Cuccia vereffent rekening met Ferruzzi

Na een eerste kille reactie heeft de effectenbeurs in Milaan haar zegen gegeven aan een van de grootste financieel-economische operaties die ooit in Italië hebben plaatsgevonden....

JAN VAN DER PUTTEN

Van onze correspondent

Jan van der Putten

ROME

De operatie komt neer op een verkapte overname van het agro-industriële en chemische concern Ferruzzi-Montedison door Fiat en de handelsbank Mediobanca. Het brein achter die overval is Enrico Cuccia, honorair-president van Mediobanca. Op bijna negentigjarige leeftijd is Cuccia nog altijd de almachtige financiële alchemist van de grote Italiaanse familiebedrijven.

Cuccia heeft het chemieconcern Montedison, ontstaan uit een fusie tussen Montecatini en het elektriciteitsbedrijf Edison, altijd als zijn troetelkind beschouwd. Hij vatte het op als een persoonlijke belediging toen in de jaren tachtig eerst zijn opstandig geworden leerling Mario Schimberni en daarna de financiële piraat Raul Gardini met Montedison aan de haal gingen.

Gardini was getrouwd met de oudste dochter van Serafino Ferruzzi, de grondlegger van het Ferruzzi-concern. Met beursovervallen en dubieuze manoeuvres bouwde Gardini in tien jaar een enorm conglomeraat op. Ferruzzi-Montedison werd de op één na grootste particuliere onderneming van Italië, en de grootste betaler van smeergelden.

In 1989 begon Gardini zijn droom waar te maken om de eigenaar te worden van de Italiaanse chemische industrie. Door een fusie van Montedison met het staatsbedrijf Enichem onstond Enimont, dat een van de tien grootste chemische concerns van de wereld moest worden. Door een list kreeg Gardini de controle over deze joint venture.

Maar Enimont was een kort leven beschoren. Gardini liet zich uitkopen door de staat. Dank zij een stortvloed van 246 miljoen gulden smeergeld kreeg hij voor zijn Enimont-aandelen zeker een miljard gulden méér betaald dan de werkelijke waarde. Toen in juli 1993 zijn fraudes dreigden uit te komen, schoot hij zich een kogel door het hoofd.

De grootscheepse malversaties van de familie Ferruzzi kwamen aan het licht in het proces tegen Gardini's smeergeldspecialist Sergio Cusani. Inmiddels was de wraak van Cuccia begonnen. Hij bracht Ferruzzi-Montedison, dat dreigde te stikken in de schulden, onder controle van zijn belangrijkste schuldeisers, de banken, die op hun beurt worden gecontroleerd door Cuccia's eigen Mediobanca.

In de reorganisatie was voor de Ferruzzi's geen plaats. Justitie confisqueerde al hun bezittingen. De 'operatie Super-Gemina' heeft hun ondergang bekroond.

De holding Gemina, die vroeger Montedison controleerde en nu voornamelijk nog de uitgeverij Rizzoli en de krant Corriere della Sera, is in handen van Cuccia, Fiat-president Agnelli en een paar van hun vrienden. Door een uitwisseling van aandelen, waar geen lire aan te pas komt, wordt Gemina uitgebouwd tot 'Super-Gemina'.

Agnelli brengt twee chemiebedrijven van Fiat in: SNIA BPD en Sorin Biomedica. De banken versterken Gemina met de holding Ferfin, die eigenaar is van Ferruzzi-Montedison. Daardoor krijgt Gemina onder meer ook de controle over Ferruzzi's agro-industriële activiteiten, diens Franse filiaal Eridania-Béghin-Say (de grootste suikerproducent van Europa), de verzekeringsmaatschappij Fondiaria en de krant Il Messagero.

Deze grootste krant van Rome komt daardoor onder controle van Fiat, dat direct of indirect al eigenaar is van de dagbladen La Stampa, Corriere della Sera en Corriere dello Sport. De enige landelijke kwaliteitskrant waarop Fiat geen greep heeft, is La Repubblica van De Benedetti (Olivetti).

Montedison, dat nu een filiaal wordt van Gemina, zal twee andere chemiebedrijven van Fiat opslokken, terwijl een Montedison-dochter een Fiat-dochter overneemt. Agnelli heeft verzekerd dat Fiat een stap terug heeft gezet, omdat ze in Super-Gemina een belang heeft van slechts 8 procent. Maar zijn vriend Cuccia heeft ook 8 procent. De andere grootaandeelhouders zijn bevriende banken en bedrijven.

Meer over