Crisis, crisis, wie heeft er dan last van?

DEN HAAG - Waar is de crisis? Op het Malieveld demonstreren vijfduizend mensen tegen de bezuinigingen die iedereen raken, maar dichtbij, op de Prinsegracht, hebben de meesten geen idee. De crisis en de bezuinigingen zijn nog niet hun leven binnengedrongen, zeggen ze. En zolang dat niet gebeurt, maken ze zich weinig zorgen. Economie is vertrouwen, maar de dalende beurskoersen, de instortende economieën en de 'sociale kaalslag' hebben het hier nog nauwelijks ondermijnd.


Iedereen heeft het over de crisis, kan de conclusie zijn, maar weinigen hebben hem gezien.


De Prinsegracht is een van-alles-wat-straat in Den Haag: winkels, woningen en kantoren. Hij schampt langs de Schilderswijk en raakt het centrum van de stad. Op nummer 136a is Onderhoudsbedrijf De Crisis gevestigd, maar achter de voordeur zit een kapsalon. Daar krijgen ze weleens brieven voor De Crisis maar die sturen ze terug. De Crisis zit boven, zeggen ze, op de eerste verdieping, en ze geven een telefoonnummer waarop niet wordt opgenomen.


De Lommerd

Verderop dan, op nummer 70, is de winkel van Cash Converters gevestigd, de lommerd van de moderne tijd waar mensen in geldnood hun spullen kunnen verpanden of verkopen. Het is er druk. De laatste drie jaar, zegt filiaalmanager Aimée Rensen, stijgt de omzet met 20 tot 30 procent. Dat is de crisis, misschien. Maar het is ook iets anders, wat haar betreft. 'Mensen kunnen tegenwoordig alles kopen', zegt ze, 'ook al hebben ze geen geld. Ze bestellen online wat ze willen: televisies, telefoons, elektrische gitaren - dingen die ze niet echt nodig hebben en waarvoor ze woekerrentes moeten betalen. Uiteindelijk komen ze hier terecht. Ik weet niet of je dat crisis moet noemen. Ik zie het niet, in elk geval. Maar ik heb een baan en ben zuinig, dat scheelt.'


Op nummer 50 vertelt Hasan Özgören ongeveer hetzelfde. Negentien jaar heeft hij met zijn broer een tabaks- annex fotozaak die 'best goed' loopt. 'Zolang je voorzichtig bent heb je van de crisis geen last', zegt hij. En: 'Mensen zijn zwak met het kopen van dingen. Ze worden gek gemaakt: geld moet rollen, de economie moet draaien; kijk maar eens hoeveel er gekocht wordt bij de Media Markt. Is dat crisis? Waarom kopen mensen een nieuwe televisie als ze er al één hebben?'


Ouderwets

Zolang je niet werkloos bent, zegt hij, zolang je niet bedolven bent onder de schulden of afhankelijk van zorg is er geen reden tot ongerustheid. 'Dat klinkt als een hele ouderwetse benadering, hè? Maar volgens mij is het wel waar.' En hij is lang niet de enige op de Prinsegracht, die er zo over denkt. Ze weten dat het minder wordt, de komende tijd, maar maken zich geen grote zorgen.


Hoe kan het toch dat de crisis om zich heen grijpt, maar vrijwel niemand in de straat er zenuwachtig van wordt? Een telefoontje naar Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat onderzoek doet naar het vertrouwen van de burger. Over twee weken, zegt hij, komen de conclusies van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven - daar mag hij nog niks over zeggen, maar in het algemeen weet hij wel hoe het komt. Zolang de burger geen acute last heeft van de crisis, heeft-ie geen idee. 'De enigen die het nu echt raakt zijn mensen die hun baan verliezen, of afhankelijk zijn van toeslagen: huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag. Voor de rest is het nog steeds abstract.'


Cijfers zijn er genoeg, maar die zeggen niks. Ze zijn te klein (min anderhalf procent koopkracht, wat is dat?) of te groot (159 miljard naar Griekenland, hoe ziet dat eruit?) - en ondertussen kabbelt het leven door, ook op de Prinsegracht waar bovendien de zon schijnt.


Volgens jaar komt de klap pas, zegt Schnabel, als de werkloosheid gaat stijgen: 'De crisis wordt voor de burgers pas reëel, als ze het echt voelen. Zo werkt het in de psychologie.'


Misschien dat ze het wel voelen op nummer 57. Daar is een vestiging van het Leger des Heils. Aan de balie staat vrijwilliger Ferdie Busscher, in uniform. Hij zegt dat de mensen die hun toevlucht zoeken tot het Leger onrustiger zijn geworden: 'Wij zien de mensen die het minste hebben, die komen in de knoei. Maar angstig zijn ze niet, dat is een te groot woord'


Of het erger wordt? 'Soms heb ik het idee dat zo'n minister of staatssecretaris de situatie wat ernstiger voorstelt dan-ie is, zodat hij later kan zeggen: ik heb er iets aan gedaan. Mensen proberen elkaar altijd te overvragen om te krijgen wat ze willen. En een minister is net een mens.' Hij zegt ook: 'Wij hebben een blij evangelie. Dat is belangrijk.'


Onderhoudsbedrijf De Crisis geeft de hele dag niet thuis. Het is een eenmanszaak, blijkt uit gegevens van de Kamer van Koophandel. Van een man uit Polen. De hele middag, en de hele avond, neemt er niemand op. Misschien, zeggen ze bij de kapsalon, is hij wel failliet.


Meer over