Bellen metWillem Feenstra

‘Daar stond ik dan, tussen de coronapatiënten, in de wetenschap: de meerderheid gaat overlijden’

Journalist Willem Feenstra maakte in het voorjaar dagelijks verhalen vanuit het Amphia Ziekenhuis in Breda en kreeg in het najaar toegang tot alle afdelingen van de GGD Brabant-Zuidoost. We blikken met hem terug op 2020.

Verpleegkundigen op de ic-afdeling in het Amphia Ziekenhuis in Breda.  Beeld Arie Kievit
Verpleegkundigen op de ic-afdeling in het Amphia Ziekenhuis in Breda.Beeld Arie Kievit

Hoi Willem, je liep dit jaar mee in het Amphia Ziekenhuis in Breda en bij de GGD Brabant-Zuidoost. Was dat makkelijk, als journalist toegang krijgen tot de werkvloer van instanties die in deze crisis zo onder druk staan?

‘Nee, daar waren ze allebei best huiverig voor. Dat snap ik ook heel goed, ze geven voor hun gevoel natuurlijk een beetje de controle uit handen. Ik had zelf één voorwaarde: ik wilde ongefilterde toegang. Dus niet alleen aanwezig zijn bij vooraf geselecteerde vergaderingen bij de GGD. En in het ziekenhuis wilde ik overal kunnen meekijken, van de geïmproviseerde nood-ic tot het mortuarium in de kelder.’

Als ze het zo spannend vinden, waarom lieten ze je dan toch toe?

‘Het ziekenhuis in Breda kreeg het in het voorjaar zwaar te verduren, omdat in die omgeving veel mensen ziek werden. We hadden allemaal de beelden uit Italië op het netvlies, met patiënten die op de gang behandeld werden. Niemand wist of dat Nederland ook te wachten stond. Met dat soort onzekerheden in het achterhoofd een journalist voor langere tijd toelaten in het ziekenhuis, is best een grote stap.

‘Tegelijkertijd vonden ze het belangrijk dat mensen beseften wat de impact van het virus was. Niet alleen op coronapatiënten, maar ook op de patiënten die geen reguliere zorg meer kregen, op de medewerkers en op het ziekenhuis als geheel. Door die impact te registreren, zouden mensen buiten het ziekenhuis misschien beter snappen wat er op het spel stond.

‘Bij de GGD was het weer een heel ander verhaal. Al sinds het begin van deze crisis liggen de GGD’s onder een vergrootglas en krijgen ze veel kritiek. Soms terecht, soms onterecht.

‘Ze zitten in een lastige situatie, omdat het uitvoeringsinstanties zijn. Ze vallen onder het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en durven daar openlijk niet te kritisch op te zijn. De enige manier om vast te leggen waar het soms misloopt tussen de ambities van het ministerie en de praktijk bij de GGD, is door mee te kijken op de werkvloer. Daar hoor je wat er goed gaat, maar vooral ook wat niet.’

Wat vond je het indrukwekkendste moment in het ziekenhuis?

‘In april was de ic te klein en moest er een nood-intensive care worden opgetuigd. Dat was gewoon een grote, lege zaal, waar bedden in werden gezet. Daar stond je dan, midden tussen de patiënten, in de wetenschap: de meerderheid van deze mensen gaat overlijden.’

‘Een van de verpleegkundigen vertelde dat er een paar dagen daarvoor rook was ontstaan in die zaal. Normaal gesproken heb je in het ziekenhuis een noodscenario voor als er brand uitbreekt. Maar nu was de geïmproviseerde intensive care op zichzelf al een noodscenario. Waar moet je naartoe met al die besmettelijke, doodzieke patiënten bij een evacuatie? Het noodscenario had dus geen noodscenario’s. Toen een verpleegkundige zich dat realiseerde, raakte ze overmand door emoties. Het maakte duidelijk hoe penibel de situatie was. Zelf dacht ik toen ook: dit kan dus allemaal nog veel erger worden.’

‘Die hele periode, toen de eerste golf alleen maar groter werd en het virus nog onbekend was, had je bijna het gevoel dat het eind van de wereld eraan zat te komen. Op de snelwegen was nauwelijks verkeer, de ziekenhuisgangen waren zo goed als leeg, omdat reguliere patiënten niet meer konden komen, en op de intensive care en de cohortafdelingen liep iedereen onherkenbaar in beschermende pakken rond. Dat waren indrukwekkende weken.

‘Op basis van gesprekken met mensen in het ziekenhuis had ik zo een lijst met twintig of dertig onderwerpen waarover ik wilde schrijven. Van de nood-ic tot de kinderverpleegkundigen, die een kinderopvang voor collega’s begonnen omdat alles stil was komen te liggen.’

Welk stuk vond je het meest bijzonder?

Een verhaal dat mij bijblijft, is dat van intensivist David Schockman in het Amphia Ziekenhuis in Breda. Hij vertelde over twee relatief jonge coronapatiënten die kort na elkaar bij de spoedeisende hulp aankwamen. Terwijl hij op weg was om de tweede op te halen van de spoed, hoorde hij van zijn collega’s bij de intensive care dat de eerste al was overleden.

‘Normaal, zei hij, wil je niet te hecht worden met een patiënt, omdat het dan extra zwaar is als je die persoon verliest. Maar op dat moment was het zijn angst dat hij in deze crisis de namen niet eens meer zou kennen van de patiënten die overleden. Dat gevoel was tekenend voor die tijd.’

Waarom ben je in het najaar van locatie gewisseld?

