Cricket is prozac in motion

Op een zondagmiddag in Engeland stond ik voor het wicket, volledig geconcentreerd op de bowler die zich gereedmaakte voor de worp....

Ik hoopte gistermiddag op beelden van Nederland-Engeland vanuit Zuid-Afrika. Ik heb het over een cricketinterland in het kader van de World Cup 2003. Niks, ook niet bij de BBC. De NOS zond schaatsen uit. Mooie sport, daar niet van, maar elk weekeinde een wereldbekerwedstrijd op tv is een vorm van Chinees martelen. Die lui van Studio Sport proberen ons mataglap te maken, zodat ze volgend seizoen integraal het NK voor pupillen kunnen brengen als goedkope zendtijdvulling.

In Engeland heb ik cricket ontdekt als de meest geestverruimende sport ter wereld. Bij het kijken daalt een diepe rust in je neer. Cricket is prozac in motion. Vooral de meerdaagse wedstrijden zijn geweldig, maar ook tijdens het korte werk is de totale onthechting binnen handbereik.

Ach, waarom zijn wij geen cricketnatie?

Ik keek naar de blauwe lucht en naar de zon, ik keek naar mijn handen om het bat en naar het groene Engelse gras en ik vroeg me af: wie ben ik?

Klonk in Hollands parken op warme zomeravonden maar veel vaker de droge tik van de bal op het hout. De geestelijke volksgezondheid zou er zo spectaculair op vooruitgaan, dat door de besparingen in de zorg het begrotingstekort in één klap zou omslaan in een daverend overschot.

You know you are a dreamer, schreeuwt iemand, a stupid little dreamer!

Hoe weet je of zich niet jarenlang een fenomenale discuswerper in dat boekhouderslijf van je heeft verborgen, als je nooit een discus in handen hebt gehad? Hoe weet je of je niet de kans hebt laten lopen om de Tour te winnen met je van God gegeven klimcapaciteiten, als je alleen maar een ouwe Fongers in de schuur had staan?

De bowler boog zich voorover en nam een eerste stap, als een tijger die voorzichtig zijn prooi benadert. Ik zag hoe de snelheid toenam en toen dat onnavolgbare, in al zijn genadeloosheid bijna frivole hupje; ik zag de arm die molenwiekte boven een hoofd dat satanisch grijnsde en ik zag hoe de bal als een kanonskogel op mij afkwam. Beelden vertraagden, adrenaline spoot uit mijn oren: ik lag onder vuur. Nu kwam het eropaan.

'Ik ben dankbaar dat ik volop gebruik kan maken van mijn talent', zei Giovanni van Bronckhorst zaterdag in deze krant. Ja, dat is een reden voor dankbaarheid. Al weet ik niet zeker of volop gebruikmaken van je talent hetzelfde is als je tijd voornamelijk doorbrengen op de reservebank. Maar misschien ziet Giovanni juist dat als zijn grootste talent.

Even kon ik in de toekomst kijken. Ik wist dat de bal, welke duivelse spin hij ook had meegekregen, kansloos was. Ik zag al de verbijstering in de ogen van de bowler. Ik wist dat in het naderende contact tussen bal en bat de ontmoeting met mijn lotsbestemming lag besloten. Het stond inmiddels vast dat ik alleen voor deze bal op aarde was. Ik wachtte op de orkaan van geluid van de tribunes.

'Sommige mensen ontdekken hun gave nooit', zei Van Bronckhorst. Dat klopt. Maar nooit is altijd nog minder pijnlijk dan te laat. Waarom zou ik niet de Brian Lara van de Lage Landen zijn geweest, als ik door mijn ouders maar tijdig naar de cricketclub was gestuurd?

Ik raakte de bal vol en ramde hem voor zes runs over de heg heen de tuin van de buren in. Dolgelukkig stak ik mijn armen in de lucht.

'Pá-ap', zei mijn dochter Hannah, die destijds acht jaar was maar desondanks nog heel kinderachtig uit de hoek kon komen, 'nou ga je hem zelf maar halen hoor'. Ze ging naar binnen, de match was afgelopen: not out.

Meer over