Cuba is geen Polen of Chili

ALS JOHANNES PAULUS II volgend jaar, deo volente, op de José Martí-luchthaven in Havana arriveert, heeft de dienst Contraspionage Religieuze Zaken een zeer drukke tijd achter de rug....

ART VAN IPEREN

De zestig ambtenaren van afdeling III-4 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en de zeshonderd infiltranten die zij vanuit hun kantoor op de hoek van de 19de en O-straat dirigeren, hebben dan dag en nacht gewerkt aan de dossiers van alle potentiële ordeverstoorders.

De op de Stasi geënte staatsveiligheidsdienst zal er ongetwijfeld in slagen het bezoek van de anti-communistische kruisvaarder geheel volgens het boekje te laten verlopen. En dat betekent in Cuba: Castro en de paus vriendelijk lachend op het balkon van het presidentiële paleis; geen demonstraties op CNN; geen publiek dat Libertad roept tijdens de mis.

De paus is welkom in Cuba, maar hij moet niet denken dat zijn bezoek de katalysator wordt voor het afbreken van het laatste communistische bolwerk op het westelijk halfrond. Cuba is geen Polen of Chili. 'Liever een holocaust dan een koersverandering', liet Castro het Cubaanse episcopaat in 1990 per brief weten.

'De kerk is contra-revolutionair en stelt zich openlijk in dienst van het Pentagon', schreef Castro de steeds kritischer wordende bisschoppen in 1994. Het is dus niet verwonderlijk dat Cuba het enige Spaanssprekende land in Latijns Amerika is dat Karol Wojtyla tijdens zijn 73 reizen in achttien jaar nog niet heeft bezocht. De relaties tussen het Vaticaan en Castro zijn altijd slecht geweest. Pas de laatste jaren is er sprake van toenadering.

Toen guerrillaleider Fidel Castro begin 1959 een einde maakte aan de dictatuur van Fulgencio Batista, was Cuba net zo katholiek als de rest van Latijns Amerika. Maar de nieuwe machthebbers waren atheïst en begonnen de kerk het leven stelselmatig onmogelijk te maken.

Castro, die zelf was opgeleid door de Jezuieten, zette honderden priesters het land uit en verbood de achterblijvers les te geven op scholen. De huidige kardinaal Jaime Ortega y Alamino, belandde begin jaren zestig zeven maanden in een werkkamp. Castro nationaliseerde het kerkelijke onroerend goed en schafte in 1969 zelfs de Kerstviering af om het binnenhalen van de suikeroogst niet te vertragen.

Kerkbezoek was aanvankelijk verboden, werd later lange tijd met intimidatie ontmoedigd en wordt pas sinds kort getolereerd. Pas in 1991 werd besloten dat rooms-katholieken lid konden zijn van de partij. Vorig jaar Kerst durfden Cubanen voor het eerst thuis weer een boompje op te tuigen, nadat de autoriteiten het verbod op kerstbomen officieel hadden ontkend.

'Binnen 25 jaar zullen er minder katholieken dan manatíes zijn', orakelde Fidels broer Raúl nog aan het begin van de revolutie. De manatí, een zeldzaam zoogdier dat af en toe de Cubaanse rivieren inzwom, is inmiddels uitgestorven, maar het geloof maakt in Cuba een opmerkelijke bloeiperiode door.

De kerken, kapellen en privé-plaatsen van samenkomst puilen weer uit. Steeds meer rooms-katholieken, protestanten en aanhangers van de Santería (een mengeling van Afrikaanse en roomse tradities) vinden in hun geloof steun om de ontberingen en spirituele leegheid van 37 jaar communisme het hoofd te bieden.

Als de paus naar Cuba komt, heeft niet alleen hij, maar ook Castro veel te winnen en weinig of niets te verliezen. Fidel Castro kan met het hoge bezoek zijn internationale isolement verder doorbreken en heeft in de paus een nieuwe bondgenoot gevonden in de strijd tegen het Amerikaanse embargo.

Dat er nog geen datum is geprikt voor het bezoek komt niet alleen door de slechte gezondheid van de paus. In mei 1989, toen de betrekkingen tussen de paus en Castro veel slechter waren dan nu, leek een bezoek van Karol Wojtyla aan Cuba ook zeker, maar het feest ging niet door, omdat de paus te veel eisen stelde. Ook toen werd het bezoek officieel aangekondigd zonder dat een datum was vastgesteld.

Havana en het Vaticaan moeten het ook nu weer eens worden over de modaliteiten van het bezoek. De voorwaarden van de paus liegen er niet om. Castro zal grote concessies moeten doen die haaks staan op de dogma's van zijn revolutie.

Johannes Paulus II wil niet alleen zijn Cubaanse volgelingen een hart onder de riem steken. Hij eist ook dat de kerk vrij toegang krijgt tot de staatsmedia en een eigen radiostation mag opzetten. Cubaantjes moeten weer de mogelijkheid krijgen katholiek onderwijs te krijgen. De kerkelijke hulporganisatie Caritas moet ongehinderd kunnen opereren in Cuba. Elke missionaris of lekenpriester moet zonder visaperikelen vrij toegang tot Cuba krijgen.

Waarschijnlijk zal het Vaticaan ook nog het geconfisqueerde bezit op Cuba terugeisen en verlangen dat de paus kan praten met wie hij wil, inclusief de dissidenten. De kerkvorst wil ook in alle vrijheid een openluchtmis kunnen houden. Sinds 1959 heeft Castro het alleenrecht gehad op zorgvuldig geregisseerde massabijeenkomsten.

Het is zeer de vraag of Castro (70) en Johannes Paulus II (76) het op korte termijn eens kunnen worden over het pauselijke eisenpakket dat de monopolies van de communistische partij aanzienlijk ondermijnt. Toch moeten ze haast maken, want Castro en de paus willen elkaar graag in Havana ontmoeten en hebben niet het eeuwige leven.

Art van Iperen

Meer over