Cristiano Ronaldo

Het pr-meisje heeft nog maar net de hotelkamer verlaten of Cristiano Ronaldo legt zijn linkerhand op zijn borst, declameert: 'Ik ben niets./Ik zal nooit iets zijn./Ik kan ook niet iets willen zijn/Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld.'


'Sigarenwinkel van Àlvaro de Campos', grinnikt de goedlachse doelpuntenmachine. 'Ik hoef jou natuurlijk niet te vertellen dat De Campos een van de vele heteroniemen was van de grote Portugese dichter Fernando Pessoa.'


Uit de binnenzak van zijn Nike-trainingspak haalt hij 'zijn talisman': een pocketeditie, uitgegeven door het Instituto Português do Livro das Bibliotecas van Pessoa's verzameld werk. 'Waar andere jongens bidden voor de wedstrijd, trek ik me altijd terug met Pessoa. Voor de pot tegen Zweden las ik Liedboek en ging als de brandweer. Mijn zwaard is zwaar/ mijn armen zijn ontkracht.'


Als hij ontdekt dat zijn bezoek uit Nederland komt, beginnen zijn ogen te glimmen. 'Dan ken je 'tio Gerrit' toch? Ome Gerrit Komrij?' Hij vertelt over zijn lievelingstante die in Vila Pouca woonde, en waar hij elke zomer logeerde. Tio Gerrit kwam met 'tio Charles' elke donderdag bacalhau met varkensingewanden eten. 'En om enorm veel te drinken. Op het einde van de avond ging hij op de tafel staan en droeg Pessoa voor, in het dialect van de streek. Schitterende kerel, tio Gerrit!' Als het pr-meisje op de hotelkamer klopt, is het gesprek afgelopen. Bij het afscheid citeert Ronaldo nog één keer op luide toon zijn literaire held: 'Ik kijk en ben bewogen.'

Meer over