Coördinator probeert hoge verwachtingen over taakstraffen af te remmen; 'De alternatieve sanctie is geen wonderpil'

Minister Sorgdrager wil van de alternatieve straf een volwaardige straf maken. De komende drie jaar zal het aantal 'taakstraffen' verdubbelen....

Van onze verslaggever

Mark van Driel

AMSTERDAM

'De populariteit van de alternatieve sanctie is psychologisch goed verklaarbaar. Een veroordeelde wordt tijdens de dienstverlening met zoveel zorg en aandacht omringd, dat we maar moeilijk kunnen geloven dat het geen positief effect op het karakter heeft. Toch is dat zo. Het percentage veroordeelden dat na een alternatieve straf recidiveert, is niet lager dan bij een boete of celstraf. Het is een gewone straf, je wijzigt er geen levensloop mee. Van honderd uur schoffelen word je geen ander mens.'

Na veertien jaar als coördinator alternatieve sancties in het arrondissement Arnhem maakt Frank Imkamp zich geen grote illusies meer over het effect van alternatieve sancties. In zijn vorige week verschenen boek 'De praktijk van de alternatieve jeugdsancties' probeert hij de hoge verwachtingen rondom de maatregel, die de laatste jaren een onstuitbare opmars maakt, af te remmen.

De alternatieve sanctie is geen wonderpil voor delinquenten, zegt Imkamp. Het is een maatregel die zijn populariteit vooral dankt aan de kostenbesparing die hij justitie oplevert. De werk- en leerstraffen zijn goedkoper dan celstraffen en al drukken ze het recidive-cijfer niet, ze laten het ook niet stijgen.

De toename van het aantal alternatieve sancties baart Imkamp niettemin zorgen. De maatregel fungeert namelijk steeds minder als daadwerkelijk alternatief voor een celstraf. Door toedoen van rechters en het Openbaar Ministerie heeft de sanctie zich steeds meer ontwikkeld tot zelfstandige straf, ook wel taakstraf genoemd.

De naamswijziging is veelbetekend, zegt Imkamp. De alternatieve sanctie is veranderd van een gunst aan de verdachte in een recht. En daarmee heeft de sanctie aan kracht ingeboet. Imkamp: 'Voor een verdachte is het boffen als hij een alternatieve straf krijgt: veertig uur dienstverlening komt in plaats van een maand cel. Maar om die straf gemotiveerd te vervullen, is de dreiging van die celstraf onmisbaar.

'Nu de alternatieve sanctie routine wordt, ontwikkelen gestraften zich tot calculerende veroordeelden. Ze stellen eisen aan de werkplek, melden zich gemakkelijk ziek en komen niet opdagen. Ze verkennen de grenzen, want ze worden maar zelden alsnog tot een celstraf veroordeeld. Vooral voor de kinderrechter lijkt jeugddetentie een taboe.'

Bij volwassenen stijgt het aantal alternatieve sancties de komende drie jaar naar verwachting met tienduizend tot ruim 26 duizend per jaar. Bij minderjarigen is een verdubbeling tot zesduizend gepland. Steeds vaker worden de straffen voor lichte vergrijpen opgelegd zonder rechtszitting. De officier van justitie, en bij minderjarigen ook de politie, kunnen een voorstel doen tot het vervullen van een alternatieve straf. Zo blijft de verdachte een rechtszaak en een strafblad bespaard.

Bij minderjarigen hebben deze schikkingen tot een explosieve groei van alternatieve sancties voor steeds jongere kinderen geleid. Er is een 'Madurodam-strafrecht' ontstaan, zegt Imkamp. 'Kleine vergrijpen als een klap op het schoolplein of een steen door een ruit worden tegenwoordig niet meer met een standje of een boete afgedaan. Jongeren krijgen gelijk een alternatieve straf van tien à twintig uur.'

'Het zijn zinloze straffen. Van de jongeren komt 80 procent na een klein vergrijp nooit meer op een politiebureau terug, ook als ze geen alternatieve straf krijgen. Nu moeten kinderen van veertien jaar acht uur schoonmaken in een bejaardenhuis voor het gooien van steentjes naar de eendjes. Ik voorspel dat de wal het schip keert. Non-profit instellingen zullen weigeren om zulke jonge kinderen voor zo'n korte tijd op te nemen.'

Het aantal alternatieve sancties is gestegen door de overdreven ongerustheid over de jeugdcriminaliteit, meent Imkamp. Hoewel uit CBS-cijfers niet blijkt dat de jeugdcriminaliteit groeit (alleen het aantal geweldsdelicten neemt wat toe), is het beleid van politie en justitie er sinds 1994 opgericht om 'snel, vroegtijdig en consequent' in te grijpen.

Imkamp: 'Snel, vroegtijdig en consequent ingrijpen wordt in de praktijk vertaald met het aanbieden van een alternatieve sanctie. Ouders gaan vaak alleen akkoord met een werk- of leerstraf uit vrees dat hun kind moet voorkomen en een strafblad krijgt; vaak hebben ze zelf al afdoende maatregelen genomen.'

'Het Openbaar Ministerie denkt ten onrechte dat extra straffen helpt. Het moet de opvoedkundige verantwoordelijkheid aan de ouders teruggeven en de alternatieve sanctie blijven reserveren voor echte jeugdcriminelen. Maar wel als echt alternatief. Jongeren die niet gemotiveerd zijn, moeten alsnog een zwaardere straf krijgen.'

Meer over