D66 zet zetelwinst om in wethouders

De PvdA is niet langer de hofleverancier van wethouders in de nieuwe colleges van B & W. D66 en VVD doen het goed....

Van onze verslaggever Gerard Reijn

Amsterdam D66 en de lokale partijen zijn de grote winnaars van de collegeonderhandelingen in de gemeenten. De Partij van de Arbeid is de grote verliezer en is bijna de helft van zijn wethouderszetels kwijt.

De lokalen hebben de PvdA van de troon gestoten als grootste leverancier van wethouders. Ook de VVD en het CDA zijn in wethouders gemeten groter dan de PvdA. Dit blijkt uit onderzoek van het tijdschrift Binnenlands Bestuur, dat de wethouders telde op een moment dat 90 procent van de colleges was gevormd. De colleges van Amsterdam en Rotterdam zitten nog niet in die telling.

De lokalen hebben 336 wethoudersposten, een winst van 79. De PvdA had er 375, maar blijft nu steken op 194. De VVD is van de landelijke partijen de succesvolste, met 242 wethouders. Het CDA heeft er 238. Ook met de colleges die nog zijn gevormd na de telling van Binnenlands Bestuur, haalt de PvdA die partijen niet meer in.

D66 is erin geslaagd zijn verkiezingswinst van 3 maart om te zetten in veel wethouderszetels. In Amsterdam viel D66 door onhandig opereren van zijn lijsttrekker Ageeth Telleman buiten het college, maar in andere gemeenten ging het goed. Het aantal D66-wethouders nam toe van 15 naar 77. Ook in vijf deelgemeenten van Amsterdam en in vijf deelgemeenten van Rotterdam levert D66 wethouders.

Dat lijkt logisch, meer raadsleden dankzij de verkiezingsuitslag en dus meer wethouders. Maar de SP kan getuigen dat dat niet altijd zo gaat. Die partij won in 2006 de verkiezingen, maar slaagde er nauwelijks in die winst te verzilveren.

Aantal brede coalities verdubbeld
De coalities in de gemeenten zijn een stuk ‘breder’ geworden dan in 2006. In dat jaar zaten er gemiddeld 3,1 partijen in een college, de nieuwe colleges tellen gemiddeld 3,6 partijen. Dat blijkt blijkt uit een steekproef van 22 gemeenten gemaakt door de Volkskrant. In 2006 telde slechts 23 procent van de colleges meer dan drie partijen. Dit jaar is dat percentage brede colleges verdubbeld tot 54 procent. Vijfpartijencolleges kwamen in 2006 in de steekproef niet voor, nu zijn het er twee (Alkmaar en Gouda).

Bestuurskundige Marcel Boogers van de Universiteit van Tilburg had niet anders verwacht. Meer partijen per college, het moest wel. ‘Bij de verkiezingen waren de grote partijen kleiner geworden en de kleine groter.’ De versnippering had ook tot gevolg dat veel meer dan in het verleden (in)formateurs werden ingezet om colleges te vormen.

Versnippering kan risico’s opleveren voor de stabiliteit van de colleges, maar het hoeft niet. Ook brede coalities kunnen stabiel zijn, zegt Boogers. Als ze zich maar aan een paar regels houden. Niet te gedetailleerde coalitieakkoorden, bijvoorbeeld. In dat opzicht hebben grote coalities een slechte naam. ‘Uit ouder onderzoek blijkt dat hoe meer partijen in de coalitie, hoe dikker de coalitieakkoorden.’ Gedetailleerde akkoorden zijn inflexibel en dat kan tot de val van colleges leiden. Maar, zegt Boogers: ‘Misschien hebben de partijen in grote coalities van dat verleden geleerd en nu dunnere akkoorden gesloten.’

In veel minder colleges is nu een duidelijke sterke partij aan te wijzen. In 2006 leverde in 22 procent van de colleges elke coalitiepartij evenveel wethouders. Dit jaar is dat in 54 procent van de gemeenten uit de Volkskrant-steekproef.

Dat is gunstig, zegt Vincent Mulder, bestuurslid van de SP, ‘want dan zijn we die machtsconcentraties kwijt. De colleges kunnen daardoor juist stabieler worden.’

VVD en SGP scoren goed
Hoeveel raadszetels heeft een partij nodig om een wethouder binnen te halen? Landelijk bezien zijn er grote verschillen. De SGP is de efficiëntste partij. Die haalde op 3 maart 189 raadszetels binnen en wist daarmee 34 wethouderszetels te bemachtigen. Dus één wethouder op ‘slechts’ 5,5 raadszetels.

De VVD haalt bijna dezelfde score. Als straks alle colleges, dus ook die in de grote steden bekend zijn, is de VVD zelfs de efficiëntste partij. Mark Verheijen, wethouder in Venlo en coördinator voor de VVD bij de gemeenteraadsverkiezingen: ‘We hebben nu voor het eerst actieve ondersteuning aangeboden aan de gemeenteraadsfracties bij de onderhandelingen.’

De ChristenUnie, PvdA, CDA en D66 hebben landelijk tussen de 6 en de 7 raadsleden per wethouder. Voor de lokale partijen is die verhouding ongunstiger: 7,3 raadsleden per wethouder.

De linkse partijen zijn het minst efficiënt. GroenLinks heeft één wethouder op 8,8 raadsleden, de SP zit zelfs op 1 op 20.

Meer over