Congo stevent af op nieuwe instabiliteit

Zo'n 30 miljoen Congolezen mogen vandaag stemmen. President Kabila zal vrijwel zeker worden herkozen.

NAIROBI - 'Een samenklontering van opportunisten en avonturiers.' Zo omschreef Laurent-Désiré Kabila, de vader van de huidige president van Congo, het bewind dat hij destijds omverwierp. Ook hijzelf bleek tot die groep te behoren, tot aan zijn gewelddadige dood in 2001. Voor zijn zoon Joseph geldt hetzelfde. Ook nu hij opnieuw president hoopt te worden.

Vandaag, als zo'n dertig miljoen stemgerechtigden in de Democratische Republiek Congo naar een van de 62 duizend kieslokalen kunnen, wordt hierover beslist. De uitslag staat vrijwel vast: Joseph Kabila zal worden herkozen. Omdat de Kiescommissie hem hierbij een frauduleus handje zal helpen. En omdat de oppositie hopeloos verdeeld is en hooguit haar toevlucht kan nemen tot geweld.

Vijf jaar geleden, toen voor het eerst vrije verkiezingen plaatsvonden in het land dat ooit het persoonlijk eigendom was van de Belgische koning Leopold II en daarna van de Afrikaanse dictator Mobutu Sese Seko, waren veel Congolezen nog vervuld van hoop. De stembusgang zou een einde maken aan de vele conflicten en Congo eindelijk de vooruitgang in slingeren. Die hoop is vals gebleken.

Voor zijn aanhangers geldt de 40-jarige Kabila, een man die tot de dood van zijn vader van politiek even veel verstand had als Obama van koekhappen, nog steeds als de man die Congo de ontwikkeling bracht, eh, brengt - nee: zal brengen. 'We zien het met onze eigen ogen', zegt een aanhanger. 'Het land zal stukje bij beetje ontwikkeld worden. De mensen hier houden van hem tot in het diepst van hun hart.'

Die aanhanger woont in de hoofdstad Kinshasa, in het westen van Congo, een land dat ongeveer zo groot is als heel West-Europa. En inderdaad, daar is inmiddels een en ander te zien van de resultaten die Kabila heeft geboekt met zijn 'vijf werkplaatsen van ontwikkeling'. Nieuwe wegen bijvoorbeeld, en iets betere scholen en kliniekjes. Maar het overgrote deel van de bevolking in Congo, dat zo grondstoffenrijke land, heeft nog steeds weinig meer dan een onverwoestbaar gevoel voor humor om de dagelijkse ellende het hoofd te bieden.

In de bodem van Congo zit zo'n beetje alles waar de wereld mee rijdt, vliegt, internet en glittert. Landen als China investeren ook flink in die grondstoffenrijkdom. Maar de contracten die daartoe worden afgesloten, zoals door het mijnbedrijf Gécamines, blijken tot op de dag van vandaag slechts een kleine groep van ondernemende politici, zoals de familie Kabila zelve, een betere toekomst te bieden.

Toch blijft de internationale gemeenschap, die al zo'n tien jaar opdraait voor de kosten van circa 20 duizend soldaten binnen de VN-vredesmacht Monusco, Kabila de hand boven het hoofd houden. Ook andere landen dan China willen immers met Congo zaken doen. Zij menen dat momenteel niemand anders dan de huidige president hun hiertoe de beste kansen geeft.

Het moet gezegd, de belangrijkste oppositieleider oogt niet als een uiterst betrouwbare internationale partner. Etienne Tshisekedi, die al in de jaren tachtig stelling nam tegen Mobutu, is oud (79) en mogelijk niet helemaal fit meer. Hij geldt als arrogant en weinig diplomatiek. Al voor de verkiezingen riep hij dat het volk Kabila had afgewezen en hijzelf dus feitelijk al president was.

Vital Kamerhe (52) zou mogelijk een veel betere keus zijn. In 2006 leidde hij de campagne van Joseph Kabila en bezorgde hem feitelijk de overwinning, zeker in het oosten van het land. Kamerhe is intelligent, geschoold, politiek zeer ervaren, spreekt zes talen en maakt de indruk te begrijpen wat 'moderniteit en democratie' voor de Congolese burger kunnen betekenen. Maar ook hij zal het niet halen.

In de aanloop naar de verkiezingen zijn al talloze geweldsincidenten gemeld. De grote vrees is dat het na maandag nog veel erger zal worden. Een medestander van Kabila, Gabriel Kyungu, liet zich eerder als volgt over de oppositie uit: 'Er zijn te veel muggen in de woonkamer. Het is tijd om de spuitbus tevoorschijn te halen.'

Het is een opmerking die, gewild of ongewild, herinneringen oproept aan de term 'kakkerlakken', die het genocidaire bewind in Rwanda in 1994 gebruikte om het Tutsi-deel van de bevolking tot de slachtbank te veroordelen. Recente burgeroorlogen in Congo hebben indirect al miljoenen slachtoffers geëist.

Van nieuw grootschalig moorden zal het, mede dankzij Monusco, zeer waarschijnlijk niet komen. Maar wel van nieuwe instabiliteit.

undefined

Meer over