Cum laude geslaagd, in desillusie gestorven

Zijn 'politiek correcte bekeerzucht' had hij getemperd, zijn alcoholconsumptie had hij onder controle, zei hij. 'Ik, Anil, ben er nog.'

LOES REIJMER

Het is begin jaren zeventig als de 14-jarige Anil Ramdas in de rij voor de bioscoop in Paramaribo staat. Terwijl hij wacht in de brandende middagzon valt zijn oog op het affiche van een Amerikaanse westernfilm, The life and the times of Judge Roy Bean. Het onderschrift op het affiche intrigeert hem: 'If this story ain't true, it should've been.'

Ramdas maakt daarvan zijn levensdevies. Dat komt hem als 'dwangmatige kletskous en praatjesverkoper' goed van pas. 'Dat ik onzin uitkraamde, dat ik maar wat zei, deerde mij niet meer, sinds de poster van Judge Roy Bean. Als het allemaal niet was zoals ik zei dat het was, dan had het zo moeten zijn', schrijft hij in 1995 in Vrij Nederland.

Of hij als 14-jarige echt in de rij stond voor de bioscoop laat Ramdas in het midden, maar dat het zijn levensdevies was, is duidelijk. Het staat voor Ramdas als schrijver en verteller, vooral van persoonlijke levensgeschiedenissen. Het staat ook voor het opgeheven vingertje en de betweterige, misschien arrogante houding waarmee hij zich in het publieke debat mengde.

Donderdag overleed publicist en programmaker Anil Ramdas op zijn 54ste verjaardag. Hij heeft zelf een einde aan zijn leven gemaakt, zeggen ingewijden.

Ramdas groeit op in Paramaribo, als zoon van een Hindoestaanse onderwijzer en radio-omroepster. Zijn moeder is brahmaan, de hoogste kaste van het Indiase kastensysteem. Ze voelt zich te goed voor de Surinaamse omgeving waarin ze woont. Daardoor voelt Ramdas zich al op jonge leeftijd voornamer, edeler en toekomstvoller dan zijn leeftijdsgenoten. Hoe afkomst en achtergrond je identiteit bepalen, wordt later het centrale thema in zijn werk.

Na de middelbare school vertrekt hij naar Amsterdam om sociale geografie te studeren. Zijn eerste kennismaking met Nederland is teleurstellend. 'In Suriname hadden we alleen te maken met aardige, beschaafde Nederlanders, die uit belangstelling voor het land waren gekomen. Hier kom je tot de ontdekking dat Nederlanders ook domme boeren kunnen zijn, grove mensen', zegt hij in 1992 in HP/De Tijd. Het leidt ertoe dat hij zich wil bewijzen, laten zien dat een Surinamer cum laude kan afstuderen en een intellectueel kan zijn - weer die afkomst en identiteit.

Hij bewijst dat hij een goede schrijver en intellectueel is. Zijn stukken, eerst in de Groene Amsterdammer en later in NRC Handelsblad, getuigen van humor en diepgang. Hij eigent zich het thema etniciteit toe, en wordt woordvoerder in het minderhedendebat. Als Paul Scheffer in 2000 zijn essay Het multiculturele drama publiceert, blijft het opvallend stil vanuit Ramdas' hoek. Hij vindt dat hij alles al gezegd heeft over het thema, en dat al tien jaar daarvoor.

In 2000 maakt hij een opvallende stap: de man die het liefst schrijft over hoe de werkelijkheid zou moeten zijn, gaat als correspondent in India voor NRC vertellen hoe de werkelijkheid is. Na drie jaar komt hij terug, gedesillusioneerd over het journalistieke werk en met een drankprobleem. Zijn politiek correcte bekeerzucht zegt hij daarentegen getemperd te hebben in India.

Bij terugkomst in Nederland wordt Ramdas directeur van debatcentrum De Balie. Daar moet hij na twee jaar vertrekken wegens mismanagement en financiële problemen. In de jaren die daarop volgen, is het stil rond Ramdas. Tot hij zich in 2010 weer van zijn bekeerzuchtige kant laat zien in een geruchtmakende column over PVV-stemmers, die hij 'tokkies' en 'white trash' noemt. Voorwerk voor zijn eerste roman Badal (2011), zegt hij later.

Ramdas verhaalt daarin over de Surinaamse Hindoestaan Badal, ooit een grote intellectuele belofte, nu verloederd door drankzucht en eenzaam door het verwaarlozen van zijn gezin. Badal wil een groots essay schrijven over het electoraat van Wilders. Autobiografisch? Welnee, luidt Ramdas reactie in interviews. Natuurlijk gebruikt hij elementen uit zijn eigen leven, maar zo slecht als het met Badal gaat, die dronken in zee verdwijnt, vergaat het hem niet. 'Ik, Anil, ben er nog en ik heb mijn alcoholconsumptie onder controle', zegt hij in juli 2011. If this story ain't true, it should've been.

undefined

Meer over