Cruijff: 'Na die penalty viel de boel ineens dood' Gerd Müller, Mario Kempes en het schot van Rensenbrink op de paal

Het Nederlands elftal speelde bij het WK twee keer eerder een finale. Beide gingen verloren. Het gastland werd wereldkampioen. In 1974 was Oranje favoriet....

Poul Annema

Met dynamisch voetbal, later vaak samengevat in de term ‘Totaalvoetbal’, plaatste het Nederlands elftal zich voor de finale als de grote favoriet voor de wereldtitel. De kracht van de ploeg zat in haar functionaliteit; met Johan Cruijff als motor en inspirator groeide er een swingende eenheid die goed voetbal speelde, slagvaardig was en die waar nodig ook keihard kon optreden.

Op een zege in de openingswedstrijd tegen Uruguay (2-0) volgde een doelpuntloos gelijkspel tegen Zweden, een 4-1-overwinning op Bulgarije, een 4-0-triomf op Argentinië, en uiteindelijk twee 2-0-zeges op achtereenvolgens Oost-Duitsland en Brazilië. Vooral in dat laatste treffen toonde Nederland zijn vastberadenheid en fysieke standvastigheid in combinatie met zijn klasse.

Die vlekkeloze reeks maakte Nederland tot favoriet voor de finale in München. Al in de openingsminuut doofde Oranje de hoop van het Duitse legioen dankzij een door Johan Neeskens verzilverde strafschop. In plaats van een ruggesteun bleek de snel verkregen 1-0-voorsprong echter een blok aan het been.

‘De boel viel ineens dood’, zei Johan Cruijff. ‘Wij hebben in het hele toernooi misschien net één uur slecht gespeeld’, aldus Arie Haan, ‘maar wel een half uur daarvan in de finale tegen Duitsland.’ Via een nog voor rust door Hölzenbein uitgelokte strafschop en een treffer van topscorer Gerd Müller beleefde het Nederlands elftal de donkerste nacht uit zijn bestaan in het door Duitse supporters ontstoken vreugdevuur.

De wereldtitel die zo dichtbij leek, bleek uiteindelijk heel ver weg omdat de automatismen in het eerder zo soepele elftal stokten en omdat de daarvoor getoonde effectiviteit plotseling ontbrak. Als één van de mogelijk oorzaken werd de strategische keuze van bondscoach Rinus Michel genoemd om de trage Van Hanegem te koppelen aan de snelle en gewiekste Uli Hoeness. ‘Eén ding staat vast’, hield Michels ook vele jaren later nog overeind ‘Aan de tactiek heeft het die dag niet gelegen.’

Het belangrijkste voor de uiteindelijke uitslag in de finale, was de onzichtbaarheid van Johan Cruijff op het beslissende moment. Hij had in weerwil van de grote druk waaronder hij stond, met name door de rol van de Duitse boulevardpers, een schitterend toernooi gespeeld, maar op het belangrijkste moment miste hij scherpte, raffinement en doortastendheid. Of zoals de Duitse bondscoach Helmut Schön na dit WK zei: ‘Ik heb tegen Cruijffs bewaker Berti Vogts gezegd: je hebt een gemakkelijke wedstrijd gehad omdat Cruijff niet meedeed.’ En zei Schön bovendien: ‘Nederland waande zich al voor de finale wereldkampioen en dat was wel heel erg dom.’

Poul Annema

Meer over