Criticus van overheidsarrogantie

Scheidend president Henk Koning (65) hamerde er steeds weer op: de Algemene Rekenkamer mag zich niet met de politiek bemoeien....

DE grandeur van het voorzitterschap van de Algemene Rekenkamer was Henk Koning (65) op het lijf geschreven. De bourgondische VVD'er, die in partijkringen wegens zijn geringe lengte 'heertje van stand' werd genoemd, was een geboren voorzitter.

Na drie periodes als staatssecretaris (Binnenlandse Zaken in het kabinet Van Agt en Financiën in Lubbers I en II) dacht hij zelf aan de Raad van State of een rechterszetel in de Belastingkamer. De eerbiedwaardige Rekenkamer was ook goed. Tot veler verrassing ontpopte Koning, die bekendstond als de grootste receptietijger van Den Haag, zich als een gedreven president.

Toen Koning zelf nog politicus was, nam hij het minder nauw met de regels. Het paste geheel in zijn taakopvatting van staatssecretaris de belastingaanslag van Wibo van der Linde, bevriend Avro-directeur, naar beneden bij te stellen. 'Die man mist het onderscheidingsvermogen tussen goed en kwaad,' zei een partijgenoot. Ook fractievoorzitter Nijpels vond dat Koning moest opstappen.

Maar Wiegel, zijn oude baas op Binnenlandse Zaken, en de CDA'er Ruding, zijn directe baas op Financiën, hielden hem de hand boven het hoofd.

Koning toonde zich hardleers. De staatssecretaris aarzelende niet de kerk van Rome te helpen met het veiligstellen van de nalatenschap van een Nederlandse katholieke vrouw. De fiscus dreigde tweederde als successierecht in te pikken, maar Koning bewerkstelligde persoonlijk dat het 11 procent werd.

Het werd hem nauwelijks aangerekend. De verstokte vrijgezel - 'het zit in de familie, mijn zus is ongetrouwd en mijn opa trouwde pas op zijn 55ste' - had in zijn talloze bijbanen overal vrienden gemaakt. Hij werd genoemd voor het partijleiderschap, maar verloor de race tegen Voorhoeve.

De Rekenkamer werd onder Koning een van de voornaamste critici van overheidsarrogantie, en de president ontwikkelde zich tot een van de hardnekkigste luizen in de pels van het paarse kabinet - dat openheid en doorzichtigheid beweerde na te streven. 'Paars kan niet tegen kritiek', is een van zijn gevleugelde uitspraken.

Koning kreeg slaande ruzie met de toenmalige minister van Economische Zaken Wijers over technolease, een ondoorzichtige belastingconstructie van Philips, de Rabobank en Fokker, die de schatkist miljarden kostte. Wijers vond dat de Rekenkamer politiek bedreef.

'Wij halen alleen feiten boven tafel, we doen geen politieke uitspraken', was Konings verdediging.

Wat later kwam hij in aanvaring met minister Zalm van Financiën over de Mondriaan-aankoop van De Nederlandsche Bank. Zalm weigerde bepaalde documenten over de koop van het doek te overleggen. De Rekenkamer velde een vernietigend oordeel over de gang van zaken rond de schenking voor het schilderij Victory boogie woogie.

Koning geeft toe dat de Rekenkamer de afgelopen tien jaar dichter bij de politiek is komen te staan.

'De Kamer vindt het steeds belangrijker om te weten wat er met het geld gebeurt', zegt hij. Zijn eindoordeel is evenwel mild: 'Nederland wordt niet zo slecht bestuurd, maar wij moeten wel kritisch blijven kijken, anders gaat het fout.

Meer over