Coördineer lucht- en landacties in Libië

Door inzet van special forces en coördinatie met de Libische rebellen kan Kadhafi worden verdreven.

Zaterdag vielen Franse gevechtsvliegtuigen de eerste doelen in Libië aan, waarmee operatie Odyssey Dawn is begonnen. Wat is het doel van deze aanvallen en wat kan de luchtcampagne bereiken?

Hoewel de VN-resolutie de bescherming van de burgerbevolking mandateert, staat het beschermen van de opstand in de luchtcampagne centraal. De coalitiestrijdkrachten maken handig gebruik van het VN-mandaat om Kadhafi's grondtroepen aan te vallen. Een belangrijk signaal was de snelle Franse aanval zaterdagmiddag. Die was gericht op tanks en pantservoertuigen rond Benghazi. Volgens de geldende doctrine zou eerst Kadhafi's luchtverdediging moeten worden uitgeschakeld om het risico te beperken. Dit gebeurde nu pas een paar uur later met de Amerikaans-Britse kruisraketaanvallen. Dat de Fransen eerst Kadhafi's grondtroepen aanvielen, was bedoeld om de opstandelingen een hart onder de riem te steken. Het doel van de westerse leiders is duidelijk: het Libische volk moet Kadhafi verdrijven.

Kan de luchtcampagne dit doel helpen bereiken? Dat Kadhafi onder dwang van de luchtcampagne zelf opstapt, is vrijwel uit te sluiten. Eenmaal afgetreden kan hij namelijk nergens heen en moet hij vrezen voor strafrechtelijke vervolging, of zelfs zijn leven. De luchtcampagne kan Kadhafi daarom niet dwingen af te treden; hij zal met geweld uit het zadel moeten worden geholpen.

Met dit doel voor ogen heeft de internationale coalitie één groot voordeel: de Libische opstandelingen vormen een waardevolle bondgenoot op de grond. Odyssey Dawn moet daarom niet worden vergeleken met het Kosovo-conflict, waar de NAVO een beperkt doel nastreefde en het UÇK geen serieuze tegenstand kon bieden aan Servische veiligheidstroepen. Een veel betere vergelijking is de eerste fase van de Afghanistan-oorlog, waarin de VS met hulp van de Noordelijke Alliantie in zeer korte tijd de Taliban konden verslaan. Dit was mogelijk door de synergie tussen luchtaanvallen, special forces en de grondtroepen van de Noordelijke Alliantie, ook wel het Afghan Model genoemd.

Het cruciale idee achter dit model is dat grondtroepen voor de verdediging tegen luchtaanvallen en tegen grondaanvallen twee tegengestelde tactieken moeten volgen. Om luchtaanvallen te overleven, moeten grondtroepen zich verspreid en gedekt opstellen. Om een grondaanval af te slaan, moeten zij zich juist concentreren. Door de gronddreiging van de Noordelijke Alliantie konden de Taliban zich niet verspreiden en verstoppen zoals Servische eenheden deden tijdens het Kosovo-conflict. Special forces stelden de VS in staat hun luchtaanvallen te coördineren met acties van de Noordelijke Alliantie en hierdoor waren de gezamenlijke operaties veel effectiever dan luchtaanvallen alleen zouden zijn geweest. Dit model werkte niet uitsluitend in Afghanistan in 2001, maar ook in Noord-Irak in 2003 in samenwerking met Koerdische strijders.

Hoewel de resolutie een bezettingsmacht verbiedt, kunnen de westerse landen wel kleine groepjes special forces inzetten om de coördinatie tussen de luchtaanvallen en het grondoptreden van de rebellen te verbeteren. Door ook in Libië deze strategie te volgen, kan de coalitie twee problematische situaties voorkomen.

Ten eerste is de luchtcampagne kwetsbaar voor incidenten met burgerslachtoffers. De VN-resolutie heeft tot doel de bevolking te beschermen. Als de bombardementen leiden tot grote aantallen burgerslachtoffers is het voor de coalitie moeilijk vol te houden dat zij de resolutie naleeft. Kadhafi weet dit en probeert deze zwakte uit te buiten door een menselijke schild rond militaire doelen te plaatsen. In het open woestijnlandschap van Libië vormt waarneming vanuit de lucht geen probleem, maar voor aanvallen op Kadhafi's eenheden in steden ligt dit anders. Door waarnemers op de grond in te zetten kunnen luchtaanvallen nauwkeuriger worden uitgevoerd, zodat wordt voorkomen dat er veel burgerslachtoffers vallen.

Ten tweede moet worden voorkomen dat het conflict verzandt in een patstelling. Als de rebellen Kadhafi niet op eigen kracht kunnen verdrijven, zal hij in Tripoli aan de macht blijven en wordt Libië verdeeld in twee zones. In het oosten komt er dan een vrij Libië, vergelijkbaar met Koerdistan na de Golfoorlog van 1991.

In dit geval is een slepend grensconflict tussen Oost- en West-Libië niet uit te sluiten en zal de coalitie het vrije Libië vanuit de lucht continu moeten blijven beschermen, omdat Kadhafi anders zal proberen het verloren terrein terug te veroveren. Gezien de hoge kosten van een dergelijke langdurige operatie zit geen enkel land hierop te wachten.

Als het de coalitie ernst is Kadhafi te verdrijven, moeten de opstandelingen grootschalig hulp krijgen. Uit zichzelf zal Kadhafi niet weggaan omdat hij geen kant op kan. De eerste fase van de Afghanistan-oorlog in 2001 biedt echter een bruikbaar model. Door inzet van special forces en coördinatie met de Libische rebellen kan Kadhafi worden verdreven. Hiermee kan Odyssey Dawn het begin zijn van Libië's lange reis naar democratie.

Willem Martijn Dekker werkt aan het European University Institute te San Domenico di Fiesole. De westerse landen moeten special forces inzetten om de luchtaanvallen te coördineren met de grondacties van de rebellen.

undefined

Meer over