Couleur Locale

Waar zijn ze mee bezig? Met interactiviteit, zegt Hermen Maat...

PAUL DEPONDT

BUREAU AMSTERDAM Stilleven met bed

stoelen en tafel

Je betreedt het Bureau Amsterdam, een zaaltje 'Stedelijk Museum' in de Rozenstraat. Achter een kleine balie zitten twee jongens. Zijn het suppoosten? Nee, ze maken geen deel uit van het werk; de toeschouwer wel. Want volgens Maat (1963) is 'interactiviteit' een interessante manier om in te grijpen in de 'normale' omgang met en het kijken naar kunst. Soms vraagt Maat bezoekers om informatie, een handdruk of zelfs bloed af te staan.

Voor het Bureau maakte hij de installatie Spatial Locations, een zwarte kubusvormige ruimte met daarin een stoel, een tafel en een bed. Bij het betreden van de kubus hoor je een stem. Op een computerscherm naast de ingang kan je de interacties volgen. Er hangt een vel papier met daarop: functioneert het beste met maximaal 3 bezoekers.

In het Bureau staan nog bedden. Roel Achterberg (1951) maakte het interieur De Nederlandse Kunst. Het Mondriaan jaar. De wanden van zijn kamer hebben echter geen Mondriaan-kleuren maar een houtstructuur. In het midden staat een bed met een rood, een geel en een blauw kussen. Er hangt een gedenksteen aan de wand.

Er staan ook enkele stoelen en in weer een apart kabinetje ('de consultatiekamer') weer een bed en nog een stoel. Ga liggen op bed, kijk naar de plaatjes op de wand en wellicht komt er iemand naast je zitten, staat er ergens te lezen.

Waar zijn ze mee bezig? Het 'kabinetje met bed en stoel', een werk van de Franse Dominique Gonzalez-Foerster (1965) met als titel Monologue Interieur, verwijst naar het Anne Frankhuis waar aan de muren ook zulke foto's uit tijdschriften hangen. Ze heeft vroeger 'biografische appartementen' gemaakt naar het filmwerk van Rainer Werner Fassbinder en een op het boek Tegen de keer van Joris-Karl Huysmans geënt interieur. Zulke interieurs vertellen een verhaal. Alles in haar werk heeft te maken met narrativiteit: biografieën, jeugdherinneringen of dromen.

Achterberg reageert 'met een mengeling van verwondering en bewondering' op het naar zijn zeggen culturele fenomeen Mondriaan en noemt zijn installatie een persoonlijke kanttekening bij de grote overzichtstentoonstellingen van Mondriaan dit jaar. Hij laat stemmen opklinken van de weduwe Oud, die het over zijn scheren heeft, en Michel Seuphor die Mondriaans manier van praten imiteert.

Maat resumeert, in samenwerking met Ron Miltenburg, op het computerscherm wat er in die interieurs is te zien: 'interactiviteit' - althans wanneer er bezoekers zijn.

Bureau Amsterdam is door de grote inzet van Leontine Coelewij een interessante 'werkplaats' geworden voor jonge kunstenaars. Maar waarom daar? Het Bureau heeft 'de Fodor-functie' geërfd. Kon dat niet in het Stedelijk?

Dan was er wellicht meer 'interactiviteit' te zien.

PD

Roel Achterberg, Dominique Gonzalez-Foerster en Hermen Maat, t/m 1 mei in Bureau Amsterdam, open: di-zo 11-17.00 uur.

GENOOTSCHAP PICTURA Naar bed, naar bed

met een schilderij

On Going To Bed is een boekje van de onlangs overleden schrijver Anthony Burgess over 'het bed als een toevluchtsoord, een vlot waarop men drijft over een zee van dromen of in draaikolken van nachtmerries, een altaar waarop men liefde heeft en sterft, een instrument van fantasie, een statussymbool, of gewoon een voorwerp om op te rusten als men moe is'. Maar een deken?

