D66: van hobby voor heren naar machtsmachine

En weer grote winst bij de verkiezingen. D66, van oudsher een vrijbuitersclub, groeit als kool. Dat kan tot ongelukken leiden, leert de recente praktijk. De partijtop trekt daarom de touwtjes aan. Dat is niet tot ieders genoegen.

Pechtold en De Graaf.Beeld ANP

'Of we genoeg geschikte mensen hebben? Ja natuurlijk!' Flip de Groot, D66-fractievoorzitter in de provincie Noord-Holland, kan zijn geluk niet op na de ongekende overwinning van zijn partij vorige week, van zes naar tien provinciezetels. Angst dat er een tekort aan capabele mensen is om gedeputeerde te worden, heeft hij allerminst.

'Ik loop al sinds de jaren tachtig mee in de partij en tot mijn aangename verbazing zie ik hoe D66 is geprofessionaliseerd. Er zijn veel extra opleidingen en begeleidingstrajecten voor jonge mensen, maar ook voor oude rotten zoals ik', zegt De Groot. 'Er is een solide bodem onder de partij gekomen.'

Het kan niet op bij de Democraten - na de slag bij de raadsverkiezingen van 2014, stomen ze nu door naar de provinciebesturen. Vorige week wist D66 het zetelaantal in Drenthe, Gelderland, Limburg, Utrecht en Noord-Holland zo goed als te verdubbelen. Ook in alle andere provincies boekten de Democraten zetelwinst.

Steeds meer groen

Van op sterven na dood in 2006 naar de grote runner-up, in minder dan tien jaar tijd. De weg naar de overwinning werd vorig jaar al bekroond met het veroveren van Amsterdam, waar de PvdA na bijna zeventig jaar van de troon werd gestoten. En zo kleuren steeds meer gemeenten en provincies D66-groen.

Intussen weten we ook dat dit niet overal vanzelf goed gaat. Groeistuipen (inmiddels meer dan 25 duizend leden!) en snel toenemende invloed brengen risico's op ongelukken met zich mee, heeft de partij ervaren na de zegetocht bij de raadsverkiezingen van vorig jaar. In het belangrijke bolwerk Haarlem is de boel totaal geïmplodeerd. In Den Bosch is de fractievoorzitter met slaande deuren vertrokken. In Zaltbommel is een raadslid na acht jaar uit de fractie gestapt en zelfstandig verder gegaan. En in Capelle zegde een oud-gemeenteraadslid, die er vanaf het eerste uur bij was, verbolgen zijn lidmaatschap op.

De affaires zijn niet per se alleen te wijten aan de snelle groei van D66. Vaak speelden ook persoonlijke ruzies een rol. Maar de rode draad, zeggen betrokkenen, is wel vaak de grote aandrang van de partijtop om controle te houden. Het partijkantoor en partijleider Alexander Pechtold willen de regie, maar soms gaat het juist daarom mis.

Tegenspraak

'Dat het in Haarlem zo uit de hand is gelopen, komt door de persoonlijke bemoeienis van Pechtold met onze gemeenteraadsfractie', zegt oud-fractievoorzitter Louise van Zetten. 'Hij wil alleen heersen en duldt geen tegenspraak.' In Haarlem stapten vorig jaar vijf raadsleden op en sneuvelde een D66-wethouder. Van Zetten is ervan overtuigd dat ze na negen jaar uit de partij is 'gekieperd' omdat ze te veel een eigen mening had. 'Ik steunde een motie van wantrouwen tegen onze eigen wethouder die voor 900 duizend gulden zou hebben gefraudeerd. Dat werd niet geapprecieerd in Den Haag. Je hoeft bij D66 geen mening te hebben, want Pechtold en de partijtop hebben al een mening.'

