een toneelvertelling door kinderen', een salsa band met dj, 'waterspelletjes en grappige prijzen, exotische hapjes en drankjes'. Gewoon, een leuk feestje. Waarom ook niet?

Als het maar niet voor de zoveelste keer natregent, verzucht Dana Smit. 'Er is een weeromslag voorspeld.'

Meer over