Volgens Burgess was Samuel Johnson, toen hij nog een beginnend en arm journalist was, genoodzaakt zijn verhaaltjes en pamfletten in bed te schrijven bij gebrek aan vuur. In zijn dekens maakte hij gaten voor zijn handen.

Ik weet niet of Joshua Rozenman (1955) dat boekje heeft gelezen. Hij beschilderde dekens en nodigde een aantal mensen uit onder zijn 'schilderijen' één of meerdere nachten te slapen. Een schilderij hangt aan de wand; je mag het niet aanraken. Een deken echter staat in direct contact met het lichaam. Het is een schuilplaats, zoals die deken met gaten van Johnson.

Under Cover is de titel van Rozenmans dekenproject. Niet langer wordt de kijker op een eerbiedwaardige afstand van een schilderij gehouden. Volgens hem zijn zulke beschilderde dekens goede vehikels voor 'een dialoog met de kijker'. Door dat directe maar ook intieme contact, zegt Rozenman, 'worden de mogelijkheden voor interactie vergroot'. Naar bed, naar bed dus, zoals in Bureau Amsterdam.

Directeur Janwillem Schrofer van de Rijksacademie lag onder een prachtig beschilderde deken. Het was alsof hij in een enveloppe lag en hij voelde er meteen affiniteit mee. Het was een tafereel met een rood veld, een zwarte tekening, blauwe mensen en baby-figuren. 'Je maakt er als het ware een tweede huid mee.' Ronald de Leeuw, directeur van het Rijksmuseum Vincent van Gogh, droomde onder een deken met een Siamese tweeling, een voorstelling die hem deed denken aan een schilderij van Pierre Puvis de Chavannes. Ook Aad Nuis sliep onder die deken met Ellen NuisBeek. Directeur Roberto Payer van het Amsterdamse Hilton Hotel, die zegt van 'blauw' te houden, had een slapeloze nacht onder een deken met een afgrijselijk tafereel. Hij herinnerde zich de geur. 'Om de deken echt voelbaar te maken zou je er langer onder moeten slapen', meent Payer. 'Het is net als met iemand naar bed gaan, je moet elkaar eerst leren kennen.'

Die wetenswaardigheden staan in een kunstenaarsboekje over het Under Cover-project van Rozenman. Maar het project gaat over veel meer dan louter 'slapen onder een beschilderde deken'. De dekens zijn in de slaapkamer een gebruiksvoorwerp maar in het museum of de galerie kunst. Waar is de scheiding tussen toegepaste kunst, de artisans van het beddegoed-design, en de autonome beeldende kunst? De beschildering, beweert Robbert Roos in het boekje, is geen decoratie en de deken geen traditionele drager op een spieraam. Rozenman wilde die gedachten toetsen en liet daarom mensen onder een van zijn dekens slapen.

De kunstcriticus Bert Steevensz die met koppijn onder een Max Ernst-achtig tafereel sliep, beweert bewust de deken iets omhoog te hebben gehangen, 'want het bevredigt mij niet als hij volledig plat ligt en je er helemaal niets van kunt zien als je eronder ligt'. Hij bekeek de deken als een schilderij aan het plafond in plaats van aan de wand. Dan ga je er niet voor staan maar liggen. Kunstenares Helga Kos had haar deken opgehangen als een soort tent. De deken paste niet in haar kleine slaapkamertje.

Directeur Ronnie Naftaniël van het Centrum voor informatie Israë> el, die onder dezelfde deken sliep, meent dat je permanent bewust bent van de aanwezigheid van de deken. 'Ik denk dat als de deken aan de muur zou hangen, ik de neiging zou hebben om eraan te voelen. Het is een heel tactiel ding.'

PD

Joshua Rozenman, t/m 21 april in Tekengenootschap Pictura Dordrecht, open: di-za 14-17.00 uur.

Meer over