Dag vakantie, hallo werk

Geld, status en succes leveren slechts vluchtig genot. Maar werk is goed voor blijvend geluk. Door Peter de Greef..

Goed nieuws: de vakantieroes waarin u nu nog verkeert, is binnen drie weken verdwenen. Tegen die tijd gaat u weer volledig op in uw werk en beleeft u de momenten die u het gelukkigst kunnen maken.

Welkom terug, welkom thuis.

Hoogstwaarschijnlijk worstelt u nog met uw vakantiegevoel. Dat is niet verwonderlijk. Uit allerlei wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vakantie verkwikkende gevoelens bij ons boven brengt: het vergroot de tevredenheid over het leven (en over het werk), het vermindert spanning en werkstress. Het is goed voor het gemoed, de kwaliteit van de nachtrust en het fysieke welbevinden. Het geeft een gevoel van vrijheid en controle, het creëert een buffer waarin eventuele negatieve gebeurtenissen in het leven beter kunnen worden aangepakt en het verstevigt het gevoel van sociale verbondenheid met hen die ons het meest dierbaar zijn.

Maar vakantie maakt niet blijvend gelukkig. Twee Israëlische onderzoekers, Mina Westman en Dov Eden, van de universiteit van Tel Aviv toonden in 1997 al aan dat het ontspannende effect van vakantie na zo’n drie weken is verdwenen. Weense gezondheidspsychologen wisten drie jaar later te melden dat het positieve effect op nachtrust en gemoed een week of vijf na de vakantie voorbij is. Alleen bij degene die tijdens de vakantie drie weken in een kuuroord verblijft, is de kwaliteit van leven na twaalf maanden nog altijd iets hoger dan voor de vakantie, althans op enkele onderdelen.

Dus op naar het werk, op naar de ellende?

Dat zou wel eens uw eerste gedachte kunnen zijn. Overigens een heel normale: 70 procent van alle gedachten van een normaal mens is negatief. En klagen over het werk is iets doodnormaals. In mei van dit jaar bleek echter uit een Britse studie onder bijna 14 duizend werknemers in 23 landen, dat de Nederlandse werknemer behoort tot de gelukkigste ter wereld, samen met de Thaise en de Ierse. Ook zeurt hij het minst. En qua arbeidsmoraal behoort Nederland tot de wereldtop.

Nederlanders zijn domweg gelukkig; in Europa zijn er alleen in Denemarken procentueel gezien flink meer tevreden burgers. Uit de zogeheten Eurobarometer, die de tevredenheid van inwoners van de EU peilt, blijkt dat sinds 2001 het percentage Nederlanders dat zeer tevreden is met het leven schommelt rond 45, met een dip eind 2002 (37). In het langlopende geluksonderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam ligt het gemiddelde rapportcijfer voor geluk in Nederland al zo’n 30 jaar tussen 7,3 en 7,9.

Wat maakt gelukkig?

De Amerikaanse psycholoog Martin Seligman is oprichter van het centrum voor positieve psychologie aan de universiteit van Pennsylvania. Waar de ‘traditionele’ psychologie zich vastbijt in psychische problemen en stoornissen, richt de positieve psychologie zich op gezond gedrag en positieve ontwikkeling.

Seligman is medeaanstichter van de mondiale hausse aan wetenschappelijk onderzoek naar geluk, die sinds 2000 is ontstaan. Geluk is meetbaar, althans uitspraken over geluk zijn meetbaar. Dus studie is mogelijk. En wat blijkt: een flinke salarisstijging, een goede gezondheid, een aantrekkelijk lichaam, wonen in een zonnig land, het volgen van een fantastische opleiding – ze hebben nauwelijks invloed op het geluksgevoel van een persoon.

Ze brengen wel een weldadig moment van voldoening teweeg (‘vluchtig geluk’), maar ze verliezen binnen enkele maanden hun effect. Alleen met nog meer nieuwe bezittingen en nog grotere successen kan dit vluchtige genot worden verlengd.

Seligman en andere wetenschappers spreken in dit verband graag over de hedonistische tredmolen, waarin je moet blijven rondrennen om te voorkomen dat het kortdurende geluk tot stilstand komt.

Welk geluk is dan wel langdurig?

Onderzoekers zochten het antwoord. Het geheim van geluk schuilt in het vinden van activiteiten waarin volledige gewenning nooit helemaal wordt bereikt. De Britse econoom sir Richard Layard verwoordt in zijn boek Happiness kernachtig de oplossing van het geheim: het gaat om de tijd die we met familie en vrienden doorbrengen en om de kwaliteit van ons werk en de zekerheid die we eraan ontlenen. Daarbij is de liefde het belangrijkste, maar voor de meesten niet genoeg: we willen ons ook nuttig voelen door een zinvolle bijdrage te leveren aan de gemeenschap. Kortom, door werk (zowel betaalde arbeid als vrijwilligerswerk). Maar hoe kan werk langdurig gelukkig maken?

