Cultuurinstellingen Amsterdam steunen fotohuis

Volgend jaar al kan in Amsterdam een fotografiemuseum worden geopend. Het museum krijgt tot 2004 een tijdelijke expositieruimte van zo'n 500 vierkante meter....

De gegevens zijn afkomstig uit een donderdag openbaar gemaakt rapport dat door een commissie is opgesteld op verzoek van wethouder Saskia Bruines van Cultuur. De commissie werd gevormd door de fotoconservatoren Matti Boom van het Rijksmuseum en Hripsime Visser van het Stedelijk en directeur Els Barents van het particuliere museum Huis Marseille.

Wethouder Bruines is na eerste lezing van de voorstellen enthousiast. Zij kon nog niet zeggen welke gebouwen in aanmerking komen voor de tijdelijke vestiging van wat het Fotografie Museum Amsterdam moet gaan heten. Hoewel er nog tal van onzekerheden zijn, acht zij de kans reëel dat het fotomuseum volgend jaar al geopend kan worden.

Behalve het Rijks, dat de grootste collectie negentiende-eeuwse fotografie beheert, het Van Gogh en het Stedelijk, zijn ook het Gemeentearchief (met onder meer werken van Breitner en Jacob Olie), het Maria Austria Instituut (werk van onder meer Carel Blazer, Eva Besnyö, Ad Windig, Jan Versnel), het Joods Historisch, het Amsterdams Historisch en het Tropenmuseum bereid hun collecties te presenteren in het fotomuseum.

Het Amsterdamse museumplan vormt het antwoord op een soortgelijk initiatief in Rotterdam. Die stad wil een fotomuseum, het (nu nog in Amsterdam gevestigde) Filmmuseum en een centrum voor nieuwe media vestigen in het pakhuis Las Palmas op de Kop van Zuid. Het grootste verschil met dit plan is dat Amsterdam de nieuwe media en de vertoningen van artistieke films niet onder één dak wil brengen met de fotografie aan de Van Baerlestraat.

De instellingen voor nieuwe media (waaronder de Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media en Montevideo) blijven gevestigd op diverse plekken in de stad. Wel krijgen zij onder meer presentatiemogelijkheden in het fotomuseum, vooral voor producties die een groot publiek kunnen trekken. Filmvertoningen zouden moeten plaatsvinden in een Nationaal Filmtheater aan de Marnixstraat, waarvan nu door het filmbedrijf Rialto wordt onderzocht of het te realiseren is.

Staatssecretaris Rick van der Ploeg van Cultuur heeft eerder zowel Amsterdam als Rotterdam gevraagd met plannen te komen voor een Centrum voor Beeldcultuur. Van der Ploeg vond vervolgens het Rotterdamse plan interessanter dan het Amsterdamse. Maar vorige maand werd hij door de Tweede Kamer gedwongen opnieuw te kijken naar de voorstellen van Amsterdam.

Wethouder Bruines benadrukt dat Amsterdam zijn claim op het Centrum voor Beeldcultuur niet laat vallen. 'Ons aanbod staat nog steeds. Het instituut zou prima in Amsterdam passen. Maar ook als Van der Ploeg blijft bij zijn voorkeur voor Rotterdam, gaan wij door met onze plannen. Alleen zullen onze ambities dan wat bescheidener moeten zijn.' Uiterlijk half november maakt Van der Ploeg zijn besluit bekend.

Het fotomuseum zal worden geleid door een intendant, die moet zorgen voor de ontsluiting van de collecties van de musea in Amsterdam en de presentatie van de foto's. Het museum krijgt ook een budget voor het aanleggen van een eigen collectie, die een aanvulling moet vormen op die van de Amsterdamse musea.

Amsterdam heeft jaarlijks acht ton beschikbaar voor het fotomuseum. Het resterende geld zou van sponsors moeten komen. Bovendien hoopt de stad dat het Prins Bernhard Cultuurfonds het Wertheimerlegaat van 25 miljoen, bestemd voor de fotografie, wil aanwenden voor het museum aan de Van Baerlestraat. Ook Rotterdam maakt aanspraak op het legaat.

Het fonds heeft tot nu toe een duidelijke voorkeur voor Amsterdam gehad als vestigingsplaats voor een fotomuseum. Over het Centrum voor Beeldcultuur, waarin de fotografie slechts een onderdeel vormt, heeft de directeur van het fonds zich sceptisch uitgelaten.

Meer over