Cubaans schermtheater valt slecht bij publiek

Het congresgebouw in Den Haag herbergde zelden zulk luidruchtig publiek als de afgelopen week tijdens de WK schermen. Op de plek waar toeschouwers normaliter een wat ingetogen applaus ten gehore brengen en sporadisch een staande ovatie, gingen de finales degen, sabel en floret vergezeld van toeters, zwaaiende vlaggen, luid gejuich...

Van onze verslaggeefster

Tynke Landsmeer

DEN HAAG

Een lange, smalle loper, twee palen voorzien van een rode en groene lamp, een telbord en wat planten vormden het decor. Twee behelmde, in het wit geklede schermers en een scheidsrechter waren gerecruteerd als hoofdrolspelers, een speaker figureerde als commentator. Allen speelden hun rol met overgave en sleepten het publiek mee in de spannende voorstelling.

'Een geweldige ambiance voor zo'n elegante sport als schermen', vond Jochem Farber, persvoorlichter van de Internationale schermfederatie. 'De finale is goed georganiseerd, veel beter dan de rest van het toernooi. Hier zijn ook niet-schermers in staat de wedstrijden te volgen.'

De kritiek van de uit Duitsland overgekomen Farber richtte zich voornamelijk op de vaak chaotische taferelen die zich afspeelden tijdens de voorronden in de Houtrusthallen. Welke schermer in welke hal moest aantreden en op welke vloer, was moeilijk te achterhalen. En ook de wirwar van aankondigingen in de gang en toeschouwers in de zaal gaven weinig zicht op het verloop van de eliminaties.

'Een georganiseerde chaos', benoemde Bert van de Flier, voorzitter van de schermbond, de wanorde. Farber: 'Het kan wel georganiseerd zijn, maar het is niet toegankelijk voor het publiek. Wanneer je als leek hier binnenkomt, begrijp je er niets van. Ze hadden hier ook een speaker neer moeten zetten, die de belangrijkste partijen aan elkaar kon praten.'

Het afgelopen weekeinde stonden de landenwedstrijden op het programma, met niet alleen de wereldtitel als inzet, maar ook een toegangsbewijs op de Olympische Spelen. De eerste zeven van elke categorie plaatsten zich rechtstreeks, een achtste alleen als de Verenigde Staten - als gastland al zeker van Olympische deelname - zich daartussen schaarde. Van de Nederlandse afvaardiging werd de vrouwen-degenploeg de grootste kans toegedicht om Atlanta te halen. De ploeg, onder leiding van maître Kasper Kardolus, miste na het verlies tegen Italië met 45-28 echter net de kwartfinale en eindigde op een veertiende plaats.

De eindstrijd bij de degenvrouwen, tussen Frankrijk en Hongarije, was de spannendste finale van het toernooi. De beslissing viel zaterdagavond pas in de laatste actie ten gunste van de Hongaarse vrouwen: 45-44. Estland verzekerde zich van brons door een overwinning op Italië.

De Cubanen trakteerden het publiek diezelfde avond op een flitsende show vol drama. In de finale floret namen zij een snelle voorsprong op de Russen met 20-7. Op het moment dat de Russische aanhang zich begon te roeren, startten de temperamentvolle Zuidamerikanen het spektakel. Met een dramatische val van het podium en een mank lopende Tucker Leon probeerden zij het publiek weer op hun hand te krijgen.

Slechts een klein deel van de aanwezigen was vatbaar voor het theater van de Cubanen. De rest joelde na beslissingen die tegen de Russische schermers werden genomen en juichte voor de schaarse punten die zij nog behaalden. De steun van het publiek behoedde de Russen echter niet voor de ondergang. Op 45-31 viel het doek en galmde de high-five van de Cubaanse spelers nog lang na in de Prins Willem Alexander Zaal.

De Nederlandse floretschermers werden in hun gang naar de finale al in de eerste ronde gestuit door Zuid-Korea. Zij verloren kansloos met 45-20 en eindigden als twintigste. De sabelploeg slaagde er niet in de eerste ronde te bereiken door verlies tegen China met 45-27. Italië behaalde twee wereldtitels; de mannen met sabel, de vrouwen met floret.

Een sportief succes kan het evenement nauwelijks genoemd worden voor de Nederlandse delegatie. Toch was de schermbond dik tevreden. Volgens Van de Flier, tot november nog voorzitter van de bond en belast met de leiding van het WK, was er met weinig middelen een volwaardig toernooi op poten gezet.

De angst voor een financieel debâcle - de Wereldruiterspelen stonden nog vers in het geheugen gegrift - lijkt vooralsnog ongegrond. Kleine tegenslagen werden gedekt door de onverwacht goede kaartverkoop. Van de Flier: 'De zaal zat elke avond redelijk gevuld. Woensdag hebben we zelfs kaartjes van de volgende dag moeten verkopen, omdat we te weinig in voorraad hadden. Voor de recette hadden we op het budget een luttel bedrag opgenomen. Het kon dus alleen maar meevallen.'

Als grootste tegenslag noemde Van de Flier het vertrek van de ingehuurde legerkapel naar Zagreb. Op de afsluitende ceremonie zou de kapel, die ook bij de opening van het evenement te beluisteren was, een roffel ten gehoren brengen, terwijl een fakkel van Nederlandse in Amerikaanse handen over zou gaan. 'Op die manier wilde ik het schermen op de Olympische Spelen symboliseren. Nu moeten we het alleen met de vlag en een cassettebandje doen.'

Meer over