Crisis met een kleine c

Nieuws heeft een korte levensduur. Wat gisteren nieuws was, is vaak de volgende dag vergeten. Mei 1999: de Nacht van Wiegel....

DE NACHT van Wiegel is buiten politiek Den Haag snel in vergetelheid geraakt. Was het werkelijk dit jaar?, vragen mensen verbaasd als iemand de Nacht die het kabinet-Kok deed vallen, in herinnering roept. 'Bij ons in de Eerste Kamer wordt er ook nooit meer over gesproken. Het is voorbij', zegt dr. L. Ginjaar, terwijl hij aan zijn kopje thee nipt in de lounge van het senaatsgebouw.

Geheel in stijl met de aan de Eerste Kamer toegeschreven rol van chambre de réflexion, relativeert Ginjaar de betekenis van Wiegels nacht. 'De verhouding tussen D66 en de VVD heeft geen enkele schade geleden. Even goeie vrienden.' Het lichte ongeloof dat zich aftekent op het gezicht van de journalist, pareert hij met meer relativeringen. 'Ach, weet u, we zijn hier altijd wat aardiger tegen elkaar dan in de Tweede Kamer. De politiek beheerst ons leven niet. We zien elkaar slechts eenmaal per week.'

Die Nacht, van 18 op 19 mei, viel de Eerste Kamer uit haar rol. In plaats van bedachtzaam pijprokend en theedrinkend zaken van staatsbelang door te nemen, hielden de senatoren hectische politieke beraadslagingen en speculeerden er op los. Pas toen bij de hoofdelijke stemming over het correctief referendum Wiegels 'tegen' klonk, brak de spanning. Dus toch!

Wiegel wist dat zijn tegenstem een kabinetscrisis zou uitlokken, want D66 had gewaarschuwd dat die partij het niet zou accepteren als door toedoen van leden van een regeringsfractie de grondwetswijziging werd getorpedeerd. Hoe serieus heeft Ginjaar als voorzitter van de VVD-senaatsfractie geprobeerd om Wiegel daarvan te weerhouden?

'Mijn taak was ervoor te zorgen dat er een open gedachtenwisseling plaatsvond, dat de argumenten op tafel kwamen en dat niemand zich onder druk gezet voelde. Ik heb met alle vijf tegenstanders van het referendum apart gesproken. Ieder fractielid heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Daar heb ik bepaald niet aan willen tornen. Ik hecht zeer aan die eigen verantwoordelijkheid, ook al druist deze tegen het regeerakkoord in.'

Geen kwaad woord over Wiegel. 'De heer Wiegel had zeer overwegende bezwaren tegen het referendum en heeft dat in zijn stem tot uitdrukking gebracht.'

Durfde Ginjaar zelf niet tegen te stemmen, maar wilde hij dat in z'n hart wel? Op de vraag volgt een lang betoog in omzichtige bewoordingen, waarin een rechtstreeks antwoord uitblijft. Een mondhoek krult nauwelijks waarneembaar omhoog, in zijn ogen verschijnt een guitige twinkeling en in stilte proeft hij zijn woorden voordat hij zegt: 'Ik behoor - zoals velen in de VVD-fractie - niet tot de mensen die enthousiast voor het referendum waren. Met tegenzin voorgestemd, ja, zo zou je het kunnen formuleren.'

Ginjaar benadrukt dat de buitenwereld zich een verkeerd beeld heeft gevormd van wat zich in de fractiekamer afspeelde. Niet die roerige dinsdagavond werden de voors- en tegens afgewogen, maandenlang al discussieerde de VVD-fractie over het wetsvoorstel. En in al die maanden is er geen moment geweest dat iedereen op één lijn zat, dat Ginjaar dacht dat de hele fractie het referendum zou steunen.

Zelfs die avond dat de senaat geschiedenis schreef, voelde Ginjaar zich geen crisismanager, want àls het crisis werd dan nog altijd eentje met een kleine c, zo verwachtte hij. 'Ik heb geen hel en verdoemenis over de fractie uitgestrooid om de leden te bewegen vóó het referendum te stemmen.'

Hoe D66 zou reageren, was ongewis, maar premier Kok zou het niet verkroppen dat zijn kabinet aan het referendum ten onder zou gaan, redeneerde Ginjaar. Bovendien, was er soms een ander kabinet mogelijk?

Hij kreeg gelijk. Na een crisis met een kleine c werd Paars II gelijmd. De verhoudingen in de senaat zijn uitmuntend, en de Nacht lijkt nu geen grotere betekenis te hebben dan een sappige anekdote in Wiegels biografie.

'Het enige vervelende is', vindt Ginjaar, 'dat de gang van zaken is aangegrepen om over de positie van de Eerste Kamer te beginnen. Er zijn mensen die vinden dat als de Eerste Kamer een wetsontwerp verwerpt, het terug zou moeten naar de Tweede Kamer. Wel, daarmee stel je in feite de senaat onder curatele. Wat de VVD betreft zal zo'n voorstel dan ook met kracht worden afgewezen.'

Meer over