CRIMINELE OVERHEID

DE criminaliteit is ook niet meer wat zij geweest is. Vroeger nam de verdachte aan wat de politie keurig in het proces-verbaal had opgeschreven....

Deze ontwikkeling laat zien dat het strafproces steeds meer van zijn oorspronkelijke functie dreigt te verliezen. Het strafgeding is allang niet meer het enige forum waar de rechtsstrijd wordt beslist. De werkelijke strijd vindt in een steeds vroeger stadium van het vooronderzoek plaats, in de pro-actieve fase wanneer er nog geen concrete verdenking bestaat. In de toekomst vindt daar de beslissende slag plaats en komt er geen rechter meer aan te pas.

Omdat de politie nu nog verantwoording pleegt af te leggen over het geheime onderzoek, wordt regelmatig de met behulp van bedenkelijke methoden verkregen informatie 'wit-gewassen' alsof het dossier slechts op de voorgeschreven manier is samengesteld. De criminaliteit die zich realiseert dat zij door de pro-actieve opsporing op een informatie-achterstand wordt gezet, neemt haar toevlucht tot een steeds pro-actievere verdediging, zoals de Amsterdamse hoogleraar politierecht Naeyé het onlangs in zijn oratie uitdrukte.

Daarmee wordt bedoeld dat gefortuneerde criminelen contra-observaties organiseren, illegale telefoontaps plaatsen en inkijk-inbraken plegen om zodoende de wapenwedloop in eigen voordeel te beslissen. De criminaliteit maakt op die manier gebruik van dezelfde methoden als de overheid hanteert bij de bestrijding ervan.

Bij deze vorm van criminele imitatie fungeert ook de leugen als een strategisch wapen. Als blijkt dat rechercheurs voor de rechter opzettelijk verzwijgen hoe de politie te werk is gegaan of er zelfs niet voor terugschrikken om het proces-verbaal te vervalsen, waarom zouden criminelen zich dan ook niet een leugentje om bestwil permitteren? En zo zien we hoe soms pertinente onzin, meestal kort voor de zitting, via de media wordt 'witgewassen'.

Men hoeft voor dit soort criminele praktijken geen sympathie te hebben. Datzelfde moet dan ook gelden voor de politie wanneer zij zelf de meest vertrouwelijke informatie opzettelijk aan de openbaarheid prijsgeeft. In de IRT-affaire heeft zij bewust geheim materiaal naar de pers laten lekken om daarmee het gelijk in eigen zaak te bepleiten. Als de politie schending van de vertrouwelijkheid toelaatbaar acht om langs die weg de publiciteit ten eigen bate te manipuleren, waarom zouden criminelen in zo'n lekkende maatschappij dan hun mond moeten houden?

Het begint erop te lijken dat tussen misdaad en misdaadbestrijding zo langzamerhand een situatie van 'equality of arms' is bereikt. Gelijkheid impliceert dat de ene partij niet over meer mogelijkheden mag beschikken dan de andere partij. Dat komt er in dit geval op neer dat, als het Openbaar Ministerie onrechtmatig verkregen informatie niet mag gebruiken, de advocatuur dat ook niet zou mogen.

Die opvatting werd op deze pagina verdedigd door de Maastrichtse hoogleraar Crombag. Daarmee zou voorkomen worden dat criminelen van hun eigen wandaden profiteren. Als die relatie met eigen strafbaar gedrag inderdaad kan worden gelegd, is dat een logisch argument. Op grond van hetzelfde gelijkheidsprincipe zou het argument ook kunnen worden omgekeerd. Wat de advocatuur mag, is ook het Openbaar Ministerie toegestaan. Dat is even logisch.

Voor die zienswijze kan worden aangevoerd dat het gebruik van door diefstal verkregen informatie door de advocatuur nodig kan zijn om daarmee hogere belangen te dienen, in dit geval om aan te tonen dat de overheid zich niet aan de regels van de rechtsstaat houdt. De overheid kan daar tegenover stellen dat zij door overtreding van de rechtsregels een hoger belang diende, in dit geval om aan te tonen dat de georganiseerde criminaliteit een ondermijning van de rechtsstaat vormt.

Bij gelijkwaardigheid van partijen kan inderdaad zo worden geredeneerd. In het civiele proces heeft de Hoge Raad sedert 1987 aanvaard dat onrechtmatig verkregen informatie, behalve in bijzondere gevallen, tot het bewijs mag worden toegelaten. Wanneer er van twee onrechtmatige situaties sprake is, moet worden nagegaan welke onrechtmatigheid zwaarder weegt dan de andere.

Die afweging brengt ons bij de conclusie van het verhaal. Want het inbreken door de politie kan een ernstiger aantasting van de rechtsorde opleveren dan de inbraak die door een particulier wordt gepleegd. Zeker als het om geheime en buitenwettelijke operaties gaat in de strijd tegen het grootste staatsgevaar, de georganiseerde hasjhandel. Ook de evenredigheid tussen doel en middelen begint dan zoek te raken.

Er is maar één argument dat werkt. Dat is even triviaal als principieel. Door in te breken bewijst de crimineel eens te meer dat hij crimineel is. In een rechtsstaat moet de overheid juist bewijzen dat zij dat niet is.

Meer over