Dag in de branding

BIËLLA LUTTMER

Dag in de branding. Kurtág, Van de Putte (****). Solisten, Asko|Schönberg, Slagwerk Den Haag o.l.v. Reinbert de Leeuw.

Dr. Anton Philipszaal, Korzotheater, Den Haag, 14/12

Een droomwereld, met opeens striemende gongs als hooligans.

Voorzichtig glijden de vingers van Elliot Simpson over de losse snaren van zijn gitaar, alsof hij zoekt naar een sfeer van lang geleden en ver weg. Hij probeert een andere toon, krijgt gezelschap van een zacht getokkelde harp, een cimbaal, een grote trom. Vanaf de balkons van de Dr. Anton Philipszaal dalen violen en celli in dezelfde wate rige tinten op je neer. Net als je je hebt ingesteld op de tere droomwereld om je heen hakken er scheidsrechtersfluitjes en striemende gongs als een horde hooligans op je in.

Met Grabstein für Stephan van György Kurtág gaf Asko|Schönberg tijdens de Haagse Dag in de branding de aftrap voor een kort concert met werken van de Hongaar die fel afsteken bij de ultrakorte cycli waarvan hij bekend is. Ook in de Vier liederen van János Pilinszky, met de bas Harry van de Kamp als overtuigende drinkebroer, en in What is the word, met de mezzosopraan Gerrie de Vries op het podium en de zangers van Cappella Amsterdam op het frontbalkon, hakt hij soms fel op zijn publiek in. Mooi dat Reinbert de Leeuw zich naar zaal en balkons omdraaide en de wijd uit elkaar staande musici verbluffend strak bij elkaar hield. Mooi ook dat Gerrie de Vries en Cappella Amsterdam de stokkende teksten, die Samuel Beckett schreef voor een vriend die leed aan afasie, heen en weer lieten kaatsen van het Hongaars (De Vries) naar het Engels (Cappella Amsterdam) met een schat aan expressieve finesses.

Meteen na het applaus moesten de musici op een holletje naar Korzo, verderop in de Haagse binnenstad, voor de uitreiking van de Matthijs Vermeulenprijs aan Jan van de Putte én de première van Bamboleamos no mundo, een nieuw deel uit diens Pessoa-cyclus.

Met veelgelaagde ruisklanken en een schitterende uitbarsting van koperklanken daagt Van de Putte de musici uit . Geweldig hoe de taalgevoelige Van de Putte zijn zangeressen zo laat stoeien met het woord tonto (Portugees voor niet goed wijs) dat ze bijna vastlopen in het nauwkeurige raderwerk van zangstemmen en orkest.

Soms dreven de musici ver uit elkaar, ondanks de strakke slag van Reinbert de Leeuw - geen wonder bij de duivels lastige ritmen die Van de Putte voorschrijft. Lof voor de Israëlische sopraan Keren Motseri en de Sloveense mezzo Barbara Kozelj die hun stemmen in elkaar vlochten en elkaar opzweepten tot stratosferische hoogten.

M. VERMEULEN-PRIJS

VOOR ZIJN COMPOSITIE KAGAMI-JISHI KREEG JAN VAN DE PUTTE (1959) IN THEATER KORZO DE PRESTIGIEUZE MATTHIJS VERMEULENPRIJS UITGEREIKT. DE PRIJS WORDT EENS PER TWEE JAAR TOEGEKEND DOOR HET FONDS PODIUMKUNSTEN. KAGAMI-JISHI, VOOR PIANO EN ORKEST, GEïNSPIREERD DOOR HET GELIJKNAMIGE JAPANSE KABUKI-DANSSTUK, GING VORIG JAAR IN PREMIèRE TIJDENS HET HOLLAND FESTIVAL.

UIT HET JURYRAPPORT: 'IN KAGAMI-JISHI OPENBAART ZICH EEN INTRIGERENDE EN GEHEIMZINNIGE KLANKWERELD WAAR JE ALS LUISTERAAR LANGZAAM IN WORDT GEZOGEN.(...) JAN VAN DE PUTTE MAAKT PODIUMKUNST IN DE MEEST LETTERLIJKE ZIN: JE MOET ERBIJ ZIJN.'

HENRIëTTE POST, DIRECTEUR VAN HET FONDS PODIUMKUNSTEN, OVERHANDIGDE HEM EEN SCULPTUUR VAN DE KUNSTENAAR JEROEN HENNEMAN EN EEN CHEQUE MET EEN WAARDE VAN 20 DUIZEND EURO.

undefined

Meer over