Cool watertje in de pauze

DE FRISDRANKAUTOMATEN IN HET MIDDELBAAR ONDERWIJS ZIJN AANGEPAST. MEER LIGHT, MINDER ‘HOOGCALORISCH’. DOOR NOËL VAN BEMMEL..

Achterin de kantine van het Segbroek College in Den Haag staan zeven glimmende automaten op een rijtje. Tijdens de pauzes drommen de leerlingen daar rijen dik samen voor een Cherry Coke, een Dubbelfrisss of een gevulde koek. De flesjes Evian-water en Panda-dropjes uit de reformwinkel blijven onaangeroerd.

Maar dat er wat te kiezen valt, is al heel wat. Oplettende leerlingen is het de afgelopen week misschien niet ontgaan: de Coca-Cola-automaat op school is veranderd. De grote foto van een blikje Coke met condensdruppeltjes is vervangen door afbeeldingen van sporters of landschapjes. En de keuze is uitgebreid met Cola light en Fanta light, met Aquarius, Minute Maid-sinaasappelsap en Evian-bronwater.

Coca-Cola is de afgelopen maanden op vrijwel alle 1100 middelbare scholen in Nederland langs geweest. ‘Wij zijn zo goed als klaar’, zegt directeur externe betrekkingen Cees de Mol van Otterloo van Coca-Cola. Drieduizend schoolautomaten zijn aangepast.

Concurrent Vrumona (Pepsi, Sisi, Schweppes, Perrier, Crystal Clear) heeft een zelfde soort karwei geklaard. Duizend automaten zijn omgegooid; en er is meteen een sticker op geplakt met refresh & move. Daarop staat hoeveel calorieën een mens dagelijks nodig heeft en hoe lang je moet fietsen om een blikje frisdrank te verbranden.

De veranderingen zijn het resultaat van een vrijwillige gedragscode die frisdrankfabrikanten begin dit jaar opstelden om overgewicht onder jongeren terug te dringen. Ruim 13 procent van alle kinderen is te zwaar en dat cijfer stijgt. De overheid heeft zich voorgenomen deze trend te keren.

De fabrikanten lijken hun beloftes na te komen. Zij hopen zo te voorkomen dat het tot een algeheel verbod komt zoals in Frankrijk. Daar worden nu alle snoep- en drankautomaten op scholen verwijderd op last van de regering.

In België heeft Coca-Cola al zijn automaten op scholen vrijwillig aangepast. ‘We doen dit uit eigenbelang’, erkent directeur Jouke Schat van de Vereniging Nederlandse Frisdrankindustrie.

De fabrikanten hebben nog meer beloofd: zo zijn ze gestopt met ‘volumeverhogende’ acties zoals twee-halen-één-betalen, het weggeven van proefproducten, het sponsoren van schoolfeesten en het verkopen van flessen met een inhoud van meer dan een halve liter. Schat: ‘Dit gaat ons omzet kosten.’

Coca-Cola-directeur De Mol van Otterloo kan geen schatting geven, maar hij denkt dat de schade mee gaat vallen. ‘Wij waren al bezig met het aanbieden van light varianten en vruchtensappen. De consument vroeg daar zelf al om.’ De aanpassing van het assortiment, zegt hij, is hooguit versneld. Dat geldt ook voor Vrumona, dat bedrijf had de hoeveelheid suiker in Nederlandse Sisi gehalveerd.

Opmerkelijk is dat de fabrikanten soms flink druk hebben moeten uitoefenen om kantinebeheerders mee te krijgen. De Mol van Otterloo: ‘Schooldirectie en ouderraad zijn steevast enthousiast, maar de kantinebeheerder wil niet met onverkochte voorraden vruchtensappen en water blijven zitten.’

Gewone frisdrank verkoopt nog altijd het best onder scholieren. Bovendien vormen de automaten – zo’n 3800 stuks zijn er verspreid over de scholen – een aardige bijverdienste. De scholen krijgen het apparaat meestal in bruikleen en mogen de winst zelf houden. Die winst varieert van 30 tot 50 cent per blikje. De algemeen gehanteerde vuistregel is dat één automaat 250 leerlingen kan bedienen en 100 tot 125 blikjes per week verkoopt. Een gemiddelde school van 1500 leerlingen verdient zo honderden euro’s per week.

Nu de meeste frisdrankautomaten zijn aangepast, resteert de vraag: helpt dat wel tegen het toenemende overgewicht onder scholieren? Een bezoekje aan de kantine van het Segbroek College (2100 leerlingen, vmbo-t, havo, vwo) stemt somber. Frisdrank blijkt maar een van de vele zoete of vette verleiders. In de snoepautomaat zitten chips, drop, chocola, gevulde koeken en een enkele Liga-Milkbreak. Een tweede frisdrankautomaat verkoopt mierzoete Taksi en volle Chocomel, in de zuivelautomaat zit geen melk maar room-fruityoghurt met ‘verse slagroom’.

