Cursus jutten: kou en sterke verhalen

In vroeger eeuwen wilden de Terschellingers tijdens het strandjutten de natuur wel eens een handje helpen. Dan was er een schip gestrand, met een paar overlevenden erin, en helaas, die gingen er alsnog aan....

De cursus strandjutten op Terschelling, die afgelopen weekeinde voor de tweede keer werd gehouden, wordt óók gevuld met het vertellen van sterke verhalen. 'U moet dit niet opschrijven', zegt deelneemster Mieke Folgering over de overlevenden die niet mochten overleven. 'Dan krijgt Terschelling zo'n slechte naam.'

Zij en haar ruim tien medecursisten bonken in een oude legertruck over het Terschellinger Noordzeestrand. De tocht gaat naar het meest oostelijke punt van het eiland, het Amelander Gat. Daar zie je in een grijze verte de roodwitte vuurtoren van Ameland opdoemen. Daar ook moet een vloed van spullen aanspoelen uit zee, omdat de stroming aan de uiteinden van het eiland het sterkst is.

Er is de vorige avond al een oude jutter legendarische verhalen komen vertellen. De deelnemers hebben een boot gebouwd van de voorwerpen die ze op het strand hebben gevonden. En er zal de volgende dag nog een rondleiding volgen in het Wrakkenmuseum op Formerum. Het museum is gebouwd van hout van het schip Cyprian, dat in 1905 verging.

De cursus staat onder supervisie van de Folkshegeskoalle in het Terschellingse Hoorn en is een initiatief van kunstenaarsechtpaar Piety de Jong en Rick van Dongen. Als het even kan, zwerven ze in hun Nissan-pickup met vierwiel aandrijving over het strand, vooral op zoek naar 'mooi, oud, doorleefd hout waar een verhaal aan zit dat meestal een mysterie blijft', zegt De Jong.

In hun woning in Midsland zijn de vensterbanken en de badkamer ervan gemaakt. In hun tuin spijkeren ze er meubels, kaarsenstan daards of spiegellijsten van in elkaar, die ze via hun bedrijfje Zout Hout verkopen. Jutten is voor hen een verslaving. Altijd zijn ze bang dat ze iets laten liggen voor andere jutters of voor de zee die de spullen weer afvoert. Tijdens een tussenstop deze zaterdag is De Jong er op tijd bij. Ze vindt barnsteen, dat ze de verdere rit in haar wanten bewaart.

Al langer liepen zij en Van Dongen rond met het idee ook anderen te laten delen in dit plezier. Toen de eerste cursus onlangs werd aangekondigd, à 350 gulden per persoon, was die binnen drie kwartier volgeboekt, aldus directeur Klaske Jaspers van de Folkshegeskoalle. De eerstvolgende in november zit ook alweer vol. 'Allemaal mensen die behoefte hebben aan ontsnapping, aan het gevoel dat je helemaal weg bent.'

Bij het Amelander Gat komen de deelnemers na een koude wandeltocht terug met veel schelpen. Verder bestaat de buit uit een kapotte weekendtas, een drijver van een visnet, een stuk cokes en een heupgewricht. Discussie in de legertruck over die laatste vondst: 'Van een mens of van een dier?' Conclusie: 'Een konijnenpoot'.

Zoveel bijzonders heeft de zee hier nu niet achtergelaten, vinden sommige cursisten. Maar is dat belangrijk? Het is ook aangenaam te kunnen lachen over die keer, begin vorige eeuw, dat er 1800 vaten wijn aanspoelden en de eilanders zelfs de aardappels in wijn konden koken.

Het is allemaal te lang geleden om het imago van Terschelling te kunnen schaden, erkent Mieke Folgering. Toen was jutten noodzaak, een aanvulling op eten, drinken en stoken. Nu resteren het avontuur en de verhalen. In de truck begint het naar drank te ruiken, er gaat een fles juttersbitter rond.

Meer over