Daar ging de zomerse onschuld

Gouden idee van deze krant, om een cd-box samen te stellen met de mooiste nummers van Marvin Gaye. Laat zijn fluwelen soul door het huis waaien, en het deert niet langer dat het buiten onverwacht herfstig kan regenen....

Arjan Peters

De duetten met Tammi Terrell zijn ronduit verfrissend. Hun stemmen omstrengelen elkaar. Ain’t nothing like the real thing, Ain’t no mountain high enough, al die nummers uit de jaren 1967-69 lieten me ongedwongen meezingen. Nietsvermoedend nam ik er het tekstboekje van Gijsbert Kamer bij. Op slag was het gedaan met de onschuld.

Gaye leidde een leven vol onrust, mislukte relaties, verslavingen en een onzekerheid die haaks stond op de beheerste elegantie van zijn stem. Even was hij gelukkig, wanneer hij met Tammi Terrell zong, maar hun liefde bleef platonisch en de zangeres stierf in 1970, op haar 24ste, aan de gevolgen van een hersentumor. Ain’t nothing like the real thing.

Kan ik die jubelende duetten ooit nog horen zonder te bedenken dat de assegaai van het noodlot zo snel en doelgericht een wig zou drijven in hun harmonie?

Door te luisteren was ik zowat gaan zweven, door te lezen wist ik weer eens méér dan me lief was. Maar er zijn toch ook zonnige boeken? Bladerend in Het verhaal van San Michele, de zojuist vertaalde montere memoires uit 1929 van de Zweedse arts Axel Munthe, kwam ik Guy de Maupassant tegen. Schrijver van prachtige novellen, kort geleden vertaald door Hans van Cuijlenborg. Zou ik daar een deel van meenemen in die vakantiekoffer?

En voordat ik het wist, las ik al wat Axel Munthe over Maupassant vertelt; hij kende hem nog uit Parijs, toen de schrijver van hem ‘alles wilde weten over krankzinnigheid’. Munthe zag meteen dat Maupassant zelf niet jofel was. Ziek brein, angstige blik, champagne, ether, slechte vrouwen, cocaïne. Munthe moest zich ontfermen over Maupassants verovering Yvonne, een tuberculeus balletdanseresje. Ze hoestte angstwekkend veel.

Even later bezoekt hij haar als ze stervende blijkt, en hij waarschuwt Maupassant. Op haar laatste dag heeft ze zich opgemaakt, en van een prostituee een rood zijden sjaaltje geleend om haar uitgeteerde schouders mee te bedekken. Ze verwachtte haar Monsieur. Die nacht sterft ze alleen.

Twee maanden later ziet Munthe de schrijver terug – in een gesticht. Hij strooit steentjes in het rond. ‘Kijk, Munthe’, zegt hij, ‘in de lente zullen hier allemaal kleine Maupassantjes opkomen, als het maar wil regenen.’

Boek dicht. Weg zon. In een stille kamer zingt Marvin Gaye de Inner City Blues.

Meer over