bericht uit

Crisis in Kabul verdringt die in Haïti uit het wereldnieuws

Vier Minustah-kinderen in Haïti, kinderen die zijn verwekt door buitenlandse soldaten van een vredesmissie. Ze lieten hun zwangere vriendinnen achter.  Beeld foto Joost de Vries
Vier Minustah-kinderen in Haïti, kinderen die zijn verwekt door buitenlandse soldaten van een vredesmissie. Ze lieten hun zwangere vriendinnen achter.Beeld foto Joost de Vries

Na een uur of acht rijden over wegen met flink wat gaten arriveerden we in de avond van 17 juli in het kustplaatsje Port-Salut in het zuidwesten van Haïti. Tien dagen eerder was president Jovenel Moïse vermoord. Om die reden bezocht ik het Caribische land. De reis had langer geduurd dan gepland omdat de oude Nissan Pathfinder van Serge, de lokale journalist met wie ik samenwerkte, boven de 50 kilometer per uur onbedaarlijk begon te schudden.

Tijd om op adem te komen was er niet. Vier vrouwen zaten al op ons te wachten om geïnterviewd te worden. Serge had via via de contacten gelegd en sneller dan wij konden reizen, hadden de alleenstaande moeders, ieder met een kind, zich al verzameld bij een van hen thuis. Elk kind was een tint lichter of donkerder dan zijn moeder. Hun vier vaders kwamen uit Uruguay en Senegal. Na een eerste verhaal over de dode president, maakte ik dit keer een reportage over ‘les Petits Minustahs’, kinderen die zijn verwekt door buitenlandse VN-soldaten die tussen 2004 en 2017 deelnamen aan de Minustah-vredesmissie in Haïti.

Toen de vrouwen zwanger werden, lieten de vaders hun Haïtiaanse vriendinnen in de steek en vertrokken naar huis. Met het verstrijken der jaren hadden de moeders tal van witte hulpverleners, journalisten en vertegenwoordigers van internationale organisaties voorbij zien komen. De witte mensen beloofden hulp voor hun kinderen, hulp vanwege de verwoestende aardbeving in 2010, hulp vanwege de verwoestende orkaan Matthew in 2016.

Overredingskracht

Ik was de zoveelste witte bezoeker uit Europa. En ik dacht zomaar te beginnen met het interview? Dat ging zomaar niet, daar moest wel iets tegenover staan. Hoezeer ik hun houding ook kon begrijpen, betalen voor een interview druist in tegen elke journalistieke wet. In het Creools gooide Serge al zijn overredingskracht in de strijd. Ik zat erbij en zag hun gezichten op onweer staan. Vier Haïtiaanse vrouwen met de hakken in het zand, daar ging mijn verhaal. In de temperamentvolle Haïtiaanse taal lijken de gemoederen voortdurend over te koken. De soep werd uiteindelijk niet zo heet gegeten; een moment later werd er weer luid gelachen.

Drie dagen later vloog ik terug naar mijn standplaats Mexico-Stad. Drie weken na mijn bezoek aan Port-Salut trof een aardbeving met een kracht van 7,2 op de schaal van Richter het zuidwesten van Haïti. Het langgerekte schiereiland dat ik met Serge in zijn roestige Nissan had doorkruist, werd hard door elkaar geschud. Een vergelijkbare aardbeving legde in 2010 grote delen van Port-au-Prince in puin, toen overleden ruim 200 duizend mensen. Dit keer trof de beving kleinere steden en het platteland. Tot nog toe staat het dodental op 2200 mensen.

Huizen beschadigd

De ramp vond plaats op een zaterdag. Ik schreef vanuit huis een stuk voor de maandagkrant. Serge appte dat de huizen van de vrouwen en kinderen uit Port-Salut waren beschadigd. Een Haïtiaanse taxichauffeur stuurde me een vreselijke foto van lichamen bedekt met stof en bloed.

Twee dagen later tikte ik een nieuw stuk: meteen na de aardbeving volgde een tropische storm. Dat tweede artikel haalde alleen de site, niet de krant. Want terwijl in Haïti het natuurgeweld toesloeg, voltrok zich in Afghanistan een door mensen gecreëerde catastrofe. Eentje waar bovendien Nederland bij was betrokken. Ramp boven ramp.

Ook mijn fixer Serge ondervond hoe de internationale pers de aandacht verlegde naar het Midden-Oosten. Hij zou die week een klus doen voor de Duitse televisie. Op het allerlaatste moment zegden de Duitse journalisten af. Die andere ramp in Kabul ging voor.

Meer over