Curaçao heeft zijn eigen filmfestival

Filmgek waren ze al op Curaçao, en nu is er ook nog een festival voor de liefhebber van de betere film.

JEAN MENTENS

Het Curaçao Internationaal Filmfestival Rotterdam (CIFFR) dat van afgelopen donderdag tot gisteravond in Willemstad werd gehouden, was een groot succes. Zo goed als alle voorstellingen waren uitverkocht.

Op het evenement werden zevenentwintig lange en elf korte films vertoond. Het eerste CIFFR was een initiatief van de Gregory Elias die met zijn stichting Bon Intenshon op Curaçao ook jaarlijks een succesvol jazzfestival organiseert. Elias' broer had acht maanden geleden contact gezocht met de Rotterdamse festivaldirectie, die direct aan de slag ging. De Curaçaose versie van het IFFR stond meteen als een huis.

IFFR festival directeur Rutger Wolfson en zakelijk directeur Janneke Staarink stonden alleen maar te glunderen op de rode loper. Het toegestroomde publiek oogde alsof het voor de Oscaruitreiking was uitgenodigd en kreeg voor al die elegantie ook een compliment van Wolfson in zijn openingsspeech.

Rotterdam heeft aan het CIFFR een selectie geleverd van de beste films van het afgelopen festival in Nederland, aangevuld met recent materiaal en films uit de regio. Het was de bedoeling van Bon Intenshon en IFFR om voor uitbreiding en versterking te zorgen van het cultuuraanbod op het eiland.

Hollywood

Het festival wil ook een inspiratie zijn voor filmliefhebbers en jonge filmmakers uit de regio. Dat lijkt voor de eerste keer goed gelukt. Producenten en filmmakers uit diverse landen van Latijns-Amerika en de Cariben hebben het CIFFR bezocht, de jeugdcompetitie was een kwalitatief succes en het vooral het publiek heeft van het festival een feest gemaakt.

Nu is Curaçao ook wel filmgek, maar dat het zo storm zou lopen voor festivalfilms, hadden zelfs de organisatoren van dit eerste CIFFR niet direct verwacht.

De filmliefhebber komt op Curaçao qua hollywoodproducties misschien nog beter aan zijn trekken dan in Nederland. Het eiland heeft twaalf comfortabele zalen verdeeld over twee bioscoopcomplexen waar de Amerikaanse films vaak veel eerder in première gaan dan in Nederland. Die zalen zitten meestal vol.

Maar voor de arthousefilm of voor de niet-Engelstalige film kan de liefhebber slechts mondjesmaat terecht in Teatro Luna Blou. Dat is het film- en theaterhuis van dichter, scriptschrijver en cineast Norman de Palm, die zich met zijn ene bioscoopzaal het lot heeft aangetrokken van de cinefiel die nog wat anders wil dan puur commercieel product .

De Palm had in de jaren tachtig samen met regisseur Felix de Rooy succes met Curaçaose films gedraaid op het eiland over lokale thema's. Daarna zijn er redelijk wat documentaires gemaakt over Curaçao, of is er gedraaid op het eiland door bezoekers, maar de lokale productie van lokale filmers bleef beperkt tot werk voor televisie.

Nieuwe lente

Voor de Curaçaose film lijkt een nieuwe lente aan te breken. De jonge lokale filmmaker German Gruber heeft een martial-artsfilm op stapel staan die gedraaid wordt op Curaçao en eind dit jaar beginnen de opnamen voor de film Tula van Jeroen Leinders en Dolph Stapele. Die film gaat over het leven van de slavenleider Tula die in 1795 zijn bevrijdingsstrijd moest bekopen met de marteldood. Deze Curaçaose film, met een budget van 2,5 miljoen dollar, zou volgend jaar op het festival in première kunnen gaan. Er wordt nu gezocht naar een Amerikaanse hoofdrolspeler voor de film.

Coproducent Laurens Geels participeert in Tula. De distributie in de Caribische regio en in de Benelux is al gegarandeerd. Het is de bedoeling dat onder meer met deze Tula-film de 150ste verjaardag van de afschaffing van de slavernij gemarkeerd kan worden, in de Caribische regio en in Nederland.

Op het festival is The Night Holds Me Back in wereldpremière gegaan. Het is een film van de Nederlandse Catrien Ariëns over tambú, de oervorm van de Curaçaose muziek die lang verboden werd en nu als 'bevrijdingsmuziek' wordt ervaren.

Ariëns is een fotografe en filmmaker die woont en werkt op Curaçao. Ze laat tambú-spelers en -dansers zien en horen en laat ze de historische en culturele rol van hun muziek uitleggen met op de achtergrond het eiland van zowel de machtshongerige politici als de grote gaten in de weg.

Slavenhandel

Curaçao is voor de openingsfilm Marley van Kevin MacDonald een zeer betekenisvolle locatie. De openingsscène van zijn documentaire over de gelijknamige reggaelegende is een panorama van de kustlijn van Ghana met het imposante fort Elmina. Daar concentreerden de Nederlandse slavenhandelaars hun koopwaar voor verscheping naar de West. De bestemming van de konvooien met slaven was onveranderlijk Curaçao. Dat was immers de hub voor de slavenhandel in de hele regio.

undefined

Meer over