nieuws

Corona-aanpak wordt zaak van de winkelier en de burger zelf

Het kabinet verzet de bakens met de nieuwe coronastrategie. Burger en middenstand moeten vooral zelf in actie komen als het virus weer opleeft. Dat blijkt uit de ‘langetermijnstrategie voor de aanpak van covid-19’ die het kabinet vrijdagmiddag ontvouwde.

Maarten Keulemans
Een covid-patiënt wordt in december 2020 vanuit het Dijklander Ziekenhuis in Noord-Holland overgeplaatst naar een ander ziekenhuis vanwege plaatsgebrek.  Beeld Marcel van den Bergh/VK
Een covid-patiënt wordt in december 2020 vanuit het Dijklander Ziekenhuis in Noord-Holland overgeplaatst naar een ander ziekenhuis vanwege plaatsgebrek.Beeld Marcel van den Bergh/VK

Geen routekaart waarop staat bij welk aantal besmettingen welke maatregelen volgen. Geen harde instructies voor de veiligheidsregio’s, om eventuele oplevingen van het virus plaatselijk de kop in te drukken. Geen coronaziekenhuizen of grootse plannen om de ic-zorg uit te breiden. En, niet meer massaal testen. Per 11 april vervalt het advies om na een positieve zelftest voor bevestiging langs de GGD te gaan.

Als dat straks maar goed gaat, is de gedachte die onwillekeurig opkomt bij lezing van de ‘langetermijnstrategie voor de aanpak van covid-19’ die het kabinet vrijdag presenteerde.

Als het herfst wordt en het coronaseizoen weer begint, ligt de bal vooral bij de burger en de middenstand. Die moet zo verantwoordelijk zijn zichzelf dan te testen, die wordt geacht de doorzichtige spatschermen weer bij de kassa te hangen of het publiek weer volgens vaste looproutes door de winkel te leiden.

Afzijdige overheid

‘Nederland is open en dat willen wij zo houden’, wordt wat minister Ernst Kuipers betreft het devies. De overheid zelf houdt zich straks opvallend afzijdig. Zeker, Den Haag belooft ervoor te zorgen dat de juiste vaccins en eventuele medicijnen op tijd beschikbaar zijn, vooral om ouderen en kwetsbaren te beschermen. Maar verder is ‘gedeelde verantwoordelijkheid’ het ‘uitgangspunt’, zo staat te lezen in de strategie.

‘De hele maatschappij draagt samen bij aan de uitwerking en uitvoering van de strategie’, schrijft het kabinet. Zo moeten er de komende maanden ‘sectorplannen’ opgesteld worden, waarin staat wat verschillende sectoren zelf kunnen doen om meer coronaproof te worden. Hybride werken zal intussen waarschijnlijk de norm worden, voorziet het kabinet, alleen al omdat zowel werkgevers als werknemers dat willen.

Het palet aan toekomstscenario’s waarmee het ministerie van Volksgezondheid rekening moet houden, is breed. In het gunstigste geval blijft corona rondgaan als een schim van wat het ooit was – een virus dat zeker bij gevaccineerden niet veel meer teweegbrengt dan wat hoofdpijn of verkoudheid. Maar het virus kan ook terugkeren in vernieuwde, ‘gemuteerde’ vorm, erkent het ministerie. Misschien zelfs met een variant die vaccinbescherming deels ontwijkt, zodat het hele gedoe opnieuw begint.

QR-codes

Voor dat laatste geval houdt het kabinet de knoet achter de hand: zo blijven de omstreden coronatoegangscodes een mogelijkheid. Alleen heet het nu dat de QR-codes ‘aan de sectoren moeten kunnen worden aangeboden als instrument’ om het virus onder de duim te houden.

Ook wat de zorg betreft, is het kabinet terughoudend. In plaats van corona-afdelingen wil het dat er bij een eventuele uitbraak ‘flexibel wordt gereageerd’, door bijvoorbeeld patiënten die zuurstof nodig hebben thuis te verzorgen. Daarnaast wil het kabinet overbelasting van de zorg tegengaan door zorgpersoneel en patiënten slimmer te verdelen. Twee adviesclubs zet het kabinet aan het werk om die plannen komende maanden uit te werken.

Opvallend tot slot, bij een eventuele opleving van het virus overweegt Kuipers naast het OMT als ook een ‘MIT’ in te zetten, een ‘maatschappelijk impact team’. Dat moet economisch en sociaal-maatschappelijk tegenwicht bieden tegen de medische adviezen. Dat lijkt nogal haaks te staan op het gemis aan bestuurlijke daadkracht waarover de Onderzoeksraad voor de Veiligheid in zijn evaluatie van de coronacrisis klaagde. Maar daarover wordt in de langetermijnstrategie niet gesproken.

Meer over