Coppi en Bartali herleven voor Groningse Giro

'Tandpasta, kauwgom, het leek alsof de Amerikanen weer langs kwamen.' Het zijn jeugdherinneringen van Enrico Fiorin (59) aan de Giro d'Italia....

Van onze verslaggever Stefan Couperus

'Renners? Ik was als jongen meer geïnteresseerd in de strooisels van de karavaan', lacht Fiorin. Dan vallen toch, haast onvermijdelijk, de namen van Coppi, Bartali en vreemd genoeg baanrenner Maspes. Dan stokt de opsomming snel. 'Pantani en Chiappucci kwamen alleen bij me via krant en televisie.'

Betrokkenheid kan de Italiaanse gemeenschap in Groningen niet worden ontzegd. Concreet is de bijdrage aan de Giro-organisatie echter niet. 'Wij zijn niet benaderd', stelt Fiorin. 'Maar als de Italiaanse jongens een espresso willen drinken, moeten ze vooral langskomen.'

Een deur om aan te kloppen bij de Italianen ontbreekt, erkent de Venetiaan. De culturele vereniging Noi Stessi bloedde door geldgebrek dood. 'De Italiaanse voetbalclub hier vult dit gat op', vertelt Fiorin. 'Maar sommige Italianen weten dat niet eens, laat staan de organisatie van de Giro.' Bijdragen zijn dan ook afhankelijk van particulier initiatief.

Pino Camera (38) lijkt na zeventien jaar Groningen bedwelmd door de noordelijke gereserveerdheid. 'Moet dat nu zoveel geld kosten?' Ondernemerszin wint het toch van de scepsis bij de Romein. Dinsdag borrelen en eten Italiaanse journalisten, organisatoren en gemeentebestuurders in zijn restaurant aan het Hoornse meer, in Groningen-Zuid. Een recordpizza - 'ik kan de afmeting niet zeggen, dan bakt de buurman groter' - is in de maak en blauwe T-shirts met opdruk, Il Lago, liggen klaar als aandenken. 'Stukje reclame hè.'

Vrijdag ontvangt hij Claudio Chiappucci, 'mijn vriend'. Tijdens zijn vakanties in Friulli, in het Noordoosten van Italië, ontmoette Camera de oud-klimmer. Sindsdien bezoekt Chiappucci elk jaar zijn restaurant in Groningen. 'Waarschijnlijk schuift dit jaar ook Cipollini aan', belooft hij.

Als schoorsteenvegers en terrazzowerkers trokken de Italianen in de achttiende eeuw naar Groningen. Schoorstenen hoeven inmiddels nauwelijks geveegd en terrazzo's vergen zelden Italiaans handwerk. De Italianen zitten tegenwoordig in pizza's en ijs.

Nino Contini (58), een bevlogen Sardijn, bakte in 1970 de eerste pizza in het Noorden. Inmiddels heeft hij de stadse pizzeria verruild voor een parochiaal restaurant aan het Paterswoldse meer, net buiten Groningen. Contini herinnert zich de partijstrijd Coppi-Bartali. 'Wij waren vroeger voor Coppi. De rebel, hij was het boefje. Bartali was de liefste, Coppi kreeg wat hij wilde.'

Pas als duidelijk wordt dat de Giro geen gevolgen heeft voor de bereikbaarheid van zijn rôterie, komt er enthousiasme. 'De Giro in Groningen, dat is natuurlijk groots.' Toch is de betrokkenheid noodgedwongen bescheiden. Contini: 'Ik moet werken en heb geen tijd voor de Giro. Alle Italianen staan in de keuken.'

Zo ook Carlo Orazui Ruocco (42), 'de knapste Italiaan ooit na Cipollini'. De Napolitaan lokt deze week de honderden Italianen naar zijn restaurant Da Carlo in de Groninger binnenstad. 'Beetje wijn, hapjes, het wordt gezellig.'

Een vraag over passie voor wielrennen wordt beantwoord met een foto van motorcoureur Luca Cadalora. 'Ik houd van alle sport. Ook van wielrennen hoor.' En eindelijk komt het wielrennen eens naar hem, want in zijn beleving deed de Giro zelden 'zijn' Napels aan. 'Als het maar niet regent.' Vroom: 'Maar dat zal de paus wel voorkomen.'

Meer over