INTERVIEW

Crisolita zit nog in kamp Roj in Syrië. Haar dochter mocht wel het busje in, terug naar Nederland

De Nederlandse vrouwen Amal el B. (links) en Crisolita V. in kamp Roj in Syrië. Het dragen van de kleur zwart, zoals vrouwen onder IS deden, is in het kamp verboden.  Beeld Delil Souleiman
De Nederlandse vrouwen Amal el B. (links) en Crisolita V. in kamp Roj in Syrië. Het dragen van de kleur zwart, zoals vrouwen onder IS deden, is in het kamp verboden.Beeld Delil Souleiman

Toen een Nederlandse delegatie deze maand een Syriëganger uit Noordoost-Syrië ophaalde, nam zij ook de 11-jarige dochter mee van Crisolita V., die met haar andere kinderen achterbleef in kamp Roj. De moeder is er blij mee. ‘Ze heeft weer een toekomst.’

Na jaren wachten verscheen plotseling toch het busje tussen de witte tenten van het gevangenenkamp. Dat was ‘best wel een shock’, zegt Syriëganger Crisolita V. (32) uit Leiden.

Het busje, bleek al snel, kwam nu namelijk eens niet voor de Belgen, de Fransen, de Italianen, de Britten of de Duitsers. Hun regeringen zijn net als die in andere Europese landen allang volop bezig met het repatriëren van IS-vrouwen en hun kinderen en sturen daarom om de haverklap busjes naar kamp Roj in Noordoost-Syrië.

Dit busje kwam voor de Nederlanders.

Nederland is een van de weinige westerse landen die tot voor kort niet toegaf als het gaat om het terughalen van Syriëgangers en hun kinderen. Te onveilig, vond de regering. Onhaalbaar ook om diplomatieke banden aan te knopen met de Koerden in Syrië. De Tweede Kamer en de Hoge Raad waren het daarmee eens.

Maar omdat de strafzaak tegen de 27-jarige Syriëganger Ilham B. uit Gouda dreigde te sneuvelen als zij niet in Nederland haar proces zou kunnen bijwonen, besloot Nederland eerder deze maand om in ‘specifieke gevallen’ toch te repatriëren. Ilham B. en haar kinderen mochten mee in het busje. Tot de handvol uitverkorenen behoorde ook de 11-jarige dochter van Crisolita V.

‘Heel veel huilen’

Haar broers en zusje bleven achter in het kamp. Ze wonen daar in een tent en gaan hooguit een paar uur per dag naar school. ‘Geef me mijn zus terug’, schreeuwde haar jongere zusje toen het busje weg reed. Ook moeder Crisolita mocht niet mee. Het afscheid was ‘heel veel huilen’.

Ze vroeg terreurverdachte Ilham B. voor het instappen om een oogje op haar dochter te houden tijdens de lange reis naar Nederland.

Dat het kind nu vrij is, is te danken aan haar ex, de vader van het meisje. Geen moslim, maar als vader gaat hij ervoor. Hadden al Crisolita’s kinderen maar zo’n vader. Helaas. De vader van haar oudste zoon zet zich minder in. De vader van haar twee jongste kinderen is waarschijnlijk omgekomen in Baghuz, op de laatste kilometers kalifaat van IS.

null Beeld

De vader van de dochter van 11 heeft vanuit Nederland hemel en aarde bewogen om het kind uit Syrië weg te krijgen. Beschuldigde Crisolita zelfs van internationale kinderontvoering. De uitkomst juicht ze toe, in het belang van haar dochter. ‘Ze kan in Nederland bij oma wonen, naar school, ze heeft weer een toekomst.’

Het zou goed zijn, vindt ze zelf, als deze vader ook haar drie andere kinderen kon claimen om ze vervolgens naar Nederland over te laten brengen. ‘Hij vecht ook voor hen. Maar hij kan niet veel, omdat hij niet hun vader is.’

Hoofddoek

Crisolita plukt aan haar bordeauxrode khimaar, een islamitisch gewaad dat alles bedekt maar niet het gezicht. Haar dochter droeg een knalroze khimaar in een kindermaat toen ze naar Nederland ging. ‘Ik hou wel van een beetje mode.’ Ze vraagt zich af of haar dochter ervoor zal kiezen om in Nederland een hoofddoek te dragen. ‘Eerst deed ze dat hier niet, maar ja, andere vrouwen zeiden daar wat van.’

