Coprograaf

Vorige week vertelde ik dat ik uitging om de roman Une page d'amour van Emile Zola te zoeken en hoe ik me liet verleiden Zola's complete werk te kopen....

ED SCHILDERS

Zo mag ik het graag zien, zowel de verleiding, die de smeekbede van de gebroeders De Goncourt in herinnering roept ('Mevrouw, maak van uw leven een roman') als de bezorgdheid van de bisschop. Hem geef ik groot gelijk, al was het alleen maar omdat hij lezen zo spannend en gevaarlijk maakt.

Er is geen auteur die zo verketterd is om de gevaarlijke invloed van zijn boeken als Zola. Althans niet na 1850; daarvoor was de eer een eeuw lang aan Voltaire. Hoewel ik tot vorige week alleen Zola's Nana had gelezen, heb ik die haat tegen hem altijd met belangstelling en verwondering geregistreerd. Pelaez kent bijvoorbeeld nog het geval van een juwelenhandelaar die La Bête humaine had gelezen: 'Hij had zich zo ingeleefd in de beschrijving van de moord dat hij de drang volgde die hem zei dat hij zijn vrouw en kinderen moest vermoorden.' Ga ik dus ook nog lezen.

Liep het met vrouw en kroost van de juwelenhandelaar nog juist goed af, de slachtoffers van de beruchte moordenaar Troppmann, moeder en zes kinderen, waren de stille getuigen dat het ook fataler kon aflopen. Troppmann had veel romans gelezen en toen hij uit de gevangenis probeerde te ontsnappen, wilde hij dat doen met behulp van een list die hij in een roman had gelezen. Van Zola.

C'est la faute à Voltaire is een populair liedje geweest, maar ook Zola heeft overal ooit wel eens de schuld van gekregen. De verloedering van de maatschappij, de val van hele legioenen dames, het ongehuwd samenwonen, arbeidersopstanden: c'est la faute à Zola. Etienne Cornut heeft misschien wel de mooiste scheldwoorden bedacht in Les malfaiteurs littéraires (omstreeks 1920). Daarin wordt Zola onder meer 'een scarabee die zich in drek wentelt' en 'een monomane coprograaf' genoemd, een strontschrijver.

Ook in Nederland werd Zola driftig gelezen, zelfs door katholieken ondanks het Index-verbod. Besproken werd hij niet door de katholieke critici, dat was verboden, maar wel bespot. 'Grof als Zola', een boek 'riekt naar Zola', de 'gore ontuchtigheden van Zola', 'de bederver Zola'. Anatole France, Pierre Loti, Johan de Meester en Cyriel Buysse hebben met elkaar gemeen: de gore invloed van Zola. Boccaccio is de Zola van de middeleeuwen. De jood Löwengaard bekeerde zich tot het katholicisme, las na zijn doop Zola en viel weer af. Henri Borel's Opstellen wordt in 1906 niet onwelwillend besproken. Borel houdt immers van Vondel en Gezelle. Maar als de criticus dan merkt dat Borel Zola's L'assommoir 'een grandioze roman' noemt, dan gaat hem dat te ver: 'Daarom moet het boek aan onontwikkelden afgeraden worden.' Je zou er maar van gaan moorden.

Een van de eerste dingen die ik in Zola's complete werk heb gelezen, is een boekbespreking. Althans, dat denk je. Langzaam wordt het duidelijk dat het geen gewoon boek is. Zola zit ergens bij een beekje in de vrije natuur, en bewondert de omgeving. Hij bespreekt, zoals hij het zelf noemt, 'het boek van God'. Het krijgt een goede kritiek.

Het is jammer dat Pelaez, Cornut en alle Zola-haters dat stukje niet meer kunnen lezen. Om zich te schamen. Het is maar een pagina lang. Une page d'amour, eigenlijk.

Ed Schilders

Meer over