'Cursus moet ambtenaar politieke voelhorens geven'

D66-leider Thom de Graaf wil kloof tussen ambtenarij en politiek snel verkleinen. 'De gemiddelde beleidsambtenaar krijgt nooit met politiek te maken.'..

Nog niet eens zo lang geleden bestonden ambtenaren bij de gratie van hun minister. Ze waren dienaars die de politieke gezagsdrager adviseerden. Kom daar nu nog eens om. De moderne ambtenaar is onderhandelaar, bankier, netwerker of manager in een groot bedrijf. Een deskundige bovenal. Er is één makke: van politiek heeft hij geen kaas gegeten.

Thom de Graaf, D66-leider, herinnert zich als de dag van gisteren hoe hij zich 'rotschrok' toen hij als jong ambtenaartje plots de minister aan de lijn kreeg. 'De politiek' zat op een andere verdieping, het politieke proces leek lichtjaren verwijderd van het dagelijkse werk.

En dat is, leerde een steekproef hem, 'verdomd weinig' veranderd. 'De gemiddelde beleidsambtenaar krijgt nooit met politiek te maken. Hij volgt cursussen management, leidinggeven, training. Nooit een cursus over politieke processen. Die scholing moet er komen, zodat ambtenaren politieke voelhorens krijgen, weten wat er speelt in de samenleving. Temeer nu één vraag steeds pregnanter wordt: welke informatie moet de minister hebben en welke niet?'

Het is niet toevallig dat De Graaf ambtenaren op politieke cursus wil sturen. De incidenten die Paars II teisterden, openbaarden pijnlijk duidelijk hoe zelfstandig ambtenaren opereren. Er waren parlementaire enquêtes nodig voor antwoorden op simpele vragen.

Voor de gemiddelde Nederlander werd 'Den Haag' des te ongeloofwaardiger, toen politici de rijen sloten. De ministeriële verantwoordelijkheid verwerd tot een lachertje, hetgeen minister Peper van Binnenlandse Zaken inspireerde tot een geheim maar inmiddels door iedereen gelezen essay. 'Het beste stuk van dit kabinet', zegt De Graaf.

'Den Haag' reageerde massaal en ook de politieke beschouwingen over de Miljoenennota, direct na Prinsjesdag, zullen de ministeriële verantwoordelijkheid als thema hebben. De Graaf, gepokt en gemazeld in het staatsrecht, voelt zich er bij thuis. De roep om de kop van een minister noemt hij 'pure symptoombestrijding', de ministeriële verantwoordelijkheid onwaardig. 'Als je elke keer zegt: de minister moet wegwezen, dan heb je het alleen over ministeriële afrekening.'

De Graaf wil niet tornen aan de verantwoordelijkheid die een minister draagt voor zijn ambtenaren. Toch noemt hij de ministeriële verantwoordelijkheid een fictie, een decor, want een minister weet niet alles. 'Maar het is wel een belangrijk decor, omdat het de essentie raakt van de parlementaire democratie. Er moet altijd iemand aan te spreken zijn en dat is de politicus.'

De simpele roep om 'afrekening' verwerpt hij evenals de 'sorry-democratie', waarin niemand verantwoordelijk is. 'Er moet een zorgvuldige evenwicht zijn. Het vertrouwen hoeft niet weg te zijn als er fouten worden gemaakt. Pas als het gezag in het geding is of als er geen vertrouwen meer is in de woorden van de minister, als hij niet in staat is processen te keren of tegen te houden, moet hij wegwezen.'

Maar wie bepaalt wanneer het gezag op is? Het gebeurt niet zelden dat de oppositie een motie van wantrouwen indient, en de coalitie haar minister in bescherming neemt. De ministeriële verantwoordelijkheid als karikatuur, zegt De Graaf.

- Het is wel de praktijk.

'Nee. In het vorige kabinet is Linschoten, staatssecretaris van Sociale Zaken, volkomen terecht opgestapt. Hij heeft het vertrouwen gevraagd en dat niet gekregen. Het had nog een paar keer kunnen gebeuren. Met minister Voorhoeve van Defensie bijvoorbeeld en Srebrenica. De gebeurtenis was zo dramatisch, dat je je moest afvragen of er niet een nieuwe minister moest komen. Maar een minister moet wel de kans krijgen de Kamer te overtuigen.'

- De secretarissen-generaal klagen dat ambtenaren altijd de schuld krijgen. Zij willen zelf verantwoording afleggen.

'De minister moet de volledige politieke verantwoordelijkheid nemen, maar ook ambtenaren kunnen afrekenen op hun fouten. Ik denk dat een minister in contracten met de ambtelijke top moet vastleggen wat hij van zijn ambtenaren verwacht, welke informatie hij moet hebben. Zo concreet mogelijk. Dat is goed voor de ambtenaren én goed voor de politiek. Hoe duidelijker een minister de boel regelt, hoe makkelijker het parlement kan oordelen.'

- Minister Peper van Binnenlandse Zaken en zijn collega De Vries van Sociale Zaken willen net als D66 een kernkabinet.

'De organisatie van het overheidsapparaat is volstrekt verouderd. We hebben veertien departementen die onderling sterk verschillen en elk een eigen cultuur hebben. Ministers zitten daarin opgesloten.

'Het zou veel beter zijn als ministers afstand namen van de departementen en portefeuillehouders werden van grote politieke vraagstukken. Zoals we nu een minister voor het grotestedenbeleid hebben, zouden we ook één minister moeten hebben voor werkgelegenheid of veiligheid. We kunnen dan met minder ministers toe. Staatssecretarissen moeten de departementen leiden. De geesten zijn er rijp voor en dat is pure winst.'

- PvdA-leider Melkert vindt dat ministers een grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen.

'De stelling van Melkert is onjuist, zelfs gevaarlijk, omdat ze overspannen verwachtingen wekt. Een minister is niet verantwoordelijk als ik op straat door iemand in elkaar word geslagen. Veiligheid is ook een probleem van de samenleving zelf. Als de minister te weinig doet aan verbetering van de veiligheid, kun je hem verantwoordelijk stellen. Je mag hem niet de schuld geven als een hartoperatie mislukt. Je kunt hem wel een falend beleid verwijten als er te weinig ziekenhuizen zijn.'

- VVD-leider Dijkstal noemt Nederlanders verwende diva's.

'Ik ben het met hem eens dat burgers hun onvrede niet alleen mogen afwenden op de overheid. De politiek is een van de brandpunten, niet het enige. Maar Dijkstal loopt ook te gemakkelijk weg. De overheid moet burgers kans geven keuzes te maken en hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Politici moeten ook leiders zijn. Niet omdat ze beter zijn, maar omdat ze het mandaat kregen te sturen. Ik zou daarnaast nog doelen willen formuleren en tegen elkaar willen zeggen: daar moeten we over tien jaar uitkomen.'

Meer over