Contact. En wel meteen!

Het gebruik van sms is explosief gestegen. Binnenkort worden er wereldwijd dagelijks een miljard tekstberichten verstuurd. Vooral jongeren communiceren op deze manier....

Door Maud Effting en Jean-Pierre Geelen

Atze van den Bos (18), studente politicologie aan de UvA, en haar mobieltje zijn onafscheidelijk. Het mobieltje is een houvast in haar leven. Neem een avondje uit. Vroeger spraken mensen dat lang tevoren af. Nu gaat dat anders. Je gaat de straat op, begint te bellen, verzamelt langzaam een groepje mensen, en ziet wel waar je uitkomt.

Atze: 'Je begint met zijn tweeën. Allebei bel je mensen op, zij bellen weer mensen op en zo komt er een groep. Sms of bellen? Dat ligt eraan of je genoeg geld hebt. Sms is goedkoper. En het is handig als je elkaar niet kunt verstaan.'

Voor Hannah Beunting (18), vwo-scholiere, is het niet anders. Ze is, zegt ze zelf, 'niet zo'n beldoos', maar haar mobieltje laat ze wel altijd 's nachts aanstaan. 'Voor als ik wakker word en aandacht nodig heb. Als ik even zielig moet doen. Ik merk dat ik steeds contact moet hebben, terwijl ik er eigenlijk helemaal niet van hou om steeds te bellen. Maar het wordt je kwalijk genomen als je geen sms'jes stuurt of belt. Dan ben je een Einzelgänger.'

Het heeft haar veranderd, zegt ze. 'We zijn allemaal aandachtsfreaks nu. Je kunt continu sms'jes en telefoontjes krijgen. Als je ze níet krijgt, voelt dat vervelend.'

De ervaringen van Hannah en Atze vormen een illustratie van de manier waarop moderne media ons leven en de omgangsvormen drastisch hebben beïnvloed. Maar wat hebben e-mail, mobiele telefoons, sms, chatten en internet precies met ons gedaan? Zijn de omgangsvormen veranderd, bijvoorbeeld door de snelheid en de vluchtigheid waarmee contact met anderen tot stand kan komen? Is er wel iets veranderd?

De leek zou denken van wel. Je hoeft geen deskundige te zijn om te zien hoe bijvoorbeeld in e-mailverkeer de regels getreden worden die voorheen golden voor briefverkeer. Vormgeving, aanspreekvorm en spelling werden informeler.

E-mail is behalve een handig en efficiënt communicatiemiddel voor velen ook een manier om eigenschappen te verwerven die in het 'echte' leven een stuk lastiger zijn te hanteren. Gevatheid, flirtgedrag en ongeremdheid, om er een paar te noemen, zijn dankzij e-mail binnen ieders reik gekomen, simpel door de veiligheid die het beeldscherm biedt, in tegenstelling tot de fysieke confrontatie met gesprekspartners.

Het kan niet anders of onze omgangsvormen zijn er door veranderd. Maar hoe precies?

De wetenschap is er nog niet uit, daarvoor zijn de ontwikkelingen te nieuw. Grofweg bestaan er twee richtingen onder sociologen en media-onderzoekers: de cultuurpessimisten en de -optimisten, beide kampen weten zich gesteund door feiten en bevindingen.

Optimisten zien in de toenemende mogelijkheden tot direct communiceren nieuwe kansen om burgers meer met elkaar in contact te brengen. Door nieuwe mogelijkheden ontstaan virtuele gemeenschappen, die weliswaar de fysieke aanwezigheid van gesprekspartners missen, maar de vraag is of dat erg is.

Pessimisten denken dat het inderdaad erg is. Toenemende virtuele contacten zouden ten koste gaan van 'werkelijke' contacten, die volgens hen ook per definitie dieper en echter zouden zijn.

Het definitieve onderzoek naar de gevolgen van moderne media voor zaken als sociale cohesie, gedrag en omgangsvormen bestaat nog niet, beamen alle ondervraagde wetenschappers.

Om toch enig inzicht te krijgen, lijkt de wereld van de jongere het interessantst. Daar voltrekken de veranderingen zich in sneltreinvaart. Wat twee jaar geleden nog hip en 'hot' was, is dat nu allang niet meer. E-mail bijvoorbeeld, door menige oudere gezien als teken van eigentijdsheid, is onder jongeren steeds minder populair. Het vereist dat je achter de computer zit, en dat is lastig. Veel te traag ook, want als de jongere iets wil, dan is het contact, en wel onmiddellijk. Via het mobieltje dus. Sms'en, het verzenden van korte tekstberichtjes via de mobiele telefoon, is het toverwoord van nu.