‘In de zomer leek het zwaartepunt van de crisis te verschuiven. We wisten wat de ziekenhuizen te wachten zou staan bij een tweede golf. De strijd leek zich te verleggen naar de maatschappij. Houden mensen het vol? Houden ze zich aan de maatregelen? En hoe houd je zicht op verspreiding van het virus? De GGD leek me een goede plek om antwoord te krijgen op die vragen. Bovendien waren de GGD’s zelf regelmatig nieuws, dat maakte het extra interessant.’

Zoals je aangeeft, zie je ook dingen die misgaan bij de GGD. Vraagt een woordvoerder dan niet: Willem, kun je dit toch tussen ons houden?

‘Nee, want dat is niet de afspraak. Ik ben ervan overtuigd dat het in hun eigen belang is om fouten toe te geven en vooral ook uit te leggen. Zo was er een ernstige privacyovertreding door een medewerker van het bron- en contactonderzoek. Die medewerker werd benaderd door een bekende en om informatie gevraagd over een derde persoon. De medewerker bleek die informatie uiteindelijk gegeven te hebben. Dat mag natuurlijk niet. Daarover is vervolgens een klacht ingediend en die persoon is uiteindelijk ontslagen.

‘Dat is heel heftig voor zo’n organisatie, die in crisistijd behoorlijk hecht is geworden. Het is niet per se een verhaal dat ze normaal zelf naar buiten zouden brengen. Maar het is ook een verhaal waar anderen van kunnen leren. Ze weerhouden mij er dan niet van om daarover te schrijven. Wat ze wel vragen: houd alsjeblieft rekening met de privacy van de betrokken medewerker. Herleidbare details heb ik weggelaten, omdat het de kern van het verhaal ook niet aantast.’

Als journalist kijk jij normaal naar dit soort instanties van de buitenkant. Wat heb jij geleerd door nu van binnenuit verslag te doen?

‘Het is sowieso interessant om de werkculturen te zien. De cultuur in het ziekenhuis is totaal anders dan de cultuur bij de GGD. Ziekenhuismedewerkers zijn van oudsher doeners, die heel daadkrachtig kunnen optreden. Dat moet ook wel, als je soms in een split second beslissingen over leven en dood moet nemen.

‘Bij de GGD is dat normaal gesproken minder de dagelijkse realiteit, dat merk je wel. Al zijn de mensen die nu in leidinggevende posities zitten wel in de crisismodus geschoten. Het verbaasde me hoe doelmatig en bondig vergaderingen nu zijn. En hoe snel beslissingen soms worden genomen.

‘Tegelijkertijd zie je ook dat de GGD enorm van de politiek afhankelijk is, waar ziekenhuizen zich vrijer kunnen bewegen. Dat is soms gekmakend voor zo’n organisatie. Het ene moment hoor je dat je pas later in het voorjaar hoeft te beginnen met vaccineren. Daar houd je dan rekening mee. Een week later blijkt er een inschattingsfout te zijn gemaakt rond het Pfizer-vaccin, dat alleen in grote hoeveelheden wordt geleverd, en moet je alsnog in januari beginnen. Dat is moeilijk beleid maken.

Waarover was je dit jaar het meest verbaasd, na vanuit twee perspectieven dicht op de Nederlandse coronabestrijding te hebben gezeten?

‘Toen de eerste golf zo goed als voorbij was, sprak ik met mensen in het ziekenhuis en andere deskundigen over de rest van dit jaar. De zomer zou relatief rustig worden, voorspelden zij, maar in de herfst en winter zou het virus de boel weer overnemen. Eigenlijk precies wat er ook is gebeurd. Toch waren veel mensen verrast, inclusief sommige deskundigen en politici. Daar verbaas ik me over. Mijn eigen analyse is dat ergens in de zomer bij velen de hoop vader van de gedachte is geworden.’

En wat was het beste stuk in de krant van 2020?

‘De reportages van correspondenten Leen Vervaeke uit Wuhan en Jarl van der Ploeg uit Italië maakten indruk. Ik heb ze nog eens teruggelezen, net een film. En weet jij trouwens hoeveel stukken onze coronaman Maarten Keulemans heeft geschreven? Dat is ook een bijzondere prestatie.’

Eindejaarsserie

De doodse stilte in een Chinese miljoenenstad, een Amerikaanse president die een verkiezingsuitslag niet accepteert en een pandemisch coronavirus dat het dagelijkse leven platslaat, maar waarover zo goed als niks bekend is. Voor verslaggevers van de Volkskrant was 2020 voor ieder op zijn eigen manier uiterst merkwaardig. Rond de feestdagen blikt elke dag een van onze journalisten terug.

24 december: Robert van Gijssel over een historisch rampjaar in de muziekwereld, een stille revolutie in de popmuziek en het beste album en de beste artiest van 2020.

25 december: Jarl van der Ploeg over de corona-uitbraak in Italië, de drang om landen met elkaar te vergelijken en een les die hij in 2020 leerde als journalist.

26 december: Frank Hendrickx over de corona-aanpak van het kabinet, ruzies bij politieke partijen in crisistijd en wat de toeslagenaffaire zegt over de Haagse cultuur.

27 december: Emma Curvers over een revival van lineaire televisie, een jaar vol saaie tv-formats en waarom de Op1-uitzending met Amerikaans ambassadeur Pete Hoekstra over de anti-racismedemonstraties zo stuitend was.

28 december: China-correspondent Leen Vervaeke over Wuhan in lockdown, het verbreken van een journalistiek principe en de arrogantie waarmee het Westen naar de corona-aanpak in Aziatische landen kijkt.

29 december: Maarten Keulemans over ‘coronavirustijd’, opvattingen van mensen die hun kennis in een paar avondjes bij elkaar hebben gegoogeld en hoe de wetenschap controleert.

Meer over