Crisolita staat in tegenstelling tot veel andere vrouwelijke Syriëgangers niet op de terrorismelijst. Ze heeft Kaapverdische ouders, maar is geboren en opgegroeid in Nederland. Als tiener kwam ze in aanraking met de islam. Op haar 19de werd ze voor het eerst moeder. Ze had ‘best wel problemen’ – alleenstaand, twee kinderen, schulden, mensen die haar op straat nariepen vanwege haar khimaar – toen ze online een Nederlandse vrouw leerde kennen. Zij en andere onlinecontacten spiegelden haar een uitweg voor.

Syrië! Het kalifaat van IS.

Voor een alleenstaande moeder, begreep Crisolita, waren daar talloze mogelijkheden. ‘Ik hoorde dat je daar gemakkelijk kon gaan studeren. Verpleegkunde.’ Dus heeft zij ergens halverwege 2015, de oorlog tegen IS was toen al volop gaande, de sprong gewaagd. In haar uppie, met haar kinderen van toen 5 en 7.

Opgesloten

In Syrië blijkt dat van studeren niks terechtkomt. ‘Mijn man gaf daar geen toestemming voor.’ Zoals alle alleenstaande vrouwen werd Crisolita door IS namelijk opgesloten in een madafa, een soort pension voor vrouwen. De enige uitweg was een huwelijk. Prompt meldde zich een kandidaat: de eveneens Nederlandse man van de vrouw die haar eerder online naar het kalifaat had gelokt.

Crisolita werd zijn tweede echtgenote. Het was ‘niet voor herhaling vatbaar’. Met deze man kreeg ze nog twee kinderen. Nu zit ze samen met de andere weduwe in kamp Roj. ‘We zijn wel goed met elkaar. We hebben natuurlijk een verleden samen. Onze kinderen zijn broertjes en zusjes.’

Kamp Roj staat in het teken van terugkeer. Het dragen van de kleur zwart, en vogue voor vrouwen onder IS, is verboden. Posters in meerdere talen roepen vrouwen op om pasfoto’s te maken van hun kinderen – handig als er halsoverkop een noodpaspoort moet worden gemaakt. Koerdische bewakers manen de Volkskrant om op te schieten: de zoveelste overheidsdelegatie staat hier voor de deur.

De vrouwen die hier met hun kinderen verblijven, komen uit Europa, maar ook uit Trinidad en Kirgizië. Ze zijn de laatsten. Buitenlandse vrouwen zijn in 2019 en 2020 massaal ontsnapt uit het kamp waar ze toen nog veelal zaten, Al Hol, verderop in Noordoost-Syrië. Daar hadden smokkelaars vrij baan. Voor een paar duizend dollar zat je in een lege olietanker richting de provincie Idlib, nog steeds deels in handen van jihadisten.

Opsluiten en berechten

Hoeveel Nederlandse vrouwen zijn er eigenlijk overgebleven in de Syrische kampen? Crisolita en Amal (33) uit Amsterdam, die erbij komt zitten, houden het op 12 in kamp Roj. 25, stelt de AIVD. De inlichtingendienst neemt aan dat circa tien Nederlandse vrouwen nog steeds verblijven in Al Hol. De Koerdische militaire inlichtingendienst stelt echter dat in Al Hol vrijwel geen Europeanen meer zitten.

Deze week stelden vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie (OM), de AIVD en terrorismebestrijder NCTV in een gesprek met de Tweede Kamer unaniem dat het beter zou zijn om meer Nederlanders op te halen uit Noordoost-Syrië. De redenering is ongeveer deze: ze in Nederland opsluiten en berechten is uiteindelijk veiliger dan afwachten tot de Koerden ze laten lopen.

Amal heeft weer ‘hoop’ gekregen op terugkeer. Crisolita wil na haar gevangenisstraf in Nederland graag alsnog een opleiding volgen. ‘Ik ben al wel op leeftijd nu, dus een hele studie zoals verpleegkunde zit er misschien niet meer in. Maar een koksopleiding ofzo.’

Meer over