Creatief met Darwin

De opmars van de biologie heeft de menswetenschappen diepgaand beloed. Ook de filosofie. Op zoek naar een Darwiniaanse theorie over het creatieve proces....

We leven in het tijdperk van de biologie. Evolutietheorie en genetica vormen een wetenschappelijk 'paradigma' dat ook steeds meer invloed uitoefent op de menswetenschappen, getuige het ontstaan van de evolutionaire psychologie, antropologie en sociologie.

De biologische expansie prikkelt ook de filosofen. Het nog jonge vakgebied van de filosofie van de biologie kijkt bijvoorbeeld opnieuw naar oude vragen over leven, bewustzijn, taal en moraal, en onderzoekt of de evolutietheorie ook licht kan werpen op ontstaan en ontwikkeling van de cultuur.

Deze week vond er aan de Universiteit van Amsterdam een filosofisch symposium plaats over 'Geest, cultuur, taal en evolutie'. Een van de sprekers was de Duitse filosofe Maria Kronfeldner (29, Universiteit van Regensburg, Harvard). Zij onderzoekt of de evolutietheorie verklaringen kan bieden voor de manier waarop in een cultuur nieuwigheden (novelties) ontstaat: nieuwe idee technieken, modes, kunstwerken of wetenschappelijke doorbraken.

'Ik ben geeresseerd in het ontstaan van creatief denken', zegt Kronfeldner. 'Vanuit mijn achtergrond, de psychologie van de creativiteit, analyseer ik Darwiniaanse verklaringen van de individuele creativiteit en van de ontwikkeling van de cultuur als geheel.'

Wat is creativiteit? Hoe komt een nieuw idee tot stand? 'Er moet iets nieuws ontstaan, dat is duidelijk, maar is dat voldoende? Nee, het moet ook een stap vooruit zijn in artistieke of wetenschappelijke zin. En het gaat niet alleen om het product maar ook om de werkwijze. Er moet met andere woorden sprake zijn van een creatief proces.'

De paradox van de creativiteit, legt Kronfeldner uit, is dat je iets bedenkt, maakt of ontdekt dat er nog niet was en waarvan je daarom ook niet wist dat je ernaar op zoek was. De ene oplossing, die Plato al voorstelde, is dat alles al in de geest besloten ligt en je je het alleen maar herinnert. De andere oplossing is dat er een spontane sprong plaatsvindt, een leap in the dark: eureka! De wetenschapsfilosoof Karl Popper noemde creativiteit daarom niet-rationeel.

Het cognitieve proces van het ontstaan van een nieuw idee werd klassiek altijd aangeduid met romantische termen als 'inspiratie' of 'intue' en later 'serendipiteit'. 'Je wordt door de muzen gekust.' Maar vanuit de biologie zijn ook Darwinistische verklaringen aangedragen van de creatieve paradox. En die wil Kronfeldner ontrafelen.

De evolutietheorie is door auteurs als Edward Wilson, Richard Dawkins, Daniel Dennett en Susan Blackmore naar voren geschoven als een 'universele theorie van veranderingsprocessen' die behalve de biologische ook de culturele evolutie - het ontstaan en de verbreiding van idee- verklaart. Beide processen zouden door vergelijkbare mechanismen worden gestuurd, waarbij enerzijds biologische, anderzijds culturele innovaties worden overgedragen.

Zoals in de biologische evolutie complexe levensvormen voortkomen uit een grote variatie van toevallige mutaties die worden gefilterd door een blind proces van natuurlijke selectie, ontwikkelen culturen zich vanuit culturele varianten - ideeen praktijken die zich in onderlinge wedijver verspreiden en in de loop der tijd accumuleren.

Een extreem voorbeeld daarvan is de theorie van de zogeheten memen, die door Dawkins werd bedacht en door Dennett en Blackmore werd uitgewerkt. Memen zijn een soort culturele zelfzuchtige genen die zich verspreiden door menselijke geesten te 'infecteren', zoals een popliedje of een modegril die zich over de wereld verspreidt.

Deze analogie van biologische en culturele evolutie wordt volgens Kronfeldner vaak zo uitgelegd dat de eerste Darwiniaans en de tweede Lamarckiaans is. Dat lijkt op het eerste gezicht logisch: volgens Lamarck, een voorloper van Darwin, voltrekt de biologische evolutie zich mede doordat organismen 'aangeleerde', in een bepaalde omgeving nuttige eigenschappen doorgeven aan het nageslacht. Zo verandert een soort via een geleidelijke transformatie, in plaats van via individuele mutatie en natuurlijke selectie, zoals bij Darwin.

Kronfeldner bestrijdt echter dat culturele evolutie een louter Lamarckiaans proces is. 'Dat de culturele ontwikkeling a Lamarck verloopt omdat verworven ideeof technieken aan nieuwe generaties worden doorgegeven, is triviaal, want culturele ontwikkeling is per definitie overdracht. Het fundamentele onderscheid is de al dan niet toevalligheid van de variatie.'

Volgens Kronfeldner is culturele evolutie deels Lamarckiaans, deels Darwiniaans. 'Creativiteit lijkt binnen die culturele evolutie het belangrijkste voorbeeld van een Darwiniaans proces: vaak toevallig ontstane nieuwigheden komen in een selectieproces van trial and error bovendrijven en verbreiden zich in de loop der tijd.' Die benadering laat ook ruimte voor de blinde, open toevalligheid van culturele evolutie.

De evolutionaire benadering van cultuur is omstreden. Kronfeldner vergelijkt de weerzin met de oorspronkelijke reactie op Darwins ideein de 19de eeuw. 'Toen vond veel mensen Darwins denken verontrustend omdat natuurlijke selectie God en de schepping ter discussie stelde. Nu vindt men culturele selectie verontrustend omdat dit het idee van de autonome mens, onze moderne God, ter discussie stelt.'

Maar Kronfeldner waarschuwt ook voor 'reductionisme', waarbij culturele evolutie wordt gelijkgesteld aan biologische evolutie. Zo heeft haar aanpak niets van doen met genetica. 'Evolutietheorie is een theorie over veranderingsprocessen, niet per se over genen. Menselijk gedrag en cultural fitness zijn niet reduceerbaar tot de genen.'

Meer over