Van Zetten staat niet alleen in die kritiek. Fractievoorzitter Jan Smit uit Den Bosch stapte na de gemeenteraadsverkiezingen ruziënd op vanwege 'enorme druk vanuit het landelijk bestuur en de politiek' om in het nieuwe Bossche college te komen, zo verklaarde hij vorig jaar zijn aftreden. Bij de formatie moest koste wat het kost een wethouderspost worden binnengehaald, terwijl Smit wilde optrekken met andere partijen en zodoende mogelijk in de oppositie zou belanden. De partijtop zag de Democraten liever in het college omdat dit 'voordeel zou opleveren bij de komende statenverkiezingen'. Smit wil inmiddels niet meer reageren op de kwestie.

De hang naar het pluche was ook de reden voor Capellenaar Bas van Holst om zijn lidmaatschap op te zeggen, dat met onderbrekingen sinds 1972 liep. 'Ik hou van oppositie. Maar ik zie D66 niet meer als oppositie. Ze zijn te veel onderdeel geworden van het kabinet.'

Beeld Fotograaf onbekend

Dertigers

Door zulke kritiek dringt zich, naast alle euforie, een voor de partijtop wat ongemakkelijker vraag op: lukt het partijleider Pechtold om de boel in het land bij elkaar te houden? Zijn er genoeg geschikte kandidaten voor al die zetels? Of trekt de partij wat te veel gelukszoekers aan? Kan D66 het wel aan om te besturen of moeten alle zeilen worden bijgezet?

Dissidente Van Zetten is onverbiddelijk in haar oordeel. 'Ineens komen er allemaal dertigers bij die een mooie carrière wel zien zitten.' Zij denkt dat Pechtold dat wel makkelijk vindt. 'In Amsterdam is de hele oude garde eruit gewerkt en zijn allemaal nieuwelingen in gemeenteraad gekomen. Pechtold verzamelt jonge mensen om zich heen, omdat die volledig kneedbaar zijn. Iedereen houdt zijn kop. Het is weinig liberaal en gaat de partij ooit de kop kosten.'

Pechtold wil desgevraagd niet reageren op dat verwijt. Hij verwijst naar partijvoorzitter Fleur Gräper. Die houdt het erop dat soms 'persoonlijke belangen schuren met partijbelangen. Juist door een goede afstemming tussen lokaal, regionaal en landelijk, waarbij de inbreng van alle drie belangrijk is, is onze herkenbaarheid vergroot.'

D66-leider Alexander Pechtold houdt een toespraak tijdens de landelijke uitslagenavond van de Provinciale Statenverkiezingen.Beeld ANP / Martijn Beekman

Ontploffingstheorie

Wel erkennen vriend en vijand dat die 'goede afstemming' er niet vanzelf komt, in de vrijbuitersclub die D66 van oudsher is. Voor oud-minister en lid van het eerste uur Laurens Jan Brinkhorst kent de partij geen geheimen. 'D66 was vroeger niet eens een partij', zegt hij, 'maar een bewéging. Als we zaten te praten in zo'n rokerig zaaltje, dan ging het nooit over de partijstructuur, maar over onze idealen. Die hele organisatie eromheen was bijzaak.' Hij kan smakelijk vertellen over die begintijd: 'We hadden de ontploffingstheorie. Partijen zoals VVD en PvdA moesten ontploffen. Met zo'n idee investeer je natuurlijk ook niet echt in je eigen organisatiestructuur.'

Dat is precies de cultuur waarmee Pechtold en Gräper korte metten maken. Een wijdvertakte professionaliseringsoperatie is sinds enkele jaren gaande: het hele kader wordt streng geselecteerd, geschoold en getraind. Opleidingsprogramma's zijn op alle niveaus opgezet. Een D66'er moet in principe een half jaar lid zijn voordat hij of zij zich kandidaat mag stellen voor een politieke functie. Er wordt voortdurend gehamerd op de gezamenlijke boodschap.