De kantinejuffrouw verkoopt broodjes gezond (zonder boter), maar ook stapels hamkaascroissants, saucijzen en pizzabroodjes. Drie dozen bapao’s moeten nog worden uitgepakt. Driekwart is volgens haar na de eerste pauze uitverkocht. Wat ook opvalt: geen fruit te bekennen.

‘Dat gaat veranderen’, belooft lerares verzorging Yvonne Verschragen, voorzitter van werkgroep De gezonde school. Zij wijst naar een groepje brugklassers die als eendjes achter een vierdeklasser aan lopen. ‘Nu zijn ze nog slank, maar in de bovenbouw beginnen ze aardig uit te dijen.’ Acht jaar geleden was dat volgens haar veel minder.

De school besteedt dit jaar extra aandacht aan overgewicht. Verschragen: ‘We gaan met fruit beginnen, en posters ophangen over hoe lang je moet fietsen om een saucijzenbroodje te verbranden.’ De saucijzen zijn inmiddels 50 procent minder vet, de croissants en pizzabroodjes worden ‘minder prominent’ gepresenteerd.

Maar de school kan niet ‘zomaar’ alle vettigheid schrappen. ‘Dan jagen we de leerlingen meteen richting bakker en snackbar.’ Haar werkgroep moet op zoek naar een subtiele grens: te weinig veranderen levert niets op, te veel werkt averechts. Docenten zullen de komende tijd controleren of het significant drukker wordt bij Harry’s Smulwereld verderop.

De werkgroep overweegt ook leerlingen die het nodig hebben extra gymles aan te bieden. Want het is in sommige gevallen niet genoeg om de frisdrank en de vette hap te laten staan. Dat illustreert een 16-jarige jongen uit 4 havo die richting wiskundelokaal loopt. Met zijn 120 kilo is hij heel wat omvangrijker dan de andere kinderen.

‘Ik drink water en eet boterhammen van thuis’, bezweert hij. ‘Maar ik beweeg gewoon niet. Helemaal niet.’ Hij neemt zich al een tijdje voor op boksen te gaan. ‘Eén keer gedaan met een vriend. Ik werd helemaal nat, joh!’

Tenslotte is de strijd tegen overgewicht ook een sociaal-culturele kwestie – ook op scholen. Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe bewuster scholieren (en hun ouders) zijn van hun leefstijl.

In de kelder van de vmbo-dependance van het Segbroek College is de keuzeknop voor Evian-water vervangen door Sprite regular. ‘We verkopen hier echt geen water’, zegt de beheerder. ‘Dat is meer iets voor in het andere gebouw.’

Het toont aan dat de praktijk weerbarstig is. Niemand controleert of een kantinebeheerder zich wel aan de branche-afspraken houdt. Of de richtlijnen volgt die het Voedingscentrum heeft geformuleerd als onderdeel van het project De Gezonde Schoolkantine.

‘Onacceptabel’, noemt projectleider Jeltje Snel van het Voedingscentrum het vervangen van bronwater door gewone Sprite. ‘Ze hebben daar niet goed opgelet.’ Segbroek is een van de zeshonderd scholen die materiaal heeft opgevraagd bij het Voedingscentrum. Daar zit onder meer een checklist bij voor de kantine.

Het Voedingscentrum adviseert al het aangeboden eten en drinken onder te verdelen in een minst gezond groep (cola, croissants), een middengroep (vruchtensap, pizzabroodje) en een gezondé groep (light-drankjes, boterham). Iedere groep, stelt Snel, zou eenderde van het aanbod moeten uitmaken.

Het Voedingscentrum is dus geen voorstander van een totaalverbod op hoogcalorische drankjes. De projectleider is het met de fabrikanten eens dat zoiets averechts kan uitpakken. ‘Er is niks mis met cola, als je van suikerwater met een kleurtje houdt. Maar daar kun je geen anderhalve liter per dag van drinken. Hetzelfde geldt voor vruchtensap.’

Scholieren moeten leren dat gewoon kraanwater drinkbaar is, vindt zij. En dat zij dagelijks 200 gram fruit, 200 gram groente en 100 gram vlees zouden moeten eten. ‘Dat is de basis. Frisdrank en gevulde koek zijn extraatjes, voor heel af en toe.’

Dus kun je geen water schrappen omdat het niet verkocht wordt, stelt Snel. ‘De schooldirectie is verantwoordelijk voor het welzijn van de leerlingen. Als ze op het vmbo water niet cool vinden, moet de schoolleiding dat imago zien te veranderen. Met voorlichting in de les of door de gezonde drankjes goedkoper te maken.’

Meer voorlichting lijkt ook nodig over light-drankjes. Vraag in de pauze aan Segbroek-leerlingen waarom ze geen light drinken en het antwoord is: daar zitten vage middelen in waar je kanker van krijgt. Een angst die volgens het Voedingscentrum niet terecht is.

Een uitzondering is de 14-jarige Ruben Spoelinga die met zijn klasgenoten uit 3V een van huis meegebracht boterhammetje eet. Voor zijn neus een halfleeg flesje Fanta light. ‘Best lekker’, vindt hij. ‘Ik moet het drinken van de tandarts. Mijn beugel is er net uit.’

Meer over