Op de tweede verdieping van een sober universiteitsgebouw in Utrecht zetelt hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie Wilmar Schaufeli. Vijftien jaar lang deed Schaufeli uitsluitend onderzoek naar burn-out, verzuim en werkstress tot hij in 1999 tijdens een sabbatical in Spanje zich de vraag stelde: waarom altijd die burn-out, er zijn immers veel meer mensen die met plezier naar hun werk gaan?

Sindsdien heeft hij met zijn onderzoeksgroep tientallen studies gedaan naar arbeidsplezier, toewijding en bevlogenheid. De vragen die zij stelden, gingen terug tot de oerreacties van de mens. Zo is over de functie van negatieve emoties veel bekend. Eenvoudig gezegd: wie bang is die vlucht, wie boos is die vecht. Maar hoe zit het met de functie van positieve ervaringen? Leidt blijheid of tevredenheid niet veelal tot heerlijk achteroverleunen en nagenieten – een op het eerste oog toch weinig productieve reactie?

De functie van positieve emoties ligt vooral op de lange termijn, zegt Schaufeli. Wie gelukkig is, krijgt meer zelfvertrouwen en staat open voor steeds nieuwe ervaringen. Positieve ervaringen zijn de motor achter zelfontplooiing.

Positieve emoties ervaren we vooral op die momenten waarop we ons in een situatie bevinden die zeer uitdagend is, veel vaardigheid vereist en vergezeld gaat van gevoelens van concentratie, creativiteit en bevrediging. Momenten waarop we zo opgaan in wat we doen dat we elke notie van tijd vergeten. De Amerikaans/Hongaarse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi noemt dit flow. Zo’n flow-beleving van een diep gevoel van voldoening doet zich vaker voor op het werk dan thuis, blijkt uit zijn onderzoek. De verklaring hiervoor ligt vooral in de structuur van het werk. Meestal zijn doelen en regels duidelijk en zijn goed concentreren en het (volledig) benutten van onze vaardigheden vereisten om de uitdaging aan te kunnen gaan. Thuis zijn we vaak sneller afgeleid, weten we niet hoe goed of hoe slecht we iets doen en hebben we minder snel het gevoel dat we het beste uit onszelf halen.

De gelukkigste mensen zijn bevlogen mensen. ‘Bevlogenheid is simpelweg het tegenovergestelde van burn-out’, zegt Wilmar Schaufeli. Wie bevlogen is, vergeet de dingen om zich heen (flow/absorptie), hij voelt zich fit en sterk op het werk en bruist van energie (vitaliteit) en vindt het werk nuttig, inspirerend en uitdagend (toewijding).

Twaalf procent van de Nederlanders valt in de categorie van ‘bevlogen werknemer’. Ze doen hun werk altijd vol overgave en passie, en stralen die bevlogenheid ook uit buiten het werk, dus thuis, bij vrienden, of op de sportvereniging, noem maar op. Driekwart van de Nederlandse werknemers zegt dikwijls of regelmatig met bevlogenheid zijn werk te doen. Maar voor iedereen die werkt, geldt, aldus Schaufeli, dat arbeid structuur geeft aan het leven, kansen geeft tot zelfontplooiing en het leggen van sociale contacten, en het leven zin geeft.

Werk heeft nog nooit zo veel vreugde gegeven als nu, stellen geluksonderzoekers. Werkdagen van 16 uur zijn hier allang verleden tijd. Je letterlijk kapotwerken, hoeft niet meer. Een fatsoenlijk salaris, goede sociale voorzieningen, ontslagbescherming – het is allemaal geregeld. Alleen de tijdsdruk is enorm toegenomen. De snelheid van leven is hoog.

De Duitse socioloog Manfred Garhammer zocht uit wat hiervan het effect is. Tot zijn verbazing ontdekte hij een opmerkelijk verband tussen tijdsdruk en geluksniveau. In moderne samenlevingen waar de tijdsdruk hoog is, zijn de inwoners het meest tevreden met hun leven. Garhammer noemt dit de paradox van mensen in de moderne meerkeuzesamenleving. De meest actieve personen zijn ook het meest gelukkig.

Voor de Utrechtse burn-outdeskundige Schaufeli is de vraag of werk gelukkig maakt met één zin te beantwoorden: ‘Werk kent nadelen, maar wie helemaal geen werk heeft, is veelal doodongelukkig.’

Meer over