Consumptie

Caspar Janssen

Het is donderdagmiddag 2 uur, het is een stralende dag, vermoedelijk voorlopig weer even de laatste en opeens ben ik de onrust niet meer de baas.
Ik zit al dagen binnen, terwijl via alle kanalen, en dat zijn er tegenwoordig heel veel, de lentewaarnemingen binnen stromen. Het wemelt van de boerenzwaluwen, grutto’s, fitissen, goudplevieren en blauwborstjes op internet en twitter, het is om gek van te worden. Ik moet er nu toch echt zelf op uit. Er moet natuur geconsumeerd worden.

Maar ja, wat te doen, vanuit Amsterdam, in de namiddag. In mijn hoofd scheer ik als Google Earth over de stad en directe omgeving en scan de opties. Dat zijn er niet al te veel.
Goed, het landje van Geijsel dan maar, om te beginnen. Dat is vanuit mijn huis goed te doen, en een mooie route bovendien, langs de Amstel en de Wever. Vriend en vogelkenner J. gaat mee, hij is de persoon die me nogal eens voorzegt welke vogel ik nu weer gezien of gehoord heb.

Het landje van Geijsel is een begrip in vogelaarskringen. Boer Jan Geijsel laat al sinds 1999 iedere winter, tot aan mei, 9 hectare weiland onder water lopen. En daar komen dan aan het begin van het voorjaar duizenden trekvogels op af, die terugkomen uit Afrika en op weg zijn naar het Noorden. Zo simpel kan het zijn. Van dit soort plasdrasweilanden - cruciaal voor trekvogels, waren er jaren geleden genoeg. Tegenwoordig geldt het bijna als een revolutionaire daad voor een boer, het tijdelijk onder water zetten van zijn land.
Hoe dan ook: het is een bizar schouwspel. Vanuit de kijkhut zien we honderden grutto’s, we zien tureluurs, scholeksters, wintertalingen, smienten, slobeenden en een enkele kemphaan.

En ja, daar vliegt opeens een boerenzwaluw voor onze neus langs, voor ons de eerste van het jaar. En dat alles tegen de achtergrond van het razende verkeer op de A9, waar het landje zowat tegenaan ligt. En met vliegtuigen die regelmatig overkomen.
Maar we willen ook nog een stukje lopen. Niet door een park of een speelbos, maar door een gebiedje dat in ieder geval iets weg heeft van natuur. Die zijn dun gezaaid; het zijn reststukjes, of snippers die per ongeluk zijn ontstaan en ieder moment weer kunnen worden opgeheven. Dat geldt voor de Houtrakpolder, waar ik pas nog liep.

Van staatssecretaris Bleker (CDA) moet Staatsbosbeheer een deel van haar grond daar vermoedelijk verkopen en de gemeente Amsterdam wil hier de haven nog maar eens uitbreiden.

En staatssecretaris Joop Atsma (ook CDA) meldde onlangs dat hij een soort no-flyzone wil instellen voor ganzen en andere vogels, tot aan dertien kilometer rondom Schiphol. De vernietiging van de leefmilieus is inbegrepen in het plan.
We gaan naar de Diemer Vijfhoek, dat bestaat zeker nog. Op de A9 lopen we vast in een vroege file. Afslag Weesp dan maar, in langzaam rijdend en stilstaand sluipverkeer. Via een eindeloos bedrijventerrein bereiken we uiteindelijk de A1 (ook file), waar we onderdoor moeten.

En dan zijn we even later in die kleine oase, tachtig hectare moerassige natuur, die mocht bestaan als compensatie voor de bouw van IJburg. We lopen over het kronkelige pad tussen de wilgen door, stil, want we hopen een blauwborstje te spotten.
Gelukkig geen honden hier, constateren we positief. (Alles is tijdelijk; later hoor ik dat Staatsbosbeheer honden aan de lijn gaat toelaten in het gebied.) We zien kuifeenden in een plasje, veel ganzen en een paar krakeenden. Geen blauwborstje helaas. De grote sensatie van de dag: een goudvink, zingend, in de zon, op een tak, vlakbij. Er zullen vogelaars zijn die er om lachen, maar ik had nog nooit een goudvink gezien.

Dus sta ik een minuut lang, geluidloos, te juichen tussen de wilgen. Dan komt er een mountainbiker voorbij en is de goudvink weg.

Meer over