Het gebruik is explosief gestegen. Dagelijks worden wereldwijd 750 miljoen sms'jes verzonden, zo bleek een jaar geleden, maar de verwachting was toen al dat het aantal snel het miljard zou naderen. In Groot-Brittannië groeit het aantal tekstberichten jaarlijks met 1.800 procent. Tweederde van de sms'ers is jonger dan 16 jaar.

Logisch dat dat invloed heeft op hun gedrag. Marianne van den Boomen, zelfbenoemd 'internet-antropoloog cq -filosoof', hoorde onlangs het verhaal van een leraar op een middelbare school: 'Tijdens de les begon een meisje ineens te huilen. Op de vraag wat er was, zei ze, wijzend op haar mobieltje: dat hij het uit heeft gemaakt. Wie?, vroeg de leraar, waarop het meisje naar een jongen achter haar wees. ''Hij.'' Prompt viel de hele klas over die jongen heen: uitmaken, dat doe je niet per sms, en al helemaal niet in de klas.'

Wat drijft de sms'ers? Uit nog niet gepubliceerd onderzoek van Oscar Peters, communicatiewetenschapper aan de Universiteit van Twente, blijkt wat de motieven zijn van de sms-ende jeugd. 'Gewoon voor de lol', is het meest gegeven antwoord. 'Om bereikbaar te zijn' en praktische motieven noemen zij minder vaak. Er is volgens Peters reden te veronderstellen dat entertainment en de beïnvloeding door de eigen vriendenkring of reclame de belangrijkste pijlers zijn van het succes van sms.

Ondervraagden gaven volgens Peters aan dat het middel in hun ogen 'iets extra's' biedt boven telefoongesprekken, e-mail of chatten per internet: 'Je hoeft mensen niet te storen, zoals bij telefoon wel het geval is. Verder is het aantrekkelijk dat de drempel laag is. Vooral voor jongeren is sms een handig en relatief veiliger middel voor flirtgedrag dan de telefoon. Daarnaast speelt de snelheid van sms ook een rol.'

Cultuursocioloog Carl Rohde ziet andere drijfveren voor het excessieve sms-gedrag van jongeren: 'Het is een poging bij een netwerk te horen. 'De mobiele telefoon is een 24-uurs-support-lijn bij hun vrienden. I want to exchange life's little fuckovers 24 hours per day with my friends. Het gaat de jongeren niet zozeer om de informatie in berichtjes, het is meer een emotionele behoefte. Het netwerk van vrienden is heel erg belangrijk, meer dan tien jaar geleden. Jongeren praten er meer over. Het zijn ten slotte allemaal kinderen in een postmoderne echtscheidingscultuur. Niet dat alle ouders gescheiden zijn, maar iedereen kent wel gescheiden ouders. Het leven is niet makkelijk voor ze, dat beamen ze ook volmondig.'

Rohde signaleert ook het eigentijdse gedrag zoals van de twee jongeren uit dit verhaal, die een avondje uitgaan zonder te weten waarheen. Rohde: 'Dat noem je floating. Die jongeren omschrijven we wel als dolphins in the city. Het kost ze minder moeite om even snel te bepalen waar ze heen gaat. Dat is prettig voor ze. Waar je bij elkaar komt, is niet zo belangrijk.'

In de wereld van de sms voltrekt zich nóg een nieuwe omgangsvorm: flashen. Rohde: 'Je belt wel, maar je laat hem maar één keer overgaan, zodat je naam in het beeldscherm verschijnt. Dat betekent: alles is goed met mij. Even een levensteken. Twee keer laten overgaan betekent: bel me terug, ik heb geen geld.'

Een onbedoeld neveneffect van de moderne communicatie is flaming. De combinatie van schriftelijke, tamelijk informele communicatie met de snelheid van e-mail leidt soms tot misverstanden met tornado-effect. Een directe, boze reactie kan onmiddellijk nog bozere reacties oproepen. Marian van den Boomen: 'Hoe meer tekstuele communicatie, hoe meer communicatiestoornissen. Niet alleen omdat het fysieke contact ontbreekt, maar ook omdat niet iedereen helder en exact in tekst kan verwoorden wat hij wil zeggen. En ook niet iedereen kan goed lezen en interpreteren wat de ander bedoelt.'

Toch is dat wat haar betreft niet automatisch een teken van verval van goede manieren. 'Communicatie zonder lijfelijke aanwezigheid of zichtbaarheid geeft een zekere vrijheid om van je hart geen moordkuil te maken. Het betekent ook dat alle sociale remmingen worden losgelaten. Maar dat werkt niet alleen in negatieve zin: mensen zijn op internet niet alleen onaardiger en beledigender dan in real-life, maar ook beduidend aardiger, behulpzamer en complimenteuzer, zeker jegens relatieve vreemden.'

Meer over