ColumnJoost Zaat

Covid, vluchtelingen, klimaat: telkens steken onze bestuurders de kop in het zand

null Beeld .
Beeld .

Geen enkele Afghaan maandagmorgen op mijn spreekuur voor mensen zonder papieren. De 31 duizend Afghanen met papieren zie ik daar niet. Hen zag in mijn oude praktijk wel, hardwerkende mensen, goed geïntegreerd, superzorgzaam voor hun kinderen en vol weemoed en verlangen naar hun eigen plek.

Alle Afghanen – met of zonder IND-stempel – zaten ongetwijfeld met afschuw naar de nieuwe versie van The Falling Man te kijken, waarmee hun drama twintig jaar geleden ook begon. De uit het Amerikaanse vliegtuig gevallen man lag nog niet op de startbaan of de Haagse discussie ontbrandde hoe de ‘ongecontroleerde toestroom van vluchtelingen’ te stoppen.

Maandenlang gewaarschuwd worden voor een dreigende ramp voor mensen die voor hun leven moeten vrezen omdat ze tolkten, eten kookten, rapportages maakten, meisjes zijn of van muziek houden en dan als alles vastgelopen is een heel groot vliegtuig sturen dat maar veertig mensen ophaalt. Het ­tekent de manier waarop onze bestuurders omgaan met dreigend onheil, of dat nu het klimaat, de wooncrisis, covid-19, ­de ineenstortende ggz, slecht onderwijs of vluchtelingen zijn. Eerst (re)organiseren ze de boel op kleine of mondiale schaal niet duurzaam, en daarna steken ze de kop in het zand totdat er niks effectiefs meer te doen valt.

Net als de Kabulse regeringselite niet in de gaten had hoe de stemming in het land was, lijken onze eigen overheden het contact met de werkelijkheid verloren te zijn: in Zandvoort rijden over twee weken schoolbussen voor het speciaal-onderwijs niet omdat een prins wil racen, de klimaatcrisis is verworden tot wel of niet barbecuen, de covidcijfers lopen op en Oezbekistan gaat de Afghaanse vrouwen en meisjes niet redden. Die komen gewoon, al dan niet geholpen door dictators die onschuldigen inzetten als geopolitiek wapen. Kamp Moria zit al stampvol.

Ondanks die wereldellende en de individuele schrijnende vluchtverhalen die ochtend had ik een vrolijk spreekuur, daar in mijn keldertje op de gracht. Cyllian, een 60-jarige dakloze Ierse muzikant, is als de dood voor dokters, naalden en enge ziekten maar gul met grapjes. In tegenstelling tot veel van onze papierloze mensen is hij niet gevaccineerd. Van hem kan ik dat beter hebben dan van een goedopgeleide lattedrinkende veertiger in een normale waarneempraktijk. Ik probeer dan ook niet hem van het nut te overtuigen. Al jaren heeft hij geen dokter gezien.

Jonger dan ik is hij biologisch minstens 10 jaar ouder, en nu is zijn verzameling klachten te groot geworden. Een half uurtje later gaat hij voorzien van geruststelling, zalfje, pilletje en een verwijzing voor het ziekenhuis opgewekt en zonder angst de deur uit. ‘I will play for you’, roept-ie enthousiast. ‘Doe maar voor de deur op de gracht dan heeft de wachtrij er ook wat aan.’ Wereldverbeteren begint immers op de hoek, al hoop ik dat de ambitie voor opvang van op drift geraakte Afghanen groter is. In 2020 verstrekte Nederland 375 verblijfsvergunningen, slechts 1 procent van alle verblijfsvergunningen in Europa voor Afghaanse vluchtelingen dat jaar.

Kom op, iets meer van Cyllians ruimhartigheid is dat nu zoveel gevraagd?

Joost Zaat is huisarts

Meer over