Congres brengt applaudisserende partijleden uit heel China bijeen in Peking

Op het dak van de Grote Hal van het Volk wapperen de rode vlaggen in de koude ochtendwind. In deze liturgietempel van de communistische partij is vrijdag de eredienst van het jaar begonnen: de zitting van het Nationale Volkscongres, het wetgevende orgaan van de Chinese Volksrepubliek....

Op en bij het Tiananmenplein staat het vol politieagenten. Die houden het volk op stevige afstand van zijn eigen hal. Demonstranten zijn er niet, en ook ander onwelkom volk houdt zich gedeisd. Toegang hebben slechts de bijna drieduizend leden van het Volkscongres en de ruim tweeduizend leden van de Politieke Adviesconferentie van het Chinese Volk, 's lands hoogste adviescollege. Bij dit leger voegt zich een cohort van duizend journalisten.

De belangrijkste genodigden komen in limousines; de gewone congresleden met speciale bussen. Als een menselijke rivier spoelen ze de Grote Hal van het Volk binnen. De vrouwen onder hen zijn ver in de minderheid. Een enkele man heeft nog een Mao-pak aan. Tot vreugde van de fotografen verschijnen afgevaardigden uit verre streken in een fleurig folkloristisch kostuum. Maar het gros van China's wetgevers is gestoken in iets sombers.

Alles in de Grote Hal is overrompelend. Na drie immense marmeren ruimtes opent zich een kolossale zaal, waarvan zelfs het schellinkje immens is. In het hart van het plafond straalt een rode ster. Zesduizend paar ogen zijn gericht op het podium, een mega-altaar vol met lege stoelen.

Klokslag negen gaat een bel. De eredienst begint. De hogepriesters komen het altaar op: partijleider-president Jiang Zemin (dinsdag speelde hij hier nog gitaar op een partijfeestje), premier Zhu Rongji, Volkscongresvoorzitter Li Peng. Tweehonderd mindere goden volgen. Li opent de dienst, een militaire kapel speelt het volkslied, en dan leidt een hostess Zhu Rongji naar het spreekgestoelte.

Ruim anderhalf uur leest de premier zijn rapport voor over de activiteiten en de plannen van de regering. Zesduizend mensen lezen mee. Als zesduizend handen tegelijk de bladzijden omslaan, maakt dat het geluid van een golf in de branding. Er wordt negentien keer geapplaudisseerd. Na de toespraak stroomt iedereen braaf weer naar buiten.

Nog tien dagen naar toespraken luisteren en wetten aannemen, en de leden van het Volkscongres kunnen weer terug naar hun provincie. Een parlement in de westerse zin van het woord kun je deze assemblee niet noemen. Alle wetgevers zijn lid of sympathisant van de communistische partij. De regering naar huis sturen kunnen ze niet. Tot vervelens toe zijn ze een college van applaus genoemd.

Is alles dan alleen maar een ritueel en democratische schijn? Niet helemaal. Zittingen van het Volkscongres zijn aanleiding voor interessante petities, bijvoorbeeld voor opheldering van het Tiananmen-bloedbad, afschaffing van de politie-bevoegdheid om mensen naar een werkkamp te sturen, verbod op barmeisjes-prostitutie. En waar anders dan voor het Volkscongres had Zhu Rongji een zo openhartige diagnose kunnen stellen over China's kwalen?

Meer over