Vandaar dat partijprominent Thom de Graaf onlangs zei: 'Vroeger was D66 meer een gentleman's hobby: wel belangrijk, maar er werd te weinig tijd aan besteed. Mocht het nu eens wat minder gaan, dan vallen we nooit meer zo diep als vroeger.' De professionaliseringsslag moet voorkomen dat het horrorscenario uit 2006 zich herhaalt - toen D66 was weggevaagd en leden openlijk discussieerden over opheffing van de partij.

'We hebben nu overal poeltjes van goede mensen', zegt Saskia Boelema van het landelijk bestuur. D66 doet zelfs aan 'vrijwilligersmanagement'. De partij zorgt ervoor dat mensen die iets willen doen, dat ook kunnen doen en maakt daar vervolgens afspraken over. 'Het is vrijwillig werk, maar niet vrijblijvend. We maken duidelijk wat we van ze verwachten. Ze zijn net zo goed een visitekaartje van ons als landelijke politici', zegt Boelema. 'In de jaren negentig waren we anarchistischer. Er heerste meer vrijheid, blijheid. Nu zijn we de structuur aan het uniformeren.'

Waardering

Brinkhorst kan er alleen maar waardering voor hebben. Hij heeft zich jarenlang geërgerd aan de vrijblijvendheid in zijn partij. 'Het zorgde voor onze ups en downs.' Een goed selectiemechanisme houdt volgens hem gelukszoekers buiten de deur. 'Niet iedereen kan zomaar meer een afdeling oprichten. Er is nu meer discipline. En voor alle posten hebben we inmiddels rijtjes van capabele mensen beschikbaar.'

Zowel positieve als kritische D66'ers zijn het erover eens dat de partij verandert van een gezellige hobbyclub in een politieke machtsmachine. Dat is een voordeel voor een partij die wil besturen en een betrouwbare onderhandelingspartner voor het kabinet wil zijn. Maar het zorgt er ook voor dat de oude charmante tijden, toen ieders mening er evenveel toe deed, zijn vervlogen.

Niet alle D66-leden voelen zich nog gehoord in de partij. Oud-lid Bas van Holst: 'Op het vorige congres kreeg ik nauwelijks de ruimte om mijn motie over automobiliteit en duurzaamheid te bespreken.' Hij herkent zijn partij niet meer. De samenwerking met kabinet Rutte II zorgt voor een rechtser profiel. Dat gevoel wordt mede veroorzaakt doordat de partij zich afzet tegen de PvdA.

Alexander Pechtold in de Tweede Kamer.Beeld ANP

Premierskandidaat

Het is een dilemma voor Pechtold, die de strijd wil aangaan met VVD-premier Mark Rutte. Daartoe moet hij de PvdA verslaan, maar als hij zich te hard afzet krijgt hij een rechts profiel en is hij voor links Nederland geen serieuze premierskandidaat meer.

Hoe het de komende maanden verder gaat met D66? Voor meer groei is de partijtop niet bang, ook al betekent het dat de teugels strak moeten blijven staan. Voor de onderhandelingen over het formeren van provinciebesturen zijn de marsorders uitgedeeld, al wil geen D66'er dat zo noemen. Zoals de afdelingen na de raadsverkiezingen collectief inzetten op het binnenhalen van de wethoudersposten onderwijs en financiën, krijgen de provincieafdelingen nu ook adviezen van boven mee. 'Dat advies is onderdeel van de onderhandelingen, dus daar kan ik nog niet open over zijn', zegt partijbestuurder Boelema.

Zeker is wel dat elke provincie een ondersteunend team krijgt toegewezen voor de collegebesprekingen. Dat wordt landelijk gecoördineerd. Boelema: 'Een partij die groter wordt, vraagt om regie.' Duldt de partijtop dan nog wel tegenspraak? 'Ja hoor', zegt Boelema. 'Een lokale partij gaat zelf over beslissingen. Wij adviseren alleen, zo kun je er ook tegenaan kijken.'

Meer over