Credo

Artikel zes van het 'Credo der lectuur' zegt: 'Ik geloof dat het te veelvuldig lezen van romans aan het karakter zijn waardigheid ontneemt, aan het leven de ernst, aan het hart de reinheid, en aan de wil zijn kracht.' Het is maar dat u het weet, zo midden in de...

Lijstjes die een lofzang willen zijn op het lezen, kende ik al, maar dit 'Credo der lectuur' bespreekt in twaalf artikelen, vrij naar Karel van het Reve, 'de ongelooflijke slechtheid van het boek'. Het is daarmee een variant op de 'Twaalf artikelen van het geloof', die vroeger door iedere katholiek werden geleerd. Dit lectuurcredo werd halverwege de jaren vijftig verspreid door de Keurraad, een organisatie die kinderboeken en jeugdlectuur goed- of afkeurde.

Ik vond het in een archief, een gestencild velletje, dat blijkbaar werd toegezonden aan alle sympathisanten van de Keurraad, met het verzoek: 'Mogelijk kan U onderstaand artikel doen opnemen in de plaatselijke pers.' Volgen de twaalf artikelen, waarvan het tiende luidt: 'Ik geloof dat wij verslagen zouden staan als de zielen die door slechte lectuur verloren zijn gegaan, ons plotseling gezamenlijk verschenen.'

Daar haalde je toen al de plaatselijke pers niet meer mee, maar juist door zijn absurde retoriek heeft dit artikel iets aantrekkelijks. Het veronderstelt een hel vol lezers, waarna in artikel elf een infernale bibliotheek ter sprake komt: 'Ik geloof dat de boeken, als ze spreken konden, ons ontstellende dingen zouden openbaren betreffende hun verderfelijke uitwerking in de zielen.'

Ik zou niet willen dat ik dit geloof moest belijden, maar ik moet erkennen dat het iets avontuurlijks heeft; lezen als zonde, boeken als verboden vruchten. Eigenlijk is dit Credo de mooiste lofzang op lectuur die ik ken.

Meer over