Criteria rond euthanasie zijn geleidelijk opgerekt

De wetgeving rond euthanasie begon in Friesland, waar een huisarts werd veroordeeld, die haar moeder een dodelijke dosis morfine had gegeven....

1973: De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie wordt opgericht naar aanleiding van de rechtszaak tegen de Friese huisarts G. Postma, die haar moeder op verzoek een dodelijke dosis morfine toediende na een hersenbloeding. De rechtbank in Leeuwarden veroordeelde Postma tot een week voorwaardelijke gevangenisstraf.

1984: Het eerste wetsvoorstel wordt ingediend door D66-Kamerlid E. Wessel-Tuinstra. Zij stelt voor de strafbaarstelling van euthanasie voor de medische beroepsgroep te schrappen. Toetsing vindt in dit voorstel plaats door de Inspectie voor de Volksgezondheid, op basis van vastgelegde zorgvuldigheidseisen.

1984: De Hoge Raad honoreert voor het eerst in een euthanasiezaak het verzoek van een arts die beroep doet op 'de noodtoestand'. De Alkmaarse huisarts P. Schoonheim beëindigt het leven van een 95-jarige patiënte met een euthanasieverklaring. De hoogbejaarde vrouw ligt een half jaar in bed met een gebroken heup en heeft een hoge dosis pijnbestrijding nodig om haar lijden te verlichten. De Hoge Raad erkent de verregaande ontluistering van de vrouw. Door de uitspraak wordt voor het eerst erkend dat artsen euthanasie kunnen plegen zonder daarvoor straf te krijgen. Het moet gaan omondraaglijk en uitzichtloos lijden.

1994: Op 1 juni 1994 treedt de meldingsprocedure in werking. Euthanasie blijft strafbaar, maar artsen worden niet vervolgd wanneer zij voldoen aan de zorgvuldigheidseisen die zijn opgenomen in een wettelijke meldingsprocedure. De eisen zijn ontwikkeld door een commissie onder leiding van procureur-generaal Remmelink, die de euthanasiepraktijk heeft onderzocht. De latere minister Borst was lid van de commissie-Remmelink.

1994: In een arrest, genoemd naar de psychiater Chabot, verruimt de Hoge Raad het begrip 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden' tot 'psychisch lijden'. Chabot beëindigde het leven van een vrouw van middelbare leeftijd, die na de dood van haar beide kinderen zwaar depressief werd. Opvallend is dat de vrouw volgens de Hoge Raad leed aan een depressie in het kader van een rouwproces. De Hoge Raad acht Chabot strafbaar, omdat hij niet voldaan heeft aan de eis dat de behandelend arts een tweede, onafhankelijke arts moet raadplegen, maar legt hem geen straf op.

2000: Terwijl in de Tweede Kamer de nieuwe euthanasiewet wordt behandeld, staat in Haarlem de huisarts van oud-PvdA-senator E. Brongersma voor de rechter. Brongersma had ouderdomskwalen, maar van uitzichtloos lichamelijk lijden was geen sprake. Eevmin was hij depressief. De arts had Brongersma geholpen, omdat hij 'leed aan het leven'. Hoewel er geen sprake was van lichamelijk of psychisch lijden, oordeelde de rechtbank dat de huisarts zorgvuldig had gehandeld. Hiermee werd het criterium 'ondraaglijk lijden' verder opgerekt.

2001: De Eerste Kamer aanvaardt het wetsvoorstel van de ministers Borst en Korthals, dat euthanasie in Nederland legaliseert. In de wet zijn de criteria opgenomen waaraan het OM euthanasiegevallen toetst